Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

Welkom in de woestijn van de werkelijkheid

Geplaatst door voorhoede op 10 juni, 2008

“In een oude mop uit de ter ziele gegane DDR krijgt een Duitse arbeider een baan in Siberië. Omdat hij weet dat alle post door censoren gelezen zal worden, zegt hij tegen zijn vrienden: ‘Laten we afspreken: als jullie een brief van mij krijgen die met gewone blauwe inkt geschreven is, dan is het waar wat er staat; is hij met rode inkt geschreven, dan is het onwaar.’ Na een maand krijgen zijn vrienden de eerste brief, geschreven met blauwe inkt: ‘Alles is hier geweldig: de winkels zijn gevuld, eten in overvloed, de woningen zijn ruim en goed verwarmd, in de bioscopen draaien films uit het Westen, er zijn veel mooie meisjes die wel zin hebben in een relatie, het enige wat je niet kunt krijgen is rode inkt.’ De structuur is hier geraffineerder dan misschien lijkt: hoewel de arbeider niet duidelijk kan maken dat wat hij zegt volgens afspraak een leugen is, slaagt hij er toch in de boodschap over te brengen. Hoe? Door de verwijzing naar de code zelf in de gecodeerde boodschap, als onderdeel ervan, te schrijven. Natuurlijk is dit een standaardprobleem van de zelfverwijzing: is niet de gehele inhoud van de brief waar, aangezien hij met blauwe inkt geschreven is? Het antwoord is dat het feit dat het gemis aan rode inkt vermeld wordt, erop wijst dat de brief met rode inkt geschreven had moeten zijn. Het aardige is dat de vermelding van de ontbrekende rode inkt het waarheidseffect produceert onafhankelijk van haar eigen letterlijke waarheid: ook al was de rode inkt te krijgen, is de leugen dat hij niet verkrijgbaar is de enige manier om onder deze specifieke censuur de ware boodschap over te brengen.

Is dat geen blauwdruk van doeltreffende ideologiekritiek, niet alleen in gevallen van ‘totalitaire’ censuur, maar wellicht nog meer in de geraffineerdere gevallen van liberale censuur? Je begint met te zeggen dat je alle vrijheid hebt die je wilt, dan voeg je daar enkel aan toe dat het enige wat ontbreekt ‘rode inkt’ is: we ‘voelen ons vrij’ omdat we niet over de taal beschikken om onze onvrijheid uit te drukken. Wat het gemis aan rode inkt duidelijk maakt, is dat de belangrijkste woorden om het huidige conflict te benoemen – ‘oorlog tegen het terrorisme’, ‘democratie en vrijheid’, ‘mensenrechten’ enzovoort – allemaal valse woorden zijn, die ons beeld van de situatie mystificeren in plaats van dat ze het ons mogelijk maken haar te doordenken. In die zin dragen onze ‘vrijheden’ zelf eraan bij, onze dieper liggende onvrijheid te maskeren en in stand te houden. Zo’n kleine honderd jaar geleden bracht Gilbert Keith Chesterton, met zijn nadruk op het aanvaarden van een vast dogma als voorwaarde voor (het eisen van) van werkelijke vrijheid, heel helder het antidemocratische potentieel van het principe van vrijheid van denken zelf aan het licht:

In het algemeen kunnen we zeggen dat vrijheid van denken de beste waarborg tegen vrijheid is. In termen van deze tijd: de bevrijding van de geest van de slaaf is de beste manier om de bevrijding van de slaaf te voorkomen. Leer hem piekeren over de vraag of hij vrij wil zijn, en hij zal zich niet bevrijden.

Geldt dit niet met nadruk voor onze ‘postmoderne’ tijd, met zijn vrijheid om te deconstrueren, te twijfelen en zich te distantiëren? We moeten niet vergeten dat Chesterton precies hetzelfde stelt als Kant in zijn ‘Wat is Verlichting?’: ‘Denk zo veel en zo vrij als je wilt, maar gehoorzaam!’ Het enige verschil is dat Chesterton specifieker is en de impliciete paradox in Kants redenering blootlegt: vrijheid van denken ondermijnt de feitelijke sociale onderworpenheid niet, ze versterkt haar juist. Het oude devies ‘Denk niet, gehoorzaam!’, waar Kant op reageert, werkt averechts: het kweekt in feite rebellie; de enige manier om sociale onderworpenheid te waarborgen is door middel van vrijheid van denken. Chesterton denkt ook logisch genoeg om de andere kant van Kants devies op te merken: de strijd voor vrijheid heeft een onomstotelijk dogma nodig.

In een klassieke tekst uit een Hollywood-screwball comedy vraagt het meisje aan haar vriendje: ‘Wil je met me trouwen?’ ‘Nee!’ ‘Hou op met de vraag te ontwijken! Geef een eerlijk antwoord!’ in zekere zin klopt de achterliggende redenering: het voor het meisje enige aanvaardbare antwoord is ‘Ja!’, zodat alle andere antwoorden, ook een ondubbelzinnig ‘Nee!’, als ontwijking gelden. De achterliggende logica is natuurlijk de afgedwongen keuze: je bent vrij om te kiezen op voorwaarde dat je de juiste keuze maakt. […] En geldt hetzelfde vandaag niet voor de keuze ‘democratie of fundamentalisme’? Is het binnen de bepalingen van deze keuze eenvoudigweg niet onmogelijk om voor ‘fundamentalisme’ te kiezen? Problematisch aan de manier waarop de heersende ideologie ons deze keuze opdringt is niet ‘fundamentalisme’, maar eerder democratie zelf: alsof het enige alternatief voor ‘fundamentalisme’ het politieke stelsel van liberale parlementaire democratie is“.

Slavoj Žižek, in: Welkom in de woestijn van de werkelijkheid, SUN, Amsterdam, 2005, pp 7-9.

Reageer

XHTML: De volgende sleutelwoorden kun je gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>