Toekomst, Europa, Revolutie
Geplaatst door voorhoede op 2 maart, 2008

1) Theoretische inleiding [Onze situatie]
Opdat voorstellen en positieve en constructieve plannen kunnen worden uiteengezet, mag men geen fout maken in de voorafgaande diagnose die hen voortbrengt.
Aldus lijkt het ons primordiaal om onze overdenking te baseren op de volgende twee fundamentele vaststellingen:
Frankrijk en Europa maken in hun geheel een beschavingscrisis en een menselijke crisis door, veel meer dan een politieke crisis. Het gaat dus om de “aard” van de Europese mens en van zijn specifieke verhouding tot de wereld die opnieuw moet worden opgebouwd en niet om simpele aanpassingen of bepleisteringen, die zouden moeten bijdragen tot de politieke en sociale infrastructuren.
Tegenwoordig hebben de middens van “radicaal rechts” slechts een bijkomstige, zelfs onbestaande invloed op de politieke en geostrategische keuzes van hun respectieve naties. We moeten dus opnieuw bescheiden en nederig leren zijn, concrete plannen en verwezenlijkingen aanpakken – hic et nunc – en ons niet meer uitputten in theoretische twisten over de grote historische, diplomatieke of geopolitieke vraagstukken. Wij hebben daarop niet de minste greep. (Onze intellectuelen – als ze bestaan – moeten die vraagstukken vanzelfsprekend blijven overdenken en theoretiseren, maar die overdenkingen mogen verlammend, noch bronnen van interne verdeeldheden en conflicten zijn.) De absolute prioriteit moet het inwerken op de werkelijkheid zijn: een arbeid die gezien de huidige bescheidenheid van onze middelen er wezenlijk een is van nabijheid. In die optiek moet worden geïnvesteerd in het grootst mogelijke aantal domeinen (sportverenigingen, cultuurverenigingen, vakbonden, media, consumentenverenigingen, film, enz.).
Die voorafgaande waarnemingen leiden ons ertoe te denken dat de diverse nationalistische groeperingen tijdelijk hun “machtspolitieke” overwegingen opzij moeten zetten. Zij kunnen daar rechtmatig naar verlangen voor hun landen en voor Europa, maar die overwegingen zijn vandaag utopisch, zolang de existentiële basis (”het menselijke materiaal”) verlaagd, verworden, veramerikaniseerd en uitgeput is. Alle inspanningen van radicale politieke militanten moeten zich dus concentreren op de totale wederopbouw van de opvoeding en de vorming van mensen, dragers van de Europese identiteit en het Europese genie. Die vernieuwing gaat via een drastische breuk met het productivisme en het consumentisme en via terugkeer naar de eenvoud, zelfs de soberheid in het kader van een “begeleide inkrimping”. De Europese verbeelding moet worden gedekoloniseerd van de materialistische obsessie en onze volkeren opnieuw bewust bewust worden gemaakt, door de terugkeer naar een eenvoudiger, ruwer, natuurlijker leven, naar waarachtige hiërarchieën en werkelijke prioriteiten (spiritualiteit, familie, gemeenschap, kunst). De plaats van de arbeid zal eveneens heroverwogen moeten worden in een optiek van nuttigheid voor de gemeenschap, van verenigbaarheid met een familieleven en van eerbied voor de natuur.
Dat objectief betekent een duidelijke en definitieve breuk met “Thatcheriaans-Reaganiaanse” liberale en reactionaire middens. Zelfs het gebruik van de term “rechts” om onze “bewegingen” te omschrijven lijkt problematisch. Een meer bevredigende benaming moet nog worden voorgesteld. (Sociale identitairen? Patriottische socialisten? Solidaristen?)
2) In de praktijk
a) Verstevigen van onze gemeenschappen
De individuele breuk met het heersende op consumptie en winst beluste systeem is een uiterst moeilijke stap. Om die stap mogelijk te maken is het nodig dat degene die afgestompt is van dat systeem of opstandig ertegen in onze rangen een alternatief vindt dat “echt”, tastbaar en doeltreffend is en zich niet eenvoudigweg beperkt tot het loutere “discours”. Met andere woorden, het individu op zoek naar een breuk mag bij ons niet dezelfde gebruiken en gedragingen terugvinden als degene die hij net achterwege gelaten heeft, eenvoudigweg opgeluisterd met een formele wapenuitrusting, meer of minder glorieuze historische verwijzingen en pompeuze intentieverklaringen. Die coherentie gaat via het opleggen van eenvoudige, maar onontbeerlijke basisregels, zoals de verbanning van vulgair en schunnig taalgebruik, strijd tegen de seksuele promiscuïteit, vrijgevigheid, eerbied voor hiërarchieën en leiders, bestraffing van gebreken volgens collectieve regels, enz.
- Wij moeten rekruteren door de getuigenis van ons bestaan en niet door de retorische overdrijving. We moeten éérst onze principes belichamen.
- Onze doelgroepen zijn niet alleen de “hooligans”, de politieke militanten of de individuen afkomstig uit een “familietraditie” dicht bij onze ideeën, maar al degenen die een afstand nemen – hoe miniem ook – ten aanzien van de wereld waarin zij ploeteren. In dat kader zijn christenen – geacht “in de wereld zonder van de wereld” te zijn – in het bijzonder een bron van rekrutering.
- Zo moeten wij binnen omkaderde en hiërarchische structuren opnieuw concrete dagelijkse vormen van samenhorigheid scheppen, die nu volledig uitgeroeid zijn door het marktbeluste individualisme.
Parallel dienen de campagnes en acties te worden vermeerderd die de woeker, het affairisme, de corruptie, de bestoking door reclame, de technologische afstomping, de winstbeluste standaardisering, enz. aanklagen. We moeten dat doen door voortdurend de bijzonderheden te onderstrepen (verworteling, orde, meritocratie, etnodifferentialisme, spiritualiteit, enz.) die ons onderscheiden van de linkse utopieën.
- We verlaten de oude mythen van het “entrisme” en de “infiltratie”, die steeds gedoemd zijn tot mislukking en inkapseling. Wel integendeel, we moeten alle “uitstappen” uit het systeem en het heersende levensmodel aanmoedigen en vergemakkelijken, in het bijzonder door de ontwikkeling van een echte, militante parallelle economie gericht op zelfstandigheid. Aldus dienen alle breuken met de loonslavernij te worden aangemoedigd, ten voordele van investeringen in de oprichting van onafhankelijke winkels, het ambachtschap, de voedingslandbouw, de familie- of gemeenschapsgebonden kleine onderneming… Om dat doel van een maximale zelfstandigheid te bereiken kan men uitdenken dat de meest gefortuneerde militanten – als ze bestaan – renteloze leningen toekennen aan kameraden die een activiteit (boetiek, boekenwinkel, restaurant, bar, ambachtelijke of agrarische productie…) starten. Die toekenning gebeurt in ruil voor de ondertekening van een programma politieke en ethische eisen.
De kritiek op de consumptiemaatschappij, de televisie, de verburgerlijking, de apathie, de culturele industrieën, enz. kan gebeuren onder een vorm die men zou kunnen omschrijven als “dada” (cultureel-artistieke beweging die men door bepaalde aspecten kan vergelijken met het futurisme). Bijvoorbeeld kleine, schokkende acties (type verbranding van televisies) kunnen véél weerklank hebben op Internet. Die “dada” groeperingen zouden niet uitdrukkelijk politiek mogen zijn.
Om die acties te ontwikkelen is het noodzakelijk om op zelfstandige en onafhankelijke “basiskampen” te steunen (Casapound is vanzelfsprekend een goed voorbeeld daarvan). Plaatsen van gemeenschapsleven en vorming, woonplaatsen voor de enen en onthaal- of doorreisstructuren voor anderen. Zij laten toe een echt alternatief aan te bieden voor de eenzaamheid en het isolement van de steden en de demoraliserende vrijetijdsbestedingen die zij met zich brengen.
Moeten eveneens worden gelanceerd of ontwikkeld: initiatieven van “terugkeer naar het land”, het zich opnieuw vestigen in landelijke gebieden, in boerderijen met autarkische vermogens. Terwijl ze in contact blijven met de wereld (Internet, organisatie van militante of feestelijke evenementen, uitwisselingen met andere structuren, enz.) zijn ze plaatsen om te schuilen en zich opnieuw een ander levensritme toe te eigenen. Dat laat toe de fundamenten van de menselijke bedrijvigheid te herontdekken.
Een mogelijke militante vernieuwing lijkt ons dus te gaan via een fase van autarkisch en “traditionalistisch” communautarisme. Dat laatste is vanzelfsprekend geen einddoel, maar een onontbeerlijke overgangsfase om de gezonde en stevige basissen te vormen voor een mogelijke herovering.
b) Herinvesteren in de kunst
De natuur heeft een hekel aan leegte. Als men de Europese geest wil ontdoen van zijn materialistische, consumentistische obsessies en van het egoïsme dat eruit voortvloeit, moet men hem een “vervangingsmaterie” aanbieden. (Niemand kan “vermaak” missen, maar men kan leren om vormen van “vermaak” te hebben die ons verheffen.)
De kunst moet gedeeltelijk die rol spelen.
De non-kunst genaamd “hedendaagse kunst” – brij van bourgeois ophoestingen, mengsel van lelijkheid en geschift intellectualisme – is volledig afgesneden van het volk. Hij speelt helemaal zijn rol niet meer als vertolker van de wereld en als overbrenger van gevoelens en waarden.
Daarom moeten identitaire militanten met geweld en overtuiging investeren in dat zo kostbare domein, om een kunst te proberen voort te brengen die tegelijk kwalitatief veeleisend én toegankelijk is. Zoniet voor de massa’s, dan op zijn minst voor bevolkingslagen die diverser en breder zijn dan enkele kleine cenakels van verwante snobs, die de kunstwereld beheren als eender welke “bizness” en pretentieus zijn op de koop toe.
Door onze kunstwerken moeten wij onze volkeren de liefde voor het Ware en het Schone teruggeven, de trots voor ons historische en culturele erfgoed, de zin voor de belangeloze daad, voor de uitmuntendheid…
Met dat doel voor ogen is een van de te ontwikkelen kunstvormen – naar mijn mening – die van de “muurschilderingen”, met name naar het model van wat in Ierland of in Mexico wordt verwezenlijkt. Monumentale en populaire straatkunst, die toelaat het dagelijkse leven schilderwerken te bieden voor de glorie van onze helden, onze heiligen en onze martelaren (talrijke andere thema’s kunnen uiteraard worden aangesproken).
Evenzeer een belangrijke as om te verkennen is de publicatie van romans die – tussen de lijnen door – dragers zijn van onze idealen en onze verlangens.
Daarentegen is het uiteraard nodig in die diverse werken zich ervoor te hoeden om zich te zwaar didactisch en “militant” in de enge zin tonen. We mogen geen “leuzen verkondigen”, maar moeten principes en een wereldbeeld verspreiden.
3) Andere pistes
Parallel met het inwerken op onze gemeenschappen – een dringend en onmiddellijk werk dat wij vandaag nog moeten beginnen of verdiepen – kan de uitwerking van een economisch en sociaal programma een niet te verwaarlozen belang hebben als “uitstalraam” voor “de buitenwereld” door een zeer duidelijke breuk met het huidige systeem te bieden. Het schetst immers “de tweede fase” van wat onze militante politieke actie zou kunnen zijn, eens onze gemeenschappen stevig zijn geworteld, gevormd en vermenigvuldigd.
- Enkele programmatische pistes over de economie en het sociale
Het lijkt onontbeerlijk in een eerste fase om onze postmoderne maatschappijen de zin voor “grens”, “maat” en “fatsoen” terug te geven. Daarvoor is het nodig de ontsporingen van het financiële kapitalisme te omkaderen en te strijden tegen de onwaarschijnlijke en exponentiële ongelijkheden die het voortbrengt. Om dat objectief te bereiken kunnen meerdere wegen worden gevolgd:
Instelling van een maximuminkomen (dat men zou kunnen vastleggen op vijf of zes keer het minimumloon, opdat de schaal van de mogelijke loonprogressie motiverend blijft voor de individuen, de ondernemers, de vernieuwers…). Het geld dat aldus vrijkomt door die maatregel zal worden beheerd door de gemeenschap en toegewezen aan collectieve projecten. Die innovatie zal moeten worden begeleid door een strikte controle van het gebruik van de fondsen (eventueel een volkscontrole onder de vorm van commissies, samengesteld uit leden van de verschillende sociaal-professionele corporaties en categorieën) en voorbeeldstraffen zullen moeten worden uitgedeeld om eventuele ontsporingen of onbekwaamheden in het gebruik van die fondsen te sanctioneren.
Overigens zal geen enkele sociale bijstand worden toegekend zonder tegenprestatie vanwege de begunstigde (verplichting van scholing en vorming, gemeenschapswerk, vrijwilligerswerk, enz.). Wat de fraude betreft, zij zal ten strengste moeten worden bestreden en de sancties zullen voldoende zwaar moeten zijn om (zeer) sterk ontradend te zijn.
De sociale wetten zullen uitsluitend van toepassing zijn op de nationale onderdanen en op de personen in een situatie die regulier is ten aanzien van de lokale wetten. Elke persoon in een illegale of clandestiene situatie zal er integraal en absoluut van uitgesloten zijn.
Veralgemening van de familiale eigendom door de mechanismen van vastgoedverwerving en van renteloze leningen.
Schepping van een echt ouderschapsloon dat een van de ouders toelaat thuis te blijven om zich te wijden aan de opvoeding van de kinderen. Parallel – en in tegenstelling tot de huidige tendensen – dienen de echtscheidingsprocedures zwaarder, strenger en ingewikkelder te worden gemaakt om de familiale instabiliteit en de vermenigvuldiging van gebroken koppels en families te bestrijden. Die laatste worden nu begrepen als contracten van tijdelijke duur die men naar zijn zin verscheurt.
Terugkeer naar een Europees economisch protectionisme (communautaire voorkeur) en onderwerping van het toegangsrecht tot de Europese markt aan het eerbied voor een programma van sociale eisen (verbod op delokalisaties, omkadering van de ontslagprocedures, stijging van de geïndexeerde lonen in verhouding tot de stijging van de kapitaalinkomens, enz.)
Dit bericht werd geplaatst op 2 maart, 2008 bij 1:51 en is ingedeeld onder zentropa. Getagged: communautarisme, crisis, economie, europa, kunst, metapolitiek, post-moderniteit, revolutie, strategie, toekomst, zentropa. Je kunt reactie's op dit bericht volgen door RSS 2.0 feed. Je kunt laat een reactie achter, of trackback van je eigen site.

















