Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

68′ers

Geplaatst door drietand op 26 oktober, 2007

Van Italië tot Frankrijk, van Duitsland tot Engeland, overal maakt de post-WO2 generatie het goede weer uit. In hun jeans en gymschoenen stoomden ze op naar de macht. Meer dan dertig jaar geleden zetten ze Berkeley, Parijs, Berlijn,… op hun kop; marcheerden ze tegen het Amerikaanse imperialisme in Vietnam, en steunden de Joegoslavische dictator, Josip Broz Tito, en zijn “socialisme met een menselijk gelaat”. Ze maakten pelgrimstochten naar Hanoi, Havana en Belgrado, velen van hen gekleed in Vietcong gewaden of in kledij van Mao’s stijl. Een zekere Jane Fonda bracht zelfs een beleefdheidsbezoekje aan Noord-Vietnam, waar ze poseerde gezeten op een communistische howitzer. Deze generatie protesteerde tegen hun welvarende ouders, en ze gebruikten het geld van hun ouders om hun eigen welvaartstaat te vernietigen. Een brandende joint ging van hand tot hand, terwijl Bob Dylan de woorden uitbraakte die een generatie definieerde: “Everybody must get stoned.”

Dit was een tijd die door de jeugd in communistische landen verschillend werd ervaren. Gevangenkampen waren er nog bij overvloed, deportaties waren aan de orde van de dag, van het Balticum tot de Balkan; en de communistische geheime politie –Joegoslavische UDBA, Roemeense Securitate, Oost-Duitse Stasi, en de Sovjet-KGB – handen hun handen vol. Europese mei’68ers wisten hoegenaamd niks van die benarde toestanden, en ze negeerden eenvoudigweg de communistische horror-topografie.

Toen hadden de mei’68’ers de culturele macht in hun handen, ze controleerden de beste universiteiten en verspreidden hun permissieve gevoeligheden. Studenten werden gedwongen zich te buigen over de onzalige drievuldigheid Marx, Freud en Sartre. En de menswetenschappen vertoonden hun eerste trekken van anti-Europeanisme. Conservatieven concentreerden ondertussen al hun aandacht op economische groei, naïef gelovend dat indien armoede zou verdwijnen en de middenklasse versterkt, dit een wedergeboorte van het conservatisme met zich mee zou brengen.

Vandaag zijn de 68’ers (van neoliberalen tot sociaal-democraten) volwassen geworden, en hebben ze niet enkel hun naam veranderd, maar ook hun habitat en hun discours. Hun tijd is gekomen: ze hebben nu zowel culturele als politieke macht. Van Buenos Aires tot de Quai d’Orsay, van 1600 Pennsylvania tot Downingstreet 10, zitten ze in ruime kantoren met airconditioning of in ministeriële kabinetten, en ze gedragen zich alsof niks veranderd is. Perfect gerecycleerd in stijlvolle Gucci-maatpakken, de duurste schoenen en de fijnste mascara dragend, orakelen ze over de globale vrije markt. Ze zijn hun oude vijand, het kapitalisme, gaan omarmen en voegden er een valse humanistische façade van socialistische filantropie aan toe.

Ze hebben een internationale “hitlist” opgesteld, gevuld met namen van (meestal bejaarde, seniele) individuen die ze van “oorlogsmisdaden” beschuldigen en die moeten worden uitgeleverd aan strafhoven. Zelden of nooit komen echter de miljoenen slachtoffers van het communisme aan bod, zoals weergegeven in Le livre noire du communisme van Stéphane Courtois. Al evenmin wensen ze geconfronteerd te worden met hun eigen rol in de communistische genocide. En waarom zouden ze? Hun decennialange burgerlijke ongehoorzaamheid resulteerde in het minimaliseren of onder de mat vegen van de communistische horror en het legitimizeren van de Goelags. Terwijl de 68’ers geen directe rol speelden in de etnische zuiveringen van Beria, Yagoda of Tito, ze waren zeker wel nuttige idioten. Indien kaviaar-links vandaag de doos van Pandora, zijnde het dossier van de Goelags, zou openen, zou Augusto Pinochet nog slechts een stout schooljongetje zijn. De beste manier om hun moorddadig verleden te verbergen, is het liedje van de mensenrechten zingen of belerend wijzen op de permanente economische vooruitgang.

De 68’ers en hun verborgen vriendjes zijn vandaag de financiële insiders, speculerend met aandelen, nooit aarzelend om fortuinen via de Kaaiman-eilanden in Luxemburg te krijgen. Ze spuien niet langer onzin over gelijkheid en sociale rechtvaardigheid voor de Vietcong, de Congolezen of de Tibetanen, en al evenmin leven ze zich nog uit in academische redevoeringen over socialistische utopia. En waarom zouden ze? Vandaag is het moment voor hun massale corrumpering, gehuld in retoriek van het multiculturalisme. De 68’ers hebben gewonnen: de wereld behoort aan hen.

Maar voor hoe lang? De 68’ers hebben een omvangrijke financiële last geërfd, veelal het resultaat van overheidsuitgaven voor diverse zaken die ze destijds op straat eisten. Terzelfdertijd verbleekt hun arbeidsethiek vergeleken met hun hardwerkende voorgangers. Van Duitsland tot Frankrijk, van Italië tot Engeland, kunnen ze uitblinken in een liberale mimicry van kapitalisme, die zich in de praktijk vertaalt in het ontstaan van een handvol superrijken en een steeds groter wordende massa van werkende armen. Maar wie zal het gelag betalen? Geen enkel land kan bestuurd worden door humanitaire besluiten. Als het er op aan komt, betekenen de goede linkse intenties niks: de kiezers kunnen de 68’ers even snel weer eruit gooien als ze hen binnen brachten.

Veel conservatieven in Europa begrijpen de ware aard van het moderne links en haar socialistische aftakkingen niet. Deze conservatieven veronderstellen naïef dat de culturele oorlog zal gewonnen worden via politieke verkiezingen. Ze denken dat politieke macht (en leger, politie, diplomatie) het land zal bijeenhouden en de linkse invloeden zal kunnen ondervangen. Dit is een gevaarlijke en mogelijks fatale fout, niet enkel voor de conservatieve zaak, maar ook voor de Europese beschaving. De politieke macht van de 68’ers wordt vandaag geïnstitutionaliseerd via wettelijke inperkingen op vrije meningsuiting, denken en onderzoek. Duitsland, België, Frankrijk en andere Europese landen hebben al strenge wetten goedgekeurd die onderwijzend personeel en studenten verbieden om open en eerlijk onderzoek te doen in bepaalde “gevoelige” gebieden van de moderne geschiedenis. Bepaalde passages in de Duitse strafwet doen denken aan Sovjet-kameraad Vishinsky: ze zijn niet wat we verwachten van een vrij en democratisch land.

Vele conservatieven konden en kunnen zich niet realiseren dat politieke macht altijd moet voorafgegaan worden door culturele macht, en nadien moet versterkt worden met een ongenadige media-oorlog. In ons tijdperk van audiovisuele macht, is diegene die zich het snelste aanpast aan de veranderende wereld, ook diegene die wint. De 68’ers realiseerden zich reeds lang geleden dat men universiteiten, uitgeverijen, scholen,… moet infiltreren alvorens naar het Witte Huis te stappen. Al meer dan drie decennia worden lichtgelovige studenten zorgvuldig marxistische dogma’s ingelepeld. Hun schepping is nu volgroeid en staat klaar om te volgen.

Indien conservatieven ooit weer wensen te regeren, moeten ze zich absoluut wijden aan de strijd van een culturele revolutie door het voortbrengen van hoogwaardige, intelligente journalisten, lesgevers,…, door het coachen van jonge mensen die het Europese erfgoed willen verdedigen. Conservatieve politieke leiders moeten beseffen dat de cultuur de enige strijdplaats is waarop culturele en politieke macht kan worden gebouwd. Conservatieven beschikken nog over een aantal eminente politieke leiders, maar de universiteiten, scholen en de media staan onder linkse controle.

Conservatieve intellectuelen in Europa zijn te verschillend en vaak lijden ze aan een pathologische ijdelheid en een obsessief individualisme. Hoewel ze soms verkeerdelijk beschuldigd worden populisten te zijn, zijn ze niet in staat om een jonge massa te begeesteren, of nieuwe militanten te creëren om de barricades te bemannen. De meeste conservatieven weten zelfs niet hoe ze hun eigen boodschap moeten verkondigen. Het is onmogelijk om drie conservatieven te laten samenwerken: elk zal onmiddellijk willen bewijzen de beste te zijn. Culturele conservatieven herkennen hun tegenstander nog steeds niet, en weten nog veel minder hoe hem te verslaan. Veelal ruziën ze onder elkaar over hun nationalistische victimologie of drijven hun tribale dogma’s tot het extreme, tot jolijt en voordeel van de internationale linkerzijde. Conservatief zijn betekent niet dat je bang moet zijn van de postmoderniteit of genieten van iemands provincialistische eigenheid, een dikglazige nerd-bril dragen of de zondagsmis volgen. Enkele grote conservatieven waren agnostici, of heidenen, of modernisten, of revolutionaire denkers. In contrast daarmee, zijn de hedendaagse conservatieven er niet in geslaagd de sociale kwesties van werknemers ter harte te nemen, ze hebben zich de kaas van het brood laten nemen door de oud-68’ers die meer rijmen met een veelbelovende schitterende toekomst.

Wat moet er gebeuren? Jonge conservatieven, vooral diegenen met een solide achtergrond in menswetenschappen, moeten starten met het demystifiëren van de links-liberale mythologie. Ze mogen hun lesgevers in de corrupte academiën niet lichtgelovig na-apen. Tenslotte zijn heel wat lesgevers vaak halfzachten met weinig levenservaring en kennis, en kunnen ze vrij gemakkelijk op eigen terrein verslagen worden. Om de links-liberale politieke klasse en haar pseudo-intellectuele acolieten te kunnen verwijderen, moeten jonge conservatieven dezelfde strategie toepassen als de linkerzijde destijds: de culturele barricades veroveren, maar dan wel om de Europese beschaving te beschermen in plaats van ze ten gronde te richten. En conservatieven zouden de oude wijsheid niet mogen vergeten: versla jouw linkse buur met z’n eigen wapen. Waar dit het meeste pijn doet.

Tomislav Sunic

Reageer

XHTML: De volgende sleutelwoorden kun je gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>