Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

Archive for oktober, 2007

4-11-07 : Herdenking Genocides op Europese volkeren!

Posted by drietand op 31 oktober, 2007

Euro-Rus in samenwerking met de DPNI, Nation en De Solidaristen (N-SA).

Afspraakpunt : Basiliek van Koekelberg, ingang aan de Keizer Karellaan om 14u00.

Islamistische extremisten hebben in de loop der eeuwen al veel bloed aan hun handen laten kleven. Bekend is de Genocide op het Armeense volk door het Ottomaanse Rijk in 1915.

 

In onze hedendaagse geschiedenis kennen we ook nog:

 

– de slachtpartijen op het Servische volk in de Servische provincie Kosovo, gepleegd door de Albanese Kosovaren;
– de slachtpartijen op Servische volk in Bosnië;
– de slachtpartijen op het Russische volk in Tsjetsjenië, gepleegd door Tsjetsjeense extremisten;
– de moordpartij op Russische kinderen in de lagere school van Beslan, gepleegd door Tsjetsjeense extremisten;
– de moord op Theo Van Gogh;
– de moord op Pim Fortuyn;

Het is onze plicht om alle Europese slachtoffers van islamistisch (en ander) extremisme te herdenken. Al deze slachtoffers stierven opdat Europa zou leven. Hun offer mag niet worden vergeten. Daarom houdt Euro-Rus, in samenwerking met de DPNI uit Rusland, Nation en de Solidaristen een stille wake aan het herdenkingsbeeld van de Armeense Genocide, omdat dit beeld ook naar de andere Europese slachtoffers van islamistisch extremisme verwijst.

 

Opmerkelijk is het feit dat het islamistisch extremisme steeds (financiëel) kan verbonden worden met het internationale grootkapitaal. Dit extremisme wordt vandaag de dag door de Amerikaanse regering gesteund met als doel Europa te verdelen en te verzwakken. We willen duidelijk stellen dat geen actie gevoerd wordt tegen de (redelijke) islam. De gewone moslim betaalt eveneens de prijs voor wat de extremisten uitvoeren.

 

Russische Mars
Op 4 november komen in Rusland verschillende nationalistische organisaties op straat onder de gemeenschappelijke noemer “Russische Mars”. Deze actie in Brussel vindt plaats in samenwerking met onze Russische strijdmakkers, waaronder voornamelijk de DPNI.

 

Koepelorganisatie De Solidaristen (Euro-Rus, Jongeren Aktief en VJW)

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , | Leave a Comment »

N-SA betoogt!

Posted by drietand op 29 oktober, 2007

Op 21 oktober vond in Brugge de eerste betoging van de N-SA, onder initiatief van de Vlaamse Jongeren Westland (VJW) plaats. Het feit dat een 100tal militanten uit diverse hoeken van het land paraat stonden om onder het motto “Eigen volk eerst” te betogen mag een succes worden geheten. Verscheidene verenigingen waren zichtbaar aanwezig waaronder de VJN (Vlaamse Jongeren Noordland), Jongeren Aktief, Euro-Rus, een delegatie van het KVHV, Groen Rechts, een Nederlandse groep sympathisanten en onze Franstalige vrienden van NATION.

De betoging kon op veel sympathie rekenen bij tal van omstaanders die soms luid juichten of in de handen klapten als de manifestatie voorbij kwam. Vooral de slogan ‘Eigen volk eerst!’ kreeg – zoals verwacht – veel bijval. De teleurstelling in en de woede op het huidige politieke systeem zit blijkbaar diep bij de gewone werkende man op straat. Daarom dat er nood is aan een nieuwe ideologische beweging als de N-SA. Wij gaan door …

De betoging verliep rustig ondanks de aankondiging van marginaal en provocerend ‘links’ om de Brugse binnenstad te verstoren. Nadien werd er nog duidelijk een toespraak gehouden voor een nieuwe marsjrichting tegen het huidige anti-sociale liberaal/kapitalistische systeem.

Het N-SA laat een frisse maar radicale wind waaien doorheen Vlaanderen (en omstreken). Identitairen en nationaal-revolutionairen vinden zich terug bij de ‘Solidaristen’, een militante organisatie waaraan Vlaanderen al geruime tijd nood had. Meld u bij de N-SA!

Posted in Uncategorized | Getagged: , , | 1 Comment »

Een identitaire visie

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Op geen enkel moment of generlei wijze is het de bedoeling in de onderstaande uiteenzetting een kant en klare definiëring van begrippen of positiebepaling van het N-SA weer te geven. Het gaat eerder om een uiteenzetting over de achtergrond van volksidentitair nationalisme. Bovenal gaat het hier niet om een politieke doctrine, maar eerder een geesteshouding. Een politieke of economische doctrine schrijft immers voor hoe de mens moet leven, werken en denken. Het politiek liberalisme en het economisch kapitalisme propageren de ongebreidelde productie, “vrijheid en vooruitgang”, en herleiden de mens tot een economisch product, tot een consument / producent. Het (neo)marxisme verdedigt een verstikkend collectivisme, een tot in het absurde opgelegde gelijkheid, en herleiden de mens tot een klasseproduct. Dit betekent hoe dan ook een degradatie van de menselijke persoon.

Volksnationalisten daarentegen respecteren de natuur en dus ook de mensheid zoals ze is. Daarbij staat respect voor de eigen aard van mensen en de erkenning van het veelvoud aan volkeren, culturen, rassen, tradities,… voorop. In dit differentialisme ligt voor een volksidentitair nationalist de rijkdom van de mensheid. Deze rijkdom verdient dan ook beschermd en verdedigd te worden. Een volksnationalist is solidair met alle volkeren, maar is dat –overeenkomstig de wetten van de natuur- in de eerste plaats met zijn eigen volksgemeenschap.

Het Vlaams-nationalisme is de politiek-radicale exponent van de Vlaamse volksgemeenschap. Daarbij streven wij als identitairen naar zelfbeschikking, dit betekent Vlaamse onafhankelijkheid, maar bovenal naar de beleving van de eigen aard op het eigen grondgebied, hetgeen betekent een Vlaams Vlaanderen. De Vlaamse identiteit is niet gewaarborgd door een onafhankelijk Vlaanderen alleen, het is enkel een middel om die waarborg sterker te maken. Onze culturele identiteit is schatplichtig aan de Europese beschaving. Vanuit identitair oogpunt hebben we dan ook evenzeer een Europese opdracht want identiteitsbedreigende kwalen laten zich over gans Europa gelden: massa-immigratie, gevolgen van globalisering,…

Meermaals werd en wordt door “anti-nationale” pseudo-intellectuelen verkondigd dat nationalisme per definitie racistisch zou zijn. Wanneer men evenwel de correcte definitie van racisme hanteert, dan is het volksnationalisme fundamenteel anti-racistisch. Wij beroepen ons als volksnationalisten op onze eigenheid, en het recht om die eigenheid ook in te vullen. Bijgevolg wenst een volksnationalist het recht op de beleving van dit anders zijn en van die eigenheid op het eigen grondgebied, en dit voor elk volk. Nationalisten erkennen de veelkleurigheid van de natuur en dus ook van de menselijke soort. De menselijke soort verschilt door taal, cultuur, huidskleur, tradities,… wat wij als een ordening kunnen opvatten.

Het volksnationalisme betekent niets anders dan de inzet en de strijd voor onze eigenheid, onze identiteit en onze onafhankelijkheid. Meer concreet betekent dit een inzet en strijd voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen (of voor sommigen het streven naar een Groot-Nederland) in een vrij, sterk Europa; voor het materieel en geestelijk welzijn van een Vlaams Vlaanderen in een Europees Europa. Wie ja zegt tegen eigenheid, zegt terzelfdertijd neen tegen al datgene wat die eigenheid en zelfstandigheid bedreigt of uitholt, dus tegen het bedreigende vreemde. Dat men op de eerste plaats voor de eigen volksgemeenschap kiest, betekent hoegenaamd niet dat men alleen voor de eigen volksgemeenschap kiest. Ook vandaag strijdt het radicale Vlaams-nationalisme bijgevolg tegen de aantasting van onze eigenheid: tegen de Belgische corruptiestaat en haar volksvijandige monarchie, tegen het linkse multicultuur-dogma, tegen de imperialistische francofonie en de oprukkende verengelsing, tegen de verdwazende amerikanisering, tegen de ondemocratische particratie, tegen de aanwezigheid van groepen niet-integreerbare vreemdelingen.

Het N-SA, een bende “fasco’s”? Ook vandaag worden scheldwoorden met een geladen inhoud naar het hoofd van volksnationalisten geslingerd. Diegenen die maar al te graag identitairen, radicale nationalisten, en dus ook de N-SAmilitanten, als fascisten verslijten, behoren in de meeste gevallen tot de (extreem-) linkerzijde. Het gaat dan ook meestal om dezelfde personen die vrij kritiekloos of zelfs vol bewondering waren ten aanzien van marxistische regimes, regimes die steeds totalitair waren / zijn, en een imperialistische en staatsnationalistische koers huldigen. Eigenlijk is het gebruik van scheldwoorden ten aanzien van nationalisten of volksbewuste personen niks nieuws. De linkse nuttige idioten doen op dit vlak net hetzelfde als wat het regime in het verleden steeds heeft gedaan. Zo werden de Nederlandse opstandelingen tegen de Spaanse bezetters in de 16de eeuw spottend “Geuzen” genoemd, wat bedelaars / schooiers betekent. Tijdens de Boerenkrijg werden de Vlaamse verzetslieden “Brigands” genoemd, een uit het Frans afkomstige term voor schurken en struikrovers. “Zwarten” werd na de Tweede Wereldoorlog als benaming gegeven aan al wie verdacht werd van collaboratie met nationaal-socialistisch Duitsland. De scheldnaam bleef in gebruik als omschrijving voor het heroplevend Vlaams-nationalisme na de oorlog. De scheldnaam “zwarte ratten” voor radicale nationalisten, leidde er zelfs toe dat het symbool van een zwarte rat uiteindelijk in gans Europa door nationalistische bewegingen werd aangenomen. Sommige scheldnamen werden eretitels, die men met fierheid draagt en propageert.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , , , , | Leave a Comment »

De Rijksgedachte versus Jacobijns nationalisme

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Deze tekst is niet bedoeld om de lezer te overladen met historische gegevens of namen en termen waar men niets mee kan aanvangen. Het is wel de bedoeling te wijzen op een aantal tekortkomingen die liggen in het streven naar een natiestaat voor elk volk. Die tekortkomingen worden in belangrijke mate geformuleerd door personen die de zogenaamde Rijksgedachte genegen zijn. Velen hebben jammergenoeg een broertje dood aan ideologische kwesties, nochtans een uiterst belangrijke zaak indien wij in debat treden met andersdenkenden. Op het eerste zicht lijkt dit onderwerp iets dat niet onmiddellijk bruikbaar is in dagdagelijkse discussies over politiek en maatschappij. De termen “Rijk” en “Rijksgedachte” komen bij velen oubollig of soms zelfs verdacht over. Ten onrechte.

Het Jacobijnse nationalisme is als kind van de Franse revolutie en het Verlichtingsdenken een ideologie die dan ook de meeste gebreken uit dit modernisme heeft overgenomen. Om te beginnen is het zo goed als onmogelijk en zelfs onwenselijk dat elk volk in de wereld z’n eigen staat(je) krijgt. We zouden dan naar een wereld met naar schatting 5000 staatjes evolueren waarvan vele zo goed als onleefbaar zouden zijn. Het is verkeerd te denken dat culturele, sociaal-economische, historische, geopolitieke,… grenzen steeds kunnen samenvallen. Een noodzakelijke voorwaarde is dat we vertrekken vanuit Europees perspectief. Een nationalist in Europa kan het zich zeker in de 21ste eeuw niet langer permitteren enkel met het eigen volk of z’n eigen staat(svorming) bezig te zijn.

De Rijksgedachte komt tegemoet aan een vraag die in Europa al eeuwen gesteld wordt: hoe kunnen we een evenwichtige, niet op dwang gebaseerde orde vestigen die volkeren en culturen van Europa volledig hun identiteitsbeleving waarborgt en hun verlangens en belangen op een stabiele, duurzame wijze federeert? Tegenover een Jacobijnse Europese superstaat en het “Europa van de nationale staten” ontwikkelde zich vooral bij regionalisten en volksnationalisten de visie van het “Europa der volkeren”. In feite zijn deze drie opvattingen nefast voor Europa en haar volkeren! Buiten het feit dat het “Europa der volkeren” vaak neerkomt op een verdediging van volksstaatjes die intern uniformiseren (een gelijkheid nastreven ten nadele van streekeigenschappen zoals dialecten), is het zo dat men bij aanhangers van het “Europa der volkeren” meestal een gebrek aan visie vaststelt over hoe het Europese geheel moet gebundeld worden en kan functioneren. Die bundeling kan in elk geval beter niet op economische grondslagen gefundeerd zijn zoals de huidige EU. Het primaat van het economische is een punt van overeenkomst in de socialistische en liberale ideologie. Europa heeft nood aan een politieke eenmaking, en die is van een hogere orde dan het economische marktgebeuren.

Een “Europa van nationale staten” is in de praktijk een bestendiging van de macht van de nationale staten met hun soms tegenstrijdige belangen waardoor de Europese cultuurgemeenschap nooit een vuist kan maken tegen externe bedreigingen. Het is dan ook in belangrijke mate anti-Europees. Een unitaire Europese superstaat is onwenselijk omdat dit de culturele, historische, sociaal-economische,… verschillen tussen de Europese volkeren volledig negeert en hen fundamentele rechten op hun niveau ontneemt door een overdreven centralisering van de macht. Zowel het “Europa van de 100 vlaggen” enerzijds als het confederale Europa van de nationale staten of één unitaire Europese superstaat anderzijds, zijn in het nadeel van zowel de Europese volkeren, als van een sterk en stabiel Europa. De ideale oplossing ligt ergens tussenin, en kan onmogelijk een beroep doen op de staatsnationalistische erfgenamen van de Jacobijnen.

Daarom is het van belang de Rijksgedachte als uitgangspunt te nemen voor een hedendaags, sterk Europa dat de diversiteit van z’n volkeren garandeert en deze volkeren op de juiste niveaus verenigt. “In dit Europees Rijk moet de eigenheid der volkeren –niet der staten en staatjes- weer tot uiting komen. In dit Rijk zal de “heimatkultuur” weer een voorname plaats moeten krijgen. (…) Het moet samengesteld worden uit levende, volkse, kultuurkringen waarin de volkse eigenheid weer tot volle bloei kan komen. Deze geest moet ook in de Nederlanden terug levend worden.” [1] Binnen een Europees imperium vindt geen uniformisering plaats, niet ieder volk bekomt hetzelfde (zoals in het “Europa der volkeren”) maar wel “elk het zijne”. Een Europees Rijk is niet op te vatten als een territorium maar wel als een orde en een Idee. Het is een open systeem waar volkeren vrijwillig in toetreden. Binnen dit Europees Rijk is het perfect mogelijk dat grenzen, culturen, talen en economische systemen veranderen. Europa is nooit “af” maar verkeert voortdurend in een wordingsproces. Om de betekenis van de Rijksgedachte ten volle te kennen zijn een aantal begrippen noodzakelijk:

1. De organische natie:

Een organische visie op wat een natie is, betekent het aanvaarden dat men als persoon niet buiten een aantal determinismen kan: niemand kan z’n ouders en geboorteplaats kiezen, niemand kan z’n moedertaal en basisopvoeding kiezen. Doordat geen enkele persoon als een geïsoleerd wezen geboren wordt, maakt iedereen vanaf de geboorte deel uit van een welbepaalde gemeenschap. Elke persoon vormt een “orgaan” van het grotere lichaam, de gemeenschap. Dit natiebegrip maakt zoiets als naturalisaties in feite onmogelijk. Tegenover dit organisch natiebegrip kan met het Jacobijnse anorganische natiebegrip plaatsen. Binnen deze visie kan een individu tot een natie gaan behoren als hij/zij voldoet aan een aantal voorwaarden die de staat oplegt en die door politici naar hartelust veranderd kunnen worden. Ook nationalistische partijen zoals N-VA en Vlaams Blok volgen –jammergenoeg- deze Jacobijnse visie: als een vreemdeling zich assimileert (onze taal leert en onze gebruiken, waarden, normen,… aanvaart) kan hij/zij deel uitmaken van de natie. In een organische visie daarentegen kan een neger of een Chinees dan ook geen Vlaming worden. Integenstelling tot het Jacobijnse nationalisme waar enkel de band tussen individu en natie(-staat) in rekenschap wordt genomen, wordt in een organische visie op “natie” ook aan tussenstructuren belang gehecht: regio’s, gemeenschappen, gemeenten en wijken. De samenleving wordt aanzien als opgebouwd uit concentrische cirkels rond een persoon.

In een organische opvatting is het dan ook evident dat de volkeren, regio’s en Rijksdelen samenwerken en elkaar aanvullen waar mogelijk. Ze zijn niet enkel een culturele, etnische familie. Doordat culturele, economische, geopolitieke,… grenzen niet kunnen samenvallen en er grensoverschrijdende realiteiten bestaan, is het noodzakelijk dat lokale gemeenschappen en structuren zelf samenwerkingsverbanden kunnen aangaan met elkaar, bijvoorbeeld via verdragen. Een goed voorbeeld daarvan is wat wij in ons land kennen als intercommunales (los van het financieel profitariaat dat er voor vele politici mee samengaat). Enkel wanneer het afsluiten van dergelijke samenwerkingsverbanden (tussen “de organen”) risico’s inhoudt voor het groter Rijksgeheel (“het lichaam”), moet een centrale leiding een dergelijke mogelijkheid tot ontwrichting onmogelijk maken.

2. Federalisme:

Federalisme kan hét “organisatiesysteem” bij uitstek zijn voor een Europees imperium. Dit federalisme dient per definitie organisch en asymmetrisch te zijn. Dit betekent dat de relaties tussen de deelstaten onderling en tussen hen en het Rijk niet allemaal gelijk zijn. Deze ongelijkheid impliceert geen discriminatie maar wel het ten volle respecteren en uitdragen van de culturele en historische eigenheden van een regio. Het statuut van deelstaten kan onderling erg verschillend zijn. Er is dus minder bestuurlijke eenvoud maar in het Rijksdenken krijgen cultureel-etnische factoren voorrang op bestuurstechnische. Het federalisme dat men vandaag in de meeste zichzelf federaal noemende staten terugvindt is vals. Dit geldt zeker voor de belgische staat, waar het federalisme enkel dient om deze staat langer in leven te houden. Het feit dat belgië geen asymmetrische regeringen verdraagt (noemenswaardig verschillende coalities op federaal en deelstatelijk niveau) zegt voldoende.

3. Subsidiariteitsbeginsel:

Dit beginsel heeft z’n wortels in de katholieke maatschappijvisie en moet een antwoord geven op de vraag waar het best een beslissingsbevoegdheid ligt in een hiërarchie. Kern van het subsidiariteitsprincipe is dat het beleid en de beslissingen geen vorm mogen krijgen op een hoger niveau (verder van de bevolking verwijderd) dan strikt noodzakelijk. Er wordt vanuit gegaan dat de beslissingen genomen worden door hen die er direct belang bij hebben en er het meest de gevolgen van ondergaan. In tegenstelling tot het Jacobijnse denken over de natiestaat, wordt in het Rijksdenken geen enkel niveau als absoluut gesteld. Ieder bestuursorgaan heeft een aanvullende taak volgens een welbepaalde hiërarchie van basis naar top. Dat de huidige EU-bureaucratie zich ondermeer bezighoudt met pakweg het gewenste gewicht van een koekjesdoos, stemt tot nadenken over haar bevoegdheden en het verwaarlozen van het subsidiariteitsbeginsel.

De Rijksgedachte is in feite de verderzetting van de Romeinse imperiale traditie waar Julius Evola reeds op wees. Een Rijks-Europa mag onder geen beding zich afkeren van macht en het willen verwerven ervan. “Als Europa geen macht wil zijn zal het de macht van een buiten-Europese staat ondergaan – de macht van de VSA” zo stelde Luc Pauwels het.[2] Er moet evenwel op gewezen worden dat het verdedigen van de vorming van een Europees imperium geenszins een pleidooi betekent voor Europees imperialisme, het is wel imperiaal. Dit betekent dat Europa intern stabiliteit en harmonie moet nastreven, maar extern niet aan machtsuitbreiding kan gaan doen in de zin van agressiepolitiek of veroveringsdrang.

Conclusie: De Rijksgedachte biedt een uitweg voor een sterk eengemaakt Europa zonder dat de culturele verscheidenheid binnen Europa verloren dreigt te gaan. Het biedt een antwoord op de kwestie van het Amerikaans cultuurimperialisme en het vasthouden aan belangen van Jacobijnse nationale staten die Europa niet verder willen zien gaan dan een intergouvernementele confederatie. De Rijksgedachte ligt in het verlengde van onze nieuw-solidaristische en nationaal-conservatieve visie. Door toepassing van de verscheidene beginsels die de Rijksgedachte schragen, kunnen Jacobijnse nationale staten meer en meer uitgehold worden. Rijksdenken komt tegemoet aan etnisch nationalisme dat identiteitsbescherming vooropstelt. Het botst met burgerlijk nationalisme dat gebaseerd is op waarden van 1789. Het is juist dat de Rijksgedachte op zich voorlopig weinig bruikbaar is in dagdagelijke politiek. De visie en begrippen die er de grondslag van vormen zijn echter zeer zeker bruikbaar.

Fritz

Bronnen:

De Herte R., Oui à l’Europe fédérale. In : Eléments, nr.96, nov. 1999, p.3
De Hoon F., Christoph Steding, de Rijksgedachte en de Nederlanden. In: TeKoS, nr. 47, 1987, pp.39-48
Pauwels, L., Maastricht: ja toch. Over de lange weg van de liberale E.E.G. naar de Europese Rijksgedachte. In: TeKoS,
Steuckers, R., Définir la subsidiarité. In : Nouvelles des Synergies Européennes, nr.17, jan. 1996, pp.19-21
De Hoon F., Christoph Steding, de Rijksgedachte en de Nederlanden. In: TeKoS, nr. 47, 1987, p.44
Pauwels, L., Maastricht: ja toch. Over de lange weg van de liberale E.E.G. naar de Europese Rijksgedachte. In: TeKoS

Posted in europa, traditie en revolutie | Getagged: , , , , | Leave a Comment »

De gesel van het marxisme en het gelijkheidsdenken

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

“Eén mens doden is moord, een miljoen mensen doden is slechts een statistiek” (Jozef Stalin)

Heel wat personen menen vandaag de dag nog steeds oprecht dat de gelijkheid die zij nastreven een zegen voor de mens is of zou zijn. Hun belofte van gelijkheid is in het verleden evenwel steevast op een mislukking uitgelopen: het communisme heeft haar verraden door de meest moorddadige regimes uit de geschiedenis te installeren; het kapitalisme heeft er de spot mee gedreven door de meest beschamende economische en sociale ongelijkheden te legitimeren op grond van een puur principieel gelijkheidsbeginsel. Ondanks wat ze tegenover elkaar stelt, behoren liberalisme en socialisme fundamenteel tot dezelfde categorie, die teruggaat op de Verlichting en de Franse Revolutie: hetzelfde individualisme aan de basis, hetzelfde universele gelijkheidsdenken, hetzelfde rationalisme, hetzelfde primaat van de factor economie, hetzelfde hameren op de emancipatoire waarde van arbeid, hetzelfde vooruitgangsgeloof en hetzelfde hopen op het einde van de geschiedenis. In menig opzicht heeft het liberalisme alleen maar met méér doelmatigheid bepaalde doelstellingen verwezenlijkt die het met het socialisme gemeen had: uitroeiing van groepsidentiteiten en traditionele culturen, onttovering van de wereld, wereldwijde uniformisering van het productiesysteem.

Ter linkerzijde was men bereid zo’n radicale breuk in koop te nemen ter wille van het ideaal van “de nieuwe mens” die onbeperkt kneedbaar zou zijn door de gestage of brutale wijziging van zijn levensomstandigheden en hem te ontdoen van zijn identiteit. Vanuit dit gezichtspunt verwordt de verscheidenheid in de wereld tot een hindernis en alles wat de mensen onderscheidt wordt opgevat als iets bijkomstigs, toevalligs, verouderds of gevaarlijks. Voor zover (neo-)marxisme niet alleen bij een gedachtegoed bleef, maar zich ook uitte in daadwerkelijk handelen, zien we haar pogingen om individuen met inzet van alle mogelijke middelen los te wrikken uit hun specifieke gemeenschappen om ze alsdan te onderwerpen aan een universeel geldende wijze van samenleven. Deze utopie (ideaalidee over de inrichting van de samenleving) is uitgelopen op de totalitaire constructies en concentratiekampsystemen van de twintigste eeuw.

De mens is van nature ingebed in een identiteit die door veel factoren bepaald wordt: als eenmalig wezen is hij een eeuwige grensganger tussen het universele (zijn soort) en het particuliere (iedere cultuur, ieder tijdperk). Cultuurverschillen berusten noch op zinsbegoocheling noch zijn ze de uitkomst van tijdelijke of toevallige kenmerken van secundair belang. Culturen hebben altijd en allemaal hun eigen “zwaartepunt”: verschillende culturen geven verschillende antwoorden op de wezenlijke vragen. Daarom komt elke poging om ze één te maken neer op de vernietiging ervan. Juist daarom vormt multiculturalisme een gevaarlijke vergissing. Door het feit dat men gelijkheid als een primair na te streven doel stelt, en dit principe ingaat tegen de feitelijke natuur (geen 2 culturen en geen 2 mensen zijn gelijk, hun gedrag en hun handelen evenmin) kan het niet anders dan dat dit streven leidt tot onderdrukking en nivellering naar beneden. Dat dit bij marxisten tot geweld en terreur-excessen leidde hoeft geen betoog, een schoolvoorbeeld daarvan is Pol Pot, de communistische leider van de Rode Khmer in Cambodja.

Pol Pot wou evolueren naar een (agrarische) samenleving waarin iedereen gelijk was. Alles wat te maken had met geld, economie, religie, kunst, cultuur en emoties werd verboden. Mensen die in de stad werkten voor de regering of bijvoorbeeld bij een bank, werden beschouwd als vijanden van het regime. Dat gold ook voor studenten, mensen die gestudeerd hadden, mensen die Frans spraken en zelfs mensen die een bril of een horloge droegen, gewoon omdat de allerarmsten zich dit dikwijls niet konden veroorloven. Als iemand eenmaal bekend stond als vijand van het regime betekende dat vrijwel zeker de dood, het overkwam 2 miljoen Cambodjanen.

Maar in Cambodja waren lang niet de enige “Killing Fields” van de linkse gelijkheidsfundamentalisten:

Sovjet-Unie :48 mln. doden
China: 52 mln. doden
Oost-Europa : 1 mln. doden
Vietnam: 1 mln. doden
Cambodja: 2 mln. doden
Afghanistan: 1,5 mln. doden
Afrika: 1,7 mln. doden
Latijns-Amerika : 150.000 doden
Komintern en niet-regerende communistische partijen: 10 mln. doden

Voor Cuba en Noord-Korea zijn nog geen betrouwbare cijfers bekend omdat de terreurregimes er nog steeds bestaan.

Er zijn binnen de linkse, marxistische familie meerdere strekkingen. De meest moorddadige zijn de stalinisten-maoïsten. De “leiders” Mao en Stalin waren in hun regeerperiode verantwoordelijk voor naar schatting respectievelijk 38 miljoen en 40 miljoen doden. Een andere strekking zijn de trotskisten, de meest schijnheilige van allemaal. Zij trachten elke misdaad tegen de mensheid die voortvloeide uit de marxistische ideologie steevast op het stalinisme af te schuiven en hun voorbeelden Lenin en Trotski voor te stellen als zuivere revolutionairen die enkel het goede met de bevolking voor ogen hadden, geholpen door het feit dat Trotski werd vermoord door een agent van Stalin. Niks is minder waar!

Lenin en Trotski zijn persoonlijk verantwoordelijk voor minstens 4 miljoen doden in de voormalige USSR, zij waren ook de oprichters van de Cheka (voorloper van de KGB) en van de eerste concentratiekampen die Alexandr Solzjenitsyn later de ‘Goelag archipel’ zou gaan noemen. Trotski liet de opstand in de marinebasis Kroonstadt bloedig onderdrukken. Een bevel aan de Cheka vanwege Lenin luidde letterlijk: “Jullie moeten een voorbeeld aan deze mensen stellen. Hang, en ik bedoel publiekelijk, tenminste 100 koelakken, rijke bastaarden en andere bloedzuigers op”.

Hun slachtoffers hoorden bij een “verkeerde klasse” (adel, geestelijke, rijke lieden, landeigenaars, koelakken) of bij een verkeerde natie (Oekraïners, Kalmyken, Volga-Duitsers, Tsjetsjenen, joden(!!!)) of hadden verkeerde politieke opvattingen. Of ze waren familielid van zo iemand of ze waren leraar, schrijver, hoge militair en ze konden dus in de toekomst potentiële tegenstanders worden. Stalin verkondigde: “de koelakken moeten uitgeroeid worden, want het zijn geen menselijke wezens.” Lenin was de perfecte voorloper van Stalin: hij bedacht al concentratiekampen, collectieve deportaties, repressie van boeren met gifgas en andere technieken. Lang niet alle dode slachtoffers van het marxisme vielen als gevolg van de vervolging, maar ook door zware fouten in politieke beleidskeuzes. Door de collectivisatie van de Chinese landbouw tijdens Mao’s “Culturele revolutie” stierven 27 miljoen mensen door hongersnood. Vandaag bereiken ons regelmatig berichten over hongersnood in Noord-Korea, waar plattelandsbewoners bij wijlen hun toevlucht zoeken tot het eten van boomschors.

De hedendaagse neomarxistische “Linkse Kerk” is altijd terughoudend geweest met het veroordelen van dergelijke communistische wreedheden. De verklaring daarvoor is simpel: zij delen beiden een fundamenteel geloof in de menselijke natuur en de rol van een overheid die menselijk gedrag moet “vormen en bijsturen waar nodig”. Tot op de dag van vandaag verdedigt diezelfde Linkse Kerk de idealen van het communisme. Het lijkt er op dat de enigen die iets geleerd hebben van de volslagen mislukkingen van marxisme in de communistische landen diegenen zijn die het slachtoffer van dat experiment zijn geworden. Neomarxisten bekennen zich –terecht- tot de tegenstanders van de kapitalistische globalisering, maar plaatsen er wel een andere globalisering voor in de plaats die al minstens even vernietigend werkt voor volkeren en culturen.

Sommige van de dienaars van de hedendaagse “Linkse Kerk” staan in het onderwijs en beïnvloeden mee wat leerlingen en studenten (zowel middelbaar als hoger onderwijs) te zien, te horen en te lezen krijgen. Sinds mei-’68 hebben ze zich in het systeem ingenesteld. Nog steeds bepalen sommigen van hen vaak onopgemerkt de wijze van denken van hun leerlingen. Afwijkende stemmen die tegen het gelijkheidsdogma en de grijze one-world maatschappij ingaan worden doodgezwegen of gestraft. Zij willen de ideologische orthodoxe toestand bevriezen om zo nieuwe synthese, die hun intellectueel comfortabele positie bedreigt, lam te leggen.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , , , , , , | Leave a Comment »

De Gelijkheidsmythe

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Elk tijdperk heeft zo haar eigen funderende legende, een onderliggende mythe die de “Zeitgeist” van die periode reflecteert. Diegenen die momenteel in het huidige Westen leven, leven in de schaduw van de Gelijkheidsmythe. Onze politieke en sociale instellingen werken vanuit de veronderstelling dat mensen fundamenteel gelijk zijn en dat alle ongelijkheden in de realiteit aberrant zijn en daarom dwingend moeten bijgestuurd of hersteld worden. Aanwerven, ontslaan, huren, toegang tot instellingen,… zelfs onze spraakpatronen, allen zijn ze bepaald door egalitaire principes. We verafgoden de kampioenen van de gelijkheid als heiligen van de rationaliteit en demoniseren de tegenstanders ervan als zijnde achterlijk of als schurken met autoritaire sympathieën. Wat zijn de wortels en de resultaten van die Gelijkheidsmythe?

Gelijkheid: oorsprong van een mythe

Gelet op de manier waarop de Gelijkheidsmythe wordt verpakt en aan de man gebracht, zijn haar wortels toch enigszins verrassend. Ondanks te worden voorgesteld als het product van het Verlichtingsrationalisme, en de “logische” keuze te zijn van de rationeel denkende mens, is egalitarisme niet geworteld in wetenschappelijk bewijs of rationeel onderzoek, maar wel in de christelijke theologie en metafysica. Inderdaad, empirische realiteit en wetenschappen blijven de voornaamste struikelblokken voor egalitaire denkers, want zij onthullen dat mensen NIET gelijk zijn, maar daarentegen sterk variëren in aanleg, geschiktheid, vaardigheden,… De simpele realiteit is dat sommige mensen meer geschikt zijn dan anderen en dus, praktisch gezien, superieur zijn in vergelijking met hen die minder begiftigd zijn. Met als resultaat dat egalitaristen genoodzaakt zijn hun toevlucht te zoeken tot essentieel metafysische argumenten, namelijk dat alle mensen een gelijke “morele” en “spirituele” waarde en essentie hebben, en bijgevolg een gelijke behandeling verdienen. Deze veronderstelling is uiteraard niet gebaseerd op rationele argumentatie en observatie, maar wel in de christelijke Heilige schriften en wordt afgeleid van de notie dat alle mensen gelijk zijn voor God (zie Galaten 3:26-29, Akten 10:34-35-17:26). Uiteraard botst dit met de sluier van het rationalisme waarin de egalitaristen zich graag verhullen, en het verklaart waarom egalitaristen zo afkerig staan tegenover het introduceren van empirische bewijzen voor hun stellingen, terwijl etnische nationalisten, racialisten, anti-feministen,… en andere differentialisten hun beweringen kunnen staven met statistische en empirische gegevens.

Sociale gevolgen van de Gelijkheidsmythe

Er zijn uiteraard gevaren inherent aan het niet kritisch aanvaarden van mythen, en de Gelijkheidsmythe is daar geen uitzondering op. De vertakkingen van het egalitarisme zijn manifest en veelvuldig.

1. De Gelijkheidsmythe bestraft de getalenteerden en schept een maatschappij van middelmatigheid Superieure mensen, de meest capabele en meest getalenteerde mensen worden voortdurend tekort gedaan door pogingen om inferieuren te bevoordelen (bijvoorbeeld via positieve discriminatie). Iemand die uitblinkt wordt verdacht, en wordt zeker niet beloond. Het eindresultaat is een “gelijkheid” in de vorm van uniforme middelmatigheid, een situatie die zowel contraproductief als onnatuurlijk is (evolutie kan pas echt bij differentiatie, hiërarchie en vooruitgang van superieur leven).

2. De gelijkheidsmythe leidt tot degeneratie van waarden en idealen. Eer, trouw en transcendentie zijn aristocratische eigenschappen, ze behoren tot superieure mensen, en hebben bijgevolg geen plaats in een maatschappij van “gelijken”. Het resultaat is, niet verrassend, sociaal verval. Gebroken gezinnen, gebroken families, misdaad, zedenverwildering, kortzichtigheid, hebberigheid, dat zijn de vruchten van het egalitarisme. Ook kunst is aangetast door de kwaadaardige hand van het egalitarisme, want een egalitaire maatschappij richt al haar energieën naar pacificatie en aanbidding van de Gemiddelde Mens (in wiskundige termen de laagste gemeenschappelijke deler). Het resultaat is betekenisloze “kunst” die tendeert tot shockeren of vulgariteit.

De waarheid is uiteraard dat zoiets als “gelijkheid” niet bestaat. Mensen zijn verschillend, niet gelijk. Bijgevolg verdienen mensen geen gelijke behandeling maar wel volgens hun mogelijkheden, vaardigheden,… en hun waarde voor de gemeenschap. De gevaarlijke, irrationele Gelijkheidsmythe moet verworpen worden, want het is uiteindelijk niks meer dan een sociale kanker die het weefsel in een beschaafde maatschappij wegvreet.

Jon Smith, vertaling Fritz

Posted in Uncategorized | Getagged: , , | Leave a Comment »

Culturele globalisering

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Twee voorbeelden: “Coca-lisation” en “Political Correctness”

Samengaand met de zgn. “coca-lisation” van de wereld en de politieke dominantie van de VS is het Engels het Latijn van de Middeleeuwen geworden. In vele internationale instellingen is het de enige voertaal.

De economische verhoudingen zijn inderdaad niet zonder gevolgen voor de cultuur. Het leidt tot hegemonie in de communicatiesector, zoals het voorbeeld van het wereldwijd medianet van de VS aantoont. Amerikaanse televisieseries beschikken over een ruime markt en hun productie is derhalve goedkoper; ze zijn al afgeschreven in de VS en kunnen tegen spotprijzen in Europa worden verkocht. Daarom zijn ze overvloedig op de Europese televisies aanwezig. Zo neemt de invloed van het Engels nog toe.

In Amerika zijn media en cinema uitsluitend door commerciële belangen beheerst. Hun hoofddoel: een publiek vinden voor de uitgezonden directe en indirecte reclame. De consumptie dient te verhogen! De aangeprezen wegwerpmentaliteit draagt bij tot de vervuiling van het milieu. De gepropageerde en gestroomlijnde wancultuur bedreigt het cultuurleven. De Europese media volgen het voorbeeld.

Ook in de EG zijn er problemen. Hoewel theoretisch gelijk, zijn de diverse culturele groepen in feite niet gelijk. George Orwell zei het al: “some animals are more equal than others”. De culturele prestaties van kleine gemeenschappen zijn dikwijls even belangrijk als die van grotere gemeenschappen, maar hun productie is weer duurder (in economenjargon: ze missen schaaleffecten). De kleine cultuurgemeenschappen hebben het veel moeilijker: cultureel protectionisme is dan ook gewettigd om niet door andere culturen te worden overspoeld.

Een vorm van mondialisering is het politiek correct denken. Een Amerikaanse publiciste(1) definieert het als volgt: “de inspanning van de VS om opvoeding, taal, gedrag en wetgeving zodanig te wijzigen dat ze multiculturalisme en feminisme weerspiegelen”. De Amerikaanse invloed leidt in Europa tot wetten die racisme verbiedt. Daarbij wordt zelfs aan privaatrechtelijke personen het recht verleend om initiatieven te nemen!

Welk gevaar is er verbonden aan de betwisting van een “officiële” waarheid (die alleen maar wantrouwen wekt)? Zoals een bekend Engels weekblad(2) het zegt: “de regering kan en zou het racisme moeten laken, maar het is haar taak niet racisten te vervolgen, wier enige overtreding hun opinie is”. Godfried Bomans zei het al: “Je bent tegenwoordig fascist voor je ’t weet”.

De pers wijkt in alle geval niet af van het correct politiek denken. Geen wanklanken bijvoorbeeld inzake buitenlandse politiek. Belgiës slaafse adoptie van Amerikaanse (en EG) standpunten is mede te verklaren door de belangstelling van zijn ministers voor internationale functies, bv. bij de NAVO en de EG.

Commentatoren en columnisten die de conventionele waarheden niet verkondigen, is geen lang journalistiek leven beschoren. Zo worden waarschuwingen voor de multiculturele maatschappij schaars: één van de laatste – van wijlen rector Aloïs Gerlo – dateert van 1993: “…het multiculturalisme… staat haaks op het wezen en de verworvenheden van de Vlaamse beweging…”(3).

Migratie

De Verenigde Staten willen een multiculturele samenleving zijn: immigranten moeten de smeltoven in. Spaanssprekende immigranten ondervinden een sterke weerstand als zij hun taal willen behouden. Toch is van integratie geen sprake. Na tweehonderd jaar vormen de zwarten nog altijd een aparte groep. In verscheidene steden vormen zij de meerderheid (70 procent in Washington). Binnen een tiental jaar heeft Californië een niet-blanke meerderheid. De “clash” tussen de culturen neemt toe(4).

Europa bestaat uit diverse, afzonderlijke, maar cultureel homogene entiteiten. Belangrijke internationale lobby’s zijn erin geslaagd dit model in gevaar te brengen door overeenkomsten op te dringen die immigratie op grote schaal bevorderen. Wetten waarover het volk nooit werd geraadpleegd, maken een toestroom van zogezegde asielzoekers mogelijk. Er wordt jaarlijks meer geld aan besteed dan aan de eigen, armste gepensioneerden.

Waarom zou er een einde komen aan de immigratie? In de emigratielanden verdient men door te werken veel minder dan wat men in de immigratielanden krijgt voor niets te doen! Sommige Amerikaanse auteurs waarschuwen: Europa creëert een samenleving bestaande uit diverse rassen (“racialisation of society”) en zal weldra de sociale spanningen kennen die historisch verbonden zijn met de VS, waar de rassen – zo schrijven zij – toch “separate and unequal” blijven(5).

Voor de kosmopolieten is de strijd voor de handhaving van “kleine” talen en homogene cultuurgemeenschappen een uiting van nationalisme(6) , dat zelf als een uiting van barbaarsheid wordt beschouwd. Voor hen is materiële welvaart het enige behartigswaardige doel. Vandaar hun spirituele leegheid en hun misprijzen voor de kleine cultuurgemeenschappen.

Conclusie

De mondialisering bedreigt de identiteit van de diverse naties via haar invloed op cultuur en beschaving. Ook cultureel protectionisme is niet zonder meer af te wijzen.

Klagen over het overwicht van de VS heeft weinig zin: het is onze eigen schuld. Tijdens de 19de eeuw domineren de Europese volken de wereld: economisch, politiek, cultureel.

Thans is de EG een enorme en bemoeizieke bureaucratie. Ze looft het subsidiariteitsbeginsel, maar hoe meer ze dat doet, hoe meer ze het miskent. Het principe is nochtans vrij eenvoudig: wat een kleine eenheid doeltreffender doet, is niet de taak van een groter ensemble. Wat Vlaanderen efficiënter verricht dan België, mag Belgiës opdracht niet zijn. Wat de staten beter doen, is niet de bevoegdheid van de Gemeenschap. Maar in werkelijkheid houdt de Gemeenschap zich bezig met materies, zoals de cultuur, die duidelijk tot de bevoegdheid van de lidstaten behoren.

Precies op cultureel vlak doet Europa bitter weinig om de invloed van het stompzinnige materialisme van een gelijkgeschakelde “transatlantische” cultuur te beperken. Amerika is nochtans op vele gebieden geen voorbeeld.

(1) Margot Hornblower, Politiquement correct?, Time, 13 juni 1994.
(2) Free speech and Europe, The Economist, 16 dec. 1995.
(3) Aloïs Gerlo, Onze culturele eigenheid, Trends, 19 aug. 1993.
(4) Samuel Huntington, The clash of civilisations, New York, 1996.
(5) C. Sidanius, Immigrants in Europe. The rise of a new underclass, The Washington Quarterly, herfst 1998.
(6) Onder nationalisme verstaat men de voorliefde voor het eigen volk, voor eigen aard, tradities en cultuur. De nationale identiteit impliceert het gevoelen tot dezelfde gemeenschap te behoren en wordt bepaald door een gezamenlijk verleden en het besef dezelfde belangen en dezelfde toekomst te hebben.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , | Leave a Comment »

68’ers

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Van Italië tot Frankrijk, van Duitsland tot Engeland, overal maakt de post-WO2 generatie het goede weer uit. In hun jeans en gymschoenen stoomden ze op naar de macht. Meer dan dertig jaar geleden zetten ze Berkeley, Parijs, Berlijn,… op hun kop; marcheerden ze tegen het Amerikaanse imperialisme in Vietnam, en steunden de Joegoslavische dictator, Josip Broz Tito, en zijn “socialisme met een menselijk gelaat”. Ze maakten pelgrimstochten naar Hanoi, Havana en Belgrado, velen van hen gekleed in Vietcong gewaden of in kledij van Mao’s stijl. Een zekere Jane Fonda bracht zelfs een beleefdheidsbezoekje aan Noord-Vietnam, waar ze poseerde gezeten op een communistische howitzer. Deze generatie protesteerde tegen hun welvarende ouders, en ze gebruikten het geld van hun ouders om hun eigen welvaartstaat te vernietigen. Een brandende joint ging van hand tot hand, terwijl Bob Dylan de woorden uitbraakte die een generatie definieerde: “Everybody must get stoned.”

Lees de rest van dit artikel »

Posted in maatschappij, vorming | Getagged: , , , , , , , , , , | Leave a Comment »

Manifest tegen globalisering

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Inleiding

Verscheidene nationalistische militanten hebben besloten zich te groeperen in een actiecomité onder de naam “Nationalisten tegen globalisering”. Daarmee heeft het de bedoeling een aantal legale, vreedzame acties te voeren in de rand van de Europese vergaderingen, die in België zullen doorgaan, en dit naar aanleiding van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie.

De samenwerking tussen de personen onderling voor dergelijke acties beperkt zich strikt tot de strijd tegen globalisering. Daarbuiten behouden eventueel deelnemende groepen en organisaties hun volledige onafhankelijkheid, en kunnen ze niet verantwoordelijk worden geacht voor de daden, en/of ideologische posities van andere groepen en individuen wat betreft andere onderwerpen.

De deelnemende personen / organisaties aan het comité steunen en onderstrepen enkel de volgende platformtekst:

Waarom zijn wij tegen de globalisatie?

Als nationalistische militanten, die de strijd voor identiteit niet opgeven, willen wij oppositie voeren tegen de globalisering.

Wij zijn van mening dat onze nationalistische visie op de wereld in strijd is met de mondialisering van de economie, die op termijn zal leiden tot iemand zonder cultuur, die tegelijk overal en nergens nog thuis is, en die heel makkelijk beïnvloedbaar is zowel ideologisch, maar ook als consument.

De globalisering is het ultieme middel om de economische machten, en zij alleen, de politieke agenda te laten bepalen. Wij zijn echter van mening dat het de politiek zelf moet zijn die de economie dient te dirigeren en dat op basis van de grondwet en democratische verkiezingen.

Wij kunnen principieel niet aanvaarden dat multinationals zomaar het recht hebben zich te delocaliseren wanneer ze maar willen met als enige doel meer winst te maken en dit zonder enige controle of respect voor het menselijke individu.

Het liberale model beweert dat grenzen schadelijk zijn voor de handel; dat het systeem van sociale en syndicale maatregelen de markten ontregelen; en dat zonder staatsinterventie de economie een evenwicht zou vinden dat ten goede komt aan alle landen.

In werkelijkheid is dit een zinsbegoocheling. De vrije markt veroorzaakt enorme ongelijkheden tussen arme en rijkere landen. Het kapitalisme weet deze situatie uit te buiten. De armste landen leveren namelijk volop en overvloedig goedkope arbeidskrachten, die overgeleverd worden aan de willekeur om tegen een hongerloon in de illegaliteit te gaan werken. Ook is er de invoer van de grondstoffen uit de ontwikkelingslanden, die tegen een spotprijs worden aangekocht. In de rijke landen wordt deze massa goedkope arbeidskrachten gebruikt om de lonen van de eigen arbeiders te drukken. Zo beschikt de directie over twee troeven, wanneer werknemers om loonsopslag vragen. Ofwel kan men nieuwe immigranten laten overkomen, die bereid zijn tegen een lager loon te werken. Ofwel kan men dreigen met delocalisatie.

Maar evengoed dulden we niet langer de hypocrisie van aanhangers van de mondialisering die zich tegen racisme verzetten maar wel toelaten dat bepaalde multinationale ondernemingen duizenden mensen aan de andere kant van de wereld uitbuiten (toestanden die doen terugdenken aan de 19e eeuw in Europa), en dat dit alles gebeurt onder het mom van “vrije markt”.

Wij hebben ook onze bedenkingen bij de globalisering omdat ze in onze ogen niet meer is dat een aangepaste, modernere versie van het internationalisme. Deze tendens betekent namelijk in de eerste plaats het verdwijnen van de nationale grenzen, om in een volgende fase de identiteit van de verscheidene volkeren te laten vervagen. Wij willen niet verworden tot wat vandaag vaag wordt omschreven als een wereldburger, iemand zonder identiteit of ziel. Als nationalisten zijn we trots Vlaming te zijn en wensen die ook in de toekomst te blijven.

Maar onze strijd mag niet verward worden met die van extreem-links, veelal een groepje beroepsbetogers die zich over enkele jaren toch inpassen in het sociaal-democratische systeem.

Dit vermeende verzet van extreem-links tov de globalisering is immers niet meer dan een poging om de gevoelens van afkeer bij de bevolking te kanaliseren en op termijn te neutraliseren.

De enige ware tegenstanders van de globalisering zijn de nationalisten, die al sinds jaar en dag het aan de gang zijnde proces aan de kaak stellen dat ertoe geleid heeft dat vandaag de mondialisering een feit is.

Tien alternatieven voor de globalisering:

De Europese landen moeten de financiering stopzetten van internationale organisaties zoals de VN, IMF,… Het zijn namelijk deze instellingen die de ideologie concreet vorm geven en er de verdediging van opnemen.

Europa dient meer aandacht te besteden en meer middelen vrij te maken voor de verdediging en promotie van de Europese talen en culturen.

Behoud van de nationale munten, wat tegelijk betekent dat het project Euro dient gestopt te worden.

Verdere samenwerking van de Europese landen in een confederaal verband om zo tot een economische grootmacht uit te groeien die in staat is het hoofd te bieden aan de VSA en Japan.

Opdrijven van de productie in Europa in cruciale sectoren (bvb. landbouw) om zo minder afhankelijk te zijn van andere economische machten zoals Japan en VSA.

Ontmoediging van delocalisering door het uitvaardigen van boetes en concrete sancties voor multinationals die de regels overtreden.

Op nationaal vlak moet een eind komen aan de fiscale verstikking van de KMO’s, zodat deze aan een herstel kunnen werken. Importproducten die de nationale economie bedreigen, kunnen wel zwaarder belast worden.

Hernemen van de controles aan de Europese en nationale grenzen tegenover niet-Europese onderdanen en het minder eenvoudig maken van de voorwaarden om hier te verblijven.

Een halt toeroepen aan het afhankelijk maken van Europa’s beleid aan dat van de VSA.

Opheffing van de NAVO die niet langer meer een defensie-organisatie is, maar een manier om de VSA in Europa militair te vertegenwoordigen.
Welk alternatief stellen wij voor?

Om een eind te maken aan het globaliseringsproces, stellen wij ook een alternatief voor. In plaats van de wereld voor te stellen als een immense eenheidsmarkt, moet men tenderen naar zogenaamde kernen. Deze geopolitieke gehelen zullen bestaan uit landen die in eerste instantie voorkeur geven aan interne handel, vervolgens aan handel met landen uit haar omgeving en tenslotte aan landen uit een andere kern. Concreet zien we drie van dergelijke kernen: de Europese Unie, de NAFTA (VSA, Canada en Mexico) en Japan, aangevuld met de Aziatische ontwikkelingslanden. Om iets van invloed te verwerven, mogen deze kernen zich niet louter beperken tot economische samenwerking, maar is ook een politieke structuur noodzakelijk. Deze moet hen de nodige middelen geven om diplomatiek en militair tussen te komen, maar ook de nodige technische en financiële steun te verschaffen.

Deze verschillende kernen moeten in de eerste plaats voldoende groot zijn om te beschikken over voldoende primaire grondstoffen om niet te moeten afhangen van andere grootmachten. Het is immers zo dat diegene die de ontginning van primaire grondstoffen en energiebronnen controleert, indirect ook de prijs van haar concurrenten kan bepalen (cf. OPEC). Het is in dat geval dan ook mogelijk haar wil op te leggen aan andere landen. Een einde hieraan brengen, kan in de toekomst meteen ook heel wat oorlogen vermijden.

De globalisering vandaag heeft als enige doel het cumuleren van een steeds groter kapitaal. Het is daarom nodig om een dergelijk uitgangspunt te verlaten en te ijveren voor een economie die de mens terug centraal stelt.

Een nationalistisch economisch beleid is niet blind voor het winstprincipe, maar schuift ze echter op de tweede plaats. Belangrijker is dat eerst wordt nagegaan of een bepaald product ter plaatse kan worden gemaakt, zelfs als dit duurder blijkt dan deze te importeren. Op die manier verzekert men zich van werkgelegenheid en van het feit dat de kennis terzake hier blijft.

Eveneens komt dit onze onafhankelijkheid ten goede. Wie toegeeft om meer winst te maken of om competiviteitsredenen en voor een deel van zijn behoeften aangewezen blijft op het buitenland, wordt zonder het te weten verplicht verder te blijven importeren, gezien hijzelf niet meer over de mogelijkheid beschikt het zelf nog te doen. Wat meer “economisch nationalisme” kan dan ook de vrijheid en onafhankelijkheid van een natie enkel maar ten goede komen.

Een nationalistisch economisch beleid is erop gericht om hetgeen in een land beschikbaar is aan potentieel (ook menselijk) zoveel mogelijk te ontwikkelen. In een op winst gerichte economie, heeft een ondernemer er soms baat bij om de productie in te krimpen of nieuwe technieken uit te stellen. Voorbeelden als Microsoft tonen aan dat het voor bedrijven met een monopolie soms voordeliger is de prijzen kunstmatig hoog te houden en innovatie te vertragen om zo hun gunstige positie in stand te houden.

Vandaar dat het aangewezen is dat de economie ook op nationaal vlak deels gecorrigeerd wordt. Een economie is namelijk meer dan het maximaliseren van winst. Ze heeft namelijk voor alles de taak om de mens te helpen zich te ontplooien. De economie kan daarvoor de middelen vrijmaken, de mens kan dan zien wat hij ermee doet. In plaats van louter materieel genot is het ook belangrijk dat de mens zijn creativiteit en vrijheid kan botvieren. Samenvattend kunnen we stellen dat de economie de nationale belangen dient te laten primeren boven zuiver winstbejag. Vandaar dat een derde weg moet worden gevonden tussen het communisme, dat bewezen heeft een gruwelijke utopie te zijn, en het liberalisme.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , , , , , , | Leave a Comment »

11 clichés omtrent immigratie

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Nota: de onderstaande tekst is een vertaling van een fragment uit een werk van de Franse filosoof Guillaume Faye. De tekst is dan ook in belangrijke mate gericht op de Franse situatie, maar deze verschilt weinig of niets met de situatie in Vlaanderen, Nederland en de rest van West-Europa.

In ‘De Kolonisatie van Europa’ schrijft Guillaume Faye dat men niet meer kan spreken van immigratie, maar eerder van kolonisatie door grote bevolkingsgroepen uit Afrika, Noord-Afrika en Azië; dat de Islam een verovering van Frankrijk en Europa onderneemt; dat de ‘criminaliteit der jonge allochtonen’ het begin is van een burgeroorlog; dat wij overweldigd worden door een allochtone bevolkingsexplosie en dat om demografische redenen een islamitische macht zich zal vestigen in Frankrijk, allereerst op lokaal stedelijk niveau en vervolgens wellicht op landelijk niveau.

Lees de rest van dit artikel »

Posted in frankrijk, islam, migratie | Getagged: , , , , , , , | Leave a Comment »

Basisoppositie tegen het politiek en economisch systeem

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

De politieke klasse in het onzalige België en de EU ondergraaft het democratisch Vlaams volksbewustzijn en de Europese verbondenheid ten voordele van een antidemocratisch en antisociaal internationalisme. Bijgevolg voelen we ons als identitairen, als volksnationalisten ons verplicht tegen dit systeem te reageren.

Centraal in deze uiteenzetting staan drie vragen die moeten beantwoord worden:

1. Wat verstaan we onder “het systeem”?
2. Wat willen we met dit systeem aanvangen?
3. Wat kunnen we in de plaats stellen?

Begripsdefiniëring:

Een systeem is een uit meerdere delen samengesteld en onderverdeeld geheel.

In engere betekenis is een systeem een uit verscheidene delen samengesteld geheel dat ofwel als gesloten systeem strikt van haar omgeving geïsoleerd is, ofwel ermee als open systeem in een relatie van ruil en uitwisseling verbonden is. De elementen van een systeem bezitten een zekere mate van geslotenheid, duurzaamheid en regelmaat in relatie tot elkaar. Hun samenhang is over het algemeen groter en sterker als de relatie tot de omgeving. Desondanks werken veranderingen in bepaalde elementen op andere elementen in en leiden zo tot wijzigingen in het totale systeem. Inherent aan een systeem is de tendens tot systeembehoud waarbij te sterke veranderingen afgeweerd worden of omgezet in een versterking van het eigene.

In de sociale wetenschappen wordt een systeem aangeduid als een geheel dat een relationele eenheid vormt met interactie en wisselwerking in handelen tussen individuen, groepen en organisaties. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen economische, sociale, culturele en politieke systemen volgens de zin en betekenis die eraan werd gegeven. Deze systemen kunnen ook als maatschappelijke subsystemen aanzien worden, die zich opnieuw laten onderscheiden in elementen en subsystemen. Zo horen bijvoorbeeld politieke partijen tot het politieke systeem, maar ook parlement en regering, drukkingsgroepen, alsook niet enkel wetgeving uit de voorbije tijd maar ook politiek geïnspireerde beïnvloeding allerhande. Het begrip politiek systeem is een basisbeginsel in politieke wetenschap die de wilsuiting en wilsdoorzetting van de ertoe behorende instituties, personen, voorgangers en hun bedoelingen t.a.v. elkaar weergeeft.

Naast het begrip politiek systeem, kunnen we een meer algemeen systeembegrip in nog twee gevallen aanwenden:

Ten eerste, wanneer het wijst op de politieke tegenstanders. Hierbij betekent systeem niet direct alle andere politieke partijen maar wel alle individuen, groepen en organisaties die ons (juridisch) het bestaansrecht willen ontnemen, ons monddood willen maken of ons met criminele handelingen wensen te bestrijden.

Ten tweede, wanneer we bijvoorbeeld de slogan “Tegen systeem en kapitaal, onze strijd is volksnationaal” gebruiken, waarbij “systeem” duidt op de noodzakelijke kritische ingesteldheid t.a.v. de politieke partijen en de parlementen in het algemeen.

Wat is basisoppositie?

Tot het zover is, dat de nationalisten het bestaande politieke systeem in een Vlaamse volksstaat verder zouden kunnen ontwikkelen, moet eerst een staatsethos uitgewerkt worden, iets wat nog steeds in z’n kinderschoenen staat. Een nieuw Vlaams volksbewustzijn is dan ook bevorderlijk omdat het huidige Belgische politieke systeem vooral gekenmerkt wordt door het niet in staat zijn tot hervormingen, en zo geconstrueerd is dat maatschappijverstorende krachten een steeds snellere dynamiek kunnen ontwikkelen. Meer dan de helft van de bevolking is tenslotte een volgzame massa en ingrijpende politieke en institutionele veranderingen zijn steeds in gang gebracht door een minderheid. De volgzame massa kan onder geschikte omstandigheden snel van politieke kant veranderen.

Deze tendenzen nopen dan ook tot een fundamentele, aan de basis beginnende oppositie, die zowel een staatspolitiek alternatief alsook een alternatief inzake politieke economie moet ontwikkelen. Een dergelijke basisoppositie kan binnen het Belgische en Europese politieke systeem tot doel hebben de maatschappijverstorende krachten te ordenen en te structureren.

Kern van de zwaktepunten in het Belgische en Europese politieke systeem zijn de tegenstrijdigheden en de onvolledigheden van de grondrechten. Indien deze niet enkel uit mensen- en burgerrechten zouden bestaan, maar ook gemeenschaps- en volksrechten omvatten, zouden maatschappijverstorende activiteiten duidelijk verminderen. Dit zou dan ook één van onze doelstellingen moeten zijn, een nieuwe ordening in gedachten die culmineert in de oprichting van een Vlaamse volksstaat en een politiek eengemaakt imperiaal Europa van vrije volkeren.

Als uitgangspunt voor dit doel, mag de nationalistische oppositie zich niet enkel als nationalistisch verzet tegen de heersende toestanden laten opvatten, maar moet het ook kiezen voor een nieuwe politiek én een meer rechtvaardige sociale ordening aannemen en ondersteunen, die aan het nationalistisch verzet doel en zin geeft. Een Vlaamse volksstaat en een imperiaal Europa van vrije volkeren kan zo geestelijk gestalte krijgen in de toekomst, en kan pas echt duidelijk worden voor het volk als dit verwezenlijkt is. Deze noodzaak, als toekomstvisie en alternatief voor de huidige Belgische en Europese toestand moet vandaag geschetst kunnen worden en in de toekomst vorm krijgen, ondermeer via een basisoppositie. Uitgangspunt van elke basisoppositie is de kritiek op het bestaande systeem vanuit revolutionair-nationalistische hoek, zodat het van egoïsme en antisociale betrachtingen zwangere Belgische politieke systeem vervangen kan worden, en misbruiken voor eigenbelangen aan banden kunnen worden gelegd. Daaruit volgt de wil om op langere termijn het Vlaamse volk en op middellange termijn Vlaamsvoelende intelligentsia een verstandig en toepasbaar alternatief aan te bieden. Daartoe is vorming in conservatief-revolutionaire inhoud een noodzaak.

Principieel geldt voor ons, gelet op de eigen politieke identiteit, dat politieke argumentatie steeds op de voorgrond moet staan: in publicaties, in scholing, bij het voeren van actie,… Algemene vorming is daarbij zeer belangrijk, maar kan uiteraard het politieke ordeningsdenken niet vervangen. Het nieuwe Vlaamse en Europese ordeningsdenken moet ontspringen aan de geest van een nieuwe Vlaamse en Europese elite.

Wat is “democratie”?

Over het begrip democratie kan men heel zeker van mening verschillen. Destijds wees rechtsfilosoof Carl Schmitt er reeds op dat zowel tijdens het interbellum, maar ook in het naoorlogse Europa democratie en liberalisme foutief gelijkgeschakeld werden en worden. Bijgevolg is het ontoelaatbaar om democratie, liberalisme en parlementarisme als een eenheid te aanzien, dat een democratie niet zonder het “moderne” parlementarisme zou kunnen en een parlementarisme niet zonder democratie. Democratie gaat uit van volkssoevereiniteit, en is tegengesteld aan vorstelijke soevereiniteit. In tegenstelling tot de vorstelijke soevereiniteit, die als staatshoofd oorspronkelijk ook alle staatsmacht bezat en waaruit alle statelijke machtsuitoefening voortvloeide, gaat bij het principe van volkssoevereiniteit alle staatsmacht van het volk uit. Elke statelijke machtsuitoefening moet bijgevolg door het staatsvolk gelegitimeerd zijn.

Het principe van volkssoevereiniteit verlangt niet dat politieke beslissingen onmiddellijk en rechtstreeks door het volk genomen worden, bijvoorbeeld via referenda. Het berust er enkel op dat alle statelijke beslissingsnemers hun machtspositie aan het volk te danken hebben. Daarbij dienen statelijke ambtsdragers conform de volkssoevereiniteit verantwoording af te leggen aan het volk of de instanties die daarvoor door het volk gemachtigd zijn.

De volkssoevereiniteit verhoudt zich in een spanningsveld tot het representatieprincipe, waarbij de volkswil niet door het volk zelf maar door vertegenwoordigers, het parlement, uitgedrukt wordt. Bijgevolg wordt dit parlement al eens aangeduid als de eigenlijke “soeverein”. Toch is er sprake van volkssoevereiniteit als de volksvertegenwoordiger zelf door het volk werd gekozen en er op geregelde tijdstippen nieuwe verkiezingen zijn.

Het principe van volkssoevereiniteit gaat niet in tegen bepaalde rechten zoals de burgerlijke en politieke rechten, of tegen bepaalde instellingen die voor een rechtstaat als onaantastbaar gelden. Volkssoevereiniteit legt enkel als hoogste en eerste in rang de legitimatie van staatsmacht vast. Een staatsmacht die juridisch begrensd is.

Liberalisme als tegenstelling aan volkssoevereiniteit

Het begrip liberalisme heeft geen betrekking op de volkssoevereiniteit maar wel op een zogenaamd belangenpluralisme zoals dit in België en de rest van Europa de gemeenschap(pen) ondermijnt. Dit omdat het de som is van alle particuliere eigenbelangen, die zich in de plaats stelt van het algemeen belang (welzijn van de gemeenschap) van het volk.

De beide begrippen “Demokratie” en “Liberalisme” moeten van elkaar gescheiden worden. Het liberalisme leidt naar een democratuur, een eenzijdig parlementarisme dat het liberalisme van de macht verzekert. Deze tendens is al bekend sinds het ontstaan van het liberalisme met John Locke.

Het leidt naar de zogenaamde parlementssoevereiniteit die zich steeds verder weg begeeft van de volkssoevereiniteit. Finaal ontstaat hieruit wat critici noemen de “partijenstaat”, de particratie. Particuliere belangen en groepsbelangen gaan dan het beleid gaan bepalen ten nadele van het algemeen belang. Daarbij mag natuurlijk niet betwist worden dat de moderne staat van vandaag economisch en sociaal zodanig gedifferentieerd is, dat de verschillende groepen op hun posities en standpunten wijzen. Bijgevolg is niet de belangenverdediging op zich het euvel, maar wel de partijpolitisering van de staat die groepsbelangen institutionaliseert. De staat werd tot een te verdelen buit gemaakt van groepen.

Welke gevolgen heeft dit ordeningsdenken voor het volksnationale / identitaire kamp?

Een “rechts front” dat de eenheid van alle rechtsen moet betekenen, kan in elk geval NIET. Het politiek en maatschappelijk systeem wordt namelijk vanuit verschillende perspectieven afgewezen door nationaal-revolutionairen, nationaal-conservatieven en nationaal-liberalen. Laat staan dat er überhaupt van enige zinvolle overeenkomsten met rechts-liberalen of conservatief-liberalen sprake zou kunnen zijn. De tegenstellingen met reactionaire krachten enerzijds en nationaal-liberalen anderzijds, zijn té groot. De volkssoevereiniteit kan onmogelijk op liberale, laat staan multiculturele principes berusten. Het verkiezen van de assimilatie-piste door nationaal-liberale krachten is een keuze die voor ons onaanvaardbaar is.

De gelijkheid der gelijken

De volksheerschappij (democratie) eist –en daar zijn politologen en specialisten in publiek recht het over eens- dat er een vrij, algemeen, gelijk kiesrecht bestaat. Het volk moet bijgevolg haar volkssoevereiniteit op bepaalde tijdstippen uitlenen. Het is evenwel niet zo, zoals sommige liberale krachten beweren, dat er (uitsluitend) een parlement moet gekozen worden. Ook de regering of het staatshoofd kunnen direct gekozen worden, of het volk kan directe beslissingen nemen via referenda die door regeringen / verkozenen omgezet moeten worden. Allerlei mengvormen zijn uiteraard goed mogelijk. Het is natuurlijk wel zo dat directe democratie, via referendum, een bijzondere aandacht verdient en voor ons van groot belang is.

Belangrijk daarbij is te stellen dat democratie uitsluitend baseren op parlementarisme fout is. Het democratie-principe ligt namelijk vervat in de inspraakmogelijkheid van de burger en niet in volksvertegenwoordiging. De voorstelling van zaken, als zou de volkswil in een parlement met volksvertegenwoordigers tot uiting komen, komt voort uit het liberalisme dat zich van haar macht wenst te verzekeren als laatste, overheersende modernistische ideologie. Het doet daarbij beroep op het vermeende “maatschappelijk pluralisme”.

Democratie stelt een staatsvolk voorop

Het democratiebegrip is in haar oorspronkelijke betekenis steeds uitgegaan van een culturele gelijkheid van het staatsvolk. Etymologisch afkomstig uit het Oud-Grieks, kan men bijgevolg er ook de betekenis van achterhalen in de Griekse oudheid. De Griekse filosoof Plato definieerde het staatsburgerschap zeer duidelijk völkisch, wat blijkt uit ondermeer de tweede hoofdzin van zijn ‘Politeia’. Plato stelt uitdrukkelijk dat het staatsvolk er gebaseerd is op de Helleense stam die bloedverwant is, ook al kunnen “Pelops, Kadmos, Aigyptos, Danaos,…” er volgens de wet toch het Helleens staatsburgerschap verwerven. Zij werden evenwel niet als volwaardige medeburgers aanzien en van de volksgemeenschap onderscheiden, omdat ze van de Helleense natuur verschilden. De visie van Plato kwam neer op een verdediging van het ius sanguinis als basis voor een verschillende behandelingswijze. Het is duidelijk dat dit democratiebegrip niet past in een “multiculturele” maatschappij. Het is dan ook noodzakelijk dat de identitaire, revolutionair-nationale krachten wijzen op de samenhang tussen enerzijds volk en natie, en anderzijds democratie. Volkssoevereiniteit is slechts mogelijk in een constitutionele, zichzelfbewust geworden natie. Die natie is op haar beurt slechts mogelijk in een ordeningsmodel van de nationale volksstaat. Het identitaire, volksnationale denken verinnerlijkt dan ook als politieke beweging het ware idee van democratie als zijnde volksheerschappij.

De niet-kritische persoon stelt liberalisme en democratie gelijk en is pleitbezorger van beide. De reactionairen daarentegen wijzen beiden af. Wie nationaal-revolutionair en volksnationaal denkt, scheidt beide begrippen van elkaar en wijst het gemeenschapsverstorende liberalisme af om tot een daadwerkelijke democratie van volksheerschappij te komen. Het hedendaagse volksnationale, identitaire streven moet in de geest van Carl Schmitt argumenteren, waarbij het geloof in het parlementarisme en in “government by discussion” tot de liberale gedachtenwereld wordt toegewezen. Liberalisme en democratie moeten van elkaar gescheiden worden.

Wij bekritiseren dan ook de scheeftrekkingen in het politieke systeem als gevolg van een eenzijdige parlementaire particratie die leidt tot heerschappij van een oligarchie van partijen, lobby’s en drukkingsgroepen over het Vlaamse volk en de Europese volkeren. Daarbij kan nog gewezen worden op het feit dat de gevestigde partijen gedegenereerd zijn en ten dienste staan van machtsgroepen op de achtergrond. Dit leidt of kan leiden tot een dictatuur van een totalitaire groep over de staat en het staatsvolk. Dit gaat gepaard met een toenemende inkrimping van fundamentele rechten die in de eerste plaats zijn gesteld om nonconformistische burgers, partijen, geschriften,… te beschermen. De heersende klasse denkt nieuwe problemen met verouderde recepten te kunnen oplossen, en wie nieuwe ideeën verkondigt wordt bedacht met boycott- en verbodsmaatregelen.

Onze kritiek op het politieke systeem

Omdat het huidige politieke systeem wijst op een acuut democratisch deficit, moeten wij ons ten dele concentreren op een diepergaande kritiek waaruit praktisch haalbare ideeën en voorstellen kunnen voortvloeien.

Het overgrote deel van de traditionele nationaal-reactionaire (en zeker de nationaal-liberale) krachten, waartoe we ons niet rekenen, heeft zich tot op heden niet of nauwelijks bezig gehouden met het uitwerken van alternatieve staatspolitieke ideeën, temeer omdat velen van hen geloven dat het mogelijk is om via dagdagelijkse politiek in domeinen als veiligheid, vreemdelingen,… alleen tot politieke alternatieven te komen. Men dient zich in de eerste plaats op de oorzaken (te vinden in het politieke systeem zelf) te concentreren, en pas in tweede instantie op de symptomen.

“Tegen systeem en kapitaal, onze strijd is nationaal!” luidt één van onze slogans. Wat op demonstraties gescandeerd wordt, moet programmatorisch en theoretisch uitgediept worden. Gelet op het feit dat we een drievoudige strategie kunnen voeren waarbij de “strijd om de koppen” er één is, naast de strijd om de straten en de strijd binnen de parlementen.

Wie of wat bedoelen we hier met het “systeem”, dat we bekritiseren en willen veranderen? En door welke alternatieven willen we veranderen? Nonconformistische denkers zouden dit systeem beschrijven met begrippen als parlementarisme, liberalisme, utilitarisme, Amerikaans pragmatisme, politieke correctheid, partijenstaat,…omdat de conformist het bestaande politieke systeem gelijkschakelt met het democratiebegrip.

Het economische systeem daarentegen, de keerzijde van de systeemmedaille, moet vanzelfsprekend als antisociaal kapitalisme (met slagwoorden als liberaal- of turbokapitalisme, roofdierkapitalisme) aangeduid en afgewezen worden. Het politieke systeem en het economische systeem horen onafscheidbaar samen. Beide kunnen samen, niet-kritisch, verdedigd worden; of gemeenschappelijk bekritiseerd worden met hervormingsvoorstellen of door het volledig af te wijzen.

Want beiden, zowel het antisociale kapitalisme als het democratie-vijandelijke parlementarisme zijn met geestelijke wortels gebaseerd op een vermeend “pluralisme”, dat niet enkel het veelvoud aan sociale belangen verwaarloost maar ook gemeenschapsverstorend inwerkt op volk en staat. In het politieke liberalisme (parlementarisme) hebben de partijen en drukkingsgroepen via een machtsverdeling op wetgevend, uitvoerend en juridisch vlak de staat tot hun buit gemaakt en onderling verdeeld. Het economische liberalisme (antisociaal kapitalisme) is gebaseerd op de voorstelling dat de concurrerende marktdeelnemers op basis van het private eigendomrecht en mogelijks zonder staatstussenkomst, het economisch handelen kunnen regelen via vraag en aanbod. In beide visies, in de liberale staats- en economische politiek, staat het primaat van de economie op de politiek centraal. Een identitaire, volksnationale opvatting daarentegen, geeft politiek voorrang op economie.

Door de eenzijdige parlementarisering van het politieke systeem die uitloopt op een oligarchisering van de maatschappij en de in bezitname van de staat door de partijen, bewerkt de economische leer van de markt de monopolieuitbouw via steeds groter wordende concerns. Dit mondt uit in de zogenaamde globalisering. Door de Duitse sociaal-wetenschapper Reinhold Oberlercher (in navolging van Marx) de “kapitalistische wereldrevolutie” genoemd. Omdat de proletarische wereldrevolutie mislukt is, door het failliet van de marxistische leer, moet op de instorting van het systeem van antisociaal wereldkapitalisme nog gewacht worden. Volgens Horst Mahler treedt die pas op, op het moment dat de “speculatie-blaas” springt, en de volkeren na de globalisering weer kiezen voor meer nationaal gerichte volkseconomieën en de miniaturisering van de economie herdacht moet worden.

Kritiek op de belgische partijenstaat

Wie op de bestaande partijenstaat gefundeerde kritiek wil geven, kan best het werk ‘Staat ohne Diener’ lezen van de Duitser Hans Herbert von Arnim. Zijn boek laat zich in vier hoofdthesen samenvatten: 1) het volk wordt onmondig gemaakt, 2) de politieke problemen die zich aandienen worden niet opgelost, 3) de partijen dringen door in de diepste vezels van de maatschappijstructuur, hollen de machtsverdeling uit en omzeilen politieke concurrentie, 4) het eigenbelang van de politieke klasse inzake macht, postjes en geld winnen steeds meer t.o.v. engagement voor politieke en maatschappelijke problemen. Als therapie biedt von Arnim aan: de activering van het volk via medewerking aan (grond-)wetgeving en –verandering, door verbetering van het kiessysteem met ondermeer rechtstreeks verkiezen van burgemeesters en andere ambten in uitvoerende macht, invoering van referenda en volksraadplegingen,…

In zijn werk ‘Das gekaufte Parlament’ beschrijft Friedhelm Schwarz hoe het primaat van de economie op de politiek functioneert in de Duitse Bondsrepubliek. Dezelfde problemen en opmerkingen gelden evenwel ook voor Vlaanderen en het onzalige belgië. Met voorbeelden toont de auteur aan hoe de Bundestag in feite gedegradeerd is tot een politieke instelling die economische belangen en wensen verdedigt en vervult. In ons land is het niet anders.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , , , , , | Leave a Comment »

Vals socialisme en waarachtig socialisme

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Waarom nadenken over het verleden en de historische evolutie van het socialisme, op het moment dat het in Europa dikwijls electoraal verliest, terwijl het geen politiek project en geen gewapende takken meer heeft, geen Sovjet-banden of andere meer heeft, waar een fanatiek individualisme dat sociale catastrofes baart de postmoderne mentaliteit in de Eerste Wereld steeds meer bepaalt, van bevliegingen en rages vanwege yuppies en trendy kleinburgers die zich nestelen in hun kleine virtuele wereldje.

Omdat het socialisme, of men het nu wil of niet, een communautaire reflex en aspiratie vertoont. Om een al even zo banaal als reëel discours aan te halen, de mens is geen wezen dat enkel op zichzelf gericht is, op zijn eigen ik. Hij is het kind van z’n ouders, maar ook kleinzoon of kleindochter, broer of zus, vader of moeder, neef, buur, collega,… In deze betekenis kan hij het goede wensen voor zijn groep of groepen binnen dewelke hij leeft en handelt en bijgevolg dit gemeenschappelijke goede verheffen boven zijn eigen individueel welzijn. Zoals alle aanhangers van grote religies en ook de adepten van het klassieke humanisme steeds hebben onderlijnd, een mens kan zijn welzijn opofferen voor z’n kinderen, een strijdzaak, voor elk soort motief dat het zelf overstijgt. Z’n intelligentie en instinctueel geheugen (twee kwaliteiten die niet noodzakelijk heterogeen en incompatibel zijn) kunnen dus opofferingen vooropstellen voor een tijd die als beter aangevoeld wordt, maar die nog toekomstig is. De mens handelt niet enkel vanuit een hedendaags perspectief, maar rekent vaak op de langere termijn, op vooruitzichten, wedt op de toekomst van de zijnen. Met het vermelden van deze banaliteiten, die antropologen en sociologen maar al te goed kennen, wensen we te wijzen op de nietigheid en de leegte van filosofische of economische theorieën die halsstarrig een methodologisch individualisme postuleren en die overal de hedendaagse manie van de politieke correctheid willen instellen.

Een deel van de aanhangers van het Verlichtingsdenken, vanaf de 18de eeuw, voerde in de dagelijkse politieke praktijk het methodologisch individualisme in, anderen legde de basis voor een sociale politiek, dikwijls in het kielzog van Verlichte despoten, anderen zoals filosofen uit de Parijse salons legden de basis voor het positivisme, terwijl nog anderen in het kielzog van Herder en de Sturm und Drang een emancipatie van mensen en zielen voorstelden door beroep te doen op de wortels van culturen, op ontluikende cultureel-literaire werken die de identiteit in al haar originaliteit en mooie onschuldige eenvoud weergaven. Door het bekritiseren van het methodologisch individualisme bij een deel van de volgelingen uit de Europese Verlichting, verwerpen we daarom nog niet alle facetten van deze Verlichting maar enkel deze die een dolgedraaide evolutie kenden, die een reeks foute veronderstellingen, dogma’s propageren en een schematische ideologie instellen en die er een discours op nahouden die elk debat weigert maar bol staat van modieuze woordkeuzes (door de Franse filosoof-medioloog François-Bernard Huyghe de “Langue de coton” genoemd), kortom, de hedendaagse politieke correctheid. Die “langue de coton” is in feite de concrete vertaling van de “Newspeak” die Orwell aanduidde in zijn bekende roman ‘1984’. Daar tegenover denken wij dat een dubbel teruggrijpen naar de vele facetten van de Verlichting, veronachtzaamd door het hedendaagse dominante discours, ons in staat zou stellen om het debat te heropstarten en aan onze medemens die in een impasse verkeert reële politieke alternatieven voor te stellen.

De mislukkingen van de Verlichting vertonen zich op meerdere niveaus in de Europese geschiedenis van de laatste tweehonderd jaar:

1) In de ideologieën die afgeleid zijn van de metaforen “tijd” en “machine”, wijzend op een mechanistische visie op politiek-sociale kwesties, waar elk individu aanzien wordt als een eenvoudig op zichzelf gericht radertje, vergelijkbaar met alle andere radertjes, zonder binding of wortels, verbindt de individualistische stroming in het Verlichtingsdenken aan deze metaforische en schematische visie sociale en politieke stellingen terwijl men voorbijging aan de voorbode van het romantisme en de organische politieke filosofieën waarin de principes van ontstaan, vorming en groei volkomen natuurlijk ingebed zijn.

2) In de maatregelen die door de nieuwe Franse republiek na de revolutie werden gestemd, tegen de corporatieve systemen, rechten op samenwerkingsverbanden en belangengroepen, enz.; de hypercentralistische organisatie van de nieuwe republiek waar de burgemeesters Parijs vertegenwoordigden en niet de lokale gemeenschappen; de introductie van een individualistisch recht in gans Europa via de Napoleontische legers; maatregelen die ertoe leidden dat bepaalde contrarevolutionaire groepen zich konden affirmeren als kampioenen van sociale rechtvaardigheid, in tegenstelling tot wat de huidige gangbare historiografie stelt.

3) De opkomst van de industriële revolutie in het teken van het individueel recht in Engeland en in teken van het geheel op het continent.

4) De uitwerking van mechanistische en individualistische economische theorieën.

5) Het ontstaan van een socialisme dat als filosofisch-ideologisch fundament een “wetenschappelijk” mechanistisch en individualistisch denken heeft.

Dit vijfvoud aan feiten heeft het socialisme gestimuleerd, georganiseerd in de 2de Internationale, daarna het communisme in de 3de Internationale en tenslotte het trotskisme in de 4de Internationale (de veelvuldige afsplitsingen en dissidenties niet meegeteld); om de meest mechanistische, machinistische en anorganische Verlichtingsideeën aan te nemen én de meer pragmatische, organische en culturele stromingen af te wijzen als reactionair, gericht tegen de “emanciperende” Verlichting. Indien het socialisme is ten onder gegaan, dan is het precies te wijten aan dat cultiveren van een waarachtig geloof in die mechanistische religie die zich “wetenschappelijk” achtte en onderuit is gehaald door bevindingen in de fysische wetenschap, vanaf 1875 met de ontdekking van het thermodynamica-principe, met de kwantumfysica en de opgang van de biologische wetenschappen, enz… Het socialisme heeft een eeuw overleefd na de ondergang van haar mechanistische “epistemologie”.

Indien het socialisme, als particratisch systeem verankerd in de Europese geschiedenis, zich had gericht op de organicistische metaforen uit het denken van herder en het romanticisme, dan was het vandaag de dag allicht nog springlevend geweest. Elke beoefening van politieke die de individualistische methodologie afwijst, moet breken met de mechanistische paradigma’s zoals geïllustreerd door de paradigma’s van het uurwerk en de machine(2).

In feite ware een inzet op het « metafoor van de boom » democratischer geweest : de aandrijvende kracht van de machine is exterieur aan de machine, net zoals de despoot exterieur is aan het volk waarover hij heerst. Het principe van de boom als drijvende kracht, zijn bron van energie, zijn allereerste impuls, huist namelijk in zijn innerlijkheid. De boom regeert zichzelf, zijn levensbestaan is niet afhankelijk van een exterieure kracht die een sleutel hanteert of een raderwerk in gang zet om te bewegen of te “leven”. Ter vergelijking, een organisch socialisme, dus niet langer mechanistisch, had kunnen voortkomen uit de geschiedenis zelf van een volk dat het regeerde en beschermde. De geschiedenis heeft ons geleerd dat de socialistische oligarchiën de fout hebben begaan om uit het volk te treden, of een volk te regeren dat vreemd was aan henzelf in naam van een zeer hypothetische « internationale solidariteit », zonder (nog langer) te begrijpen wat de innerlijke motivaties van dat volk zijn. De kritieken van een Roberto Michels over de Verbürgerlichung, Verbonzung und Verkalkung (verburgerlijking, progressieve dominantie van de partijbonzen, sclerose) en de harde, bittere satire van een George Orwell in Animal Farm, waar de varkens uiteindelijk meer gelijk worden dan de anderen zijn hierover veelzeggend en tonen aan, voor zover nog nodig, dat de socialisten en de sociaal-democraten onderhevig zijn aan die politieke zwakheid, het is te zeggen, de zwakheid die erin bestaat een ideologie aan te nemen zonder diepgang die ertoe leidt dat ze in de marge van de bevolking belanden, hun socialistisch discours sterk relativeert en in de praktijk tot het omgekeerde leidt. De oligarchisering van de socialistische partijen is een permanent risico die het socialisme bedreigt, juist door toedoen van de “bonzen” die weigeren op te gaan in een volkslichaam, dat ze van nature uit als onvermijdelijk irrationeel beschouwen maar die vaak ontsnapt aan het kraakheldere schematisme van de beredeneerde Rede die hen eigen is.

Vandaag de dag verklaren de socialismes van verschillende kleuren en strekkingen de erfgenamen te zijn van de Franse Revolutie. Hoewel, het is de Franse Revolutie die de rechten op vereniging van bouwvakkers, handarbeiders, knechten,… alsook de beroepsverenigingen onderdrukt. Zij kiest daarentegen voor een puur individualistisch recht, gericht tegen de verenigingsrechten en de gedifferentieerde aanpak van de sociale kwestie. Gedurende de ganse 19de eeuw trachtten de werknemers hun traditionele verenigingen opnieuw te vestigen, ondermeer via het syndicalisme en in Engeland via een communautaristische vorm van socialisme: het guild-socialism. Maar de oligarchen van de socialistische partijen daarentegen hebben gekozen voor hun reële ideologie, nochtans tegengesteld aan het socialisme dat ze pretendeerden te verdedigen. De opeenvolgende breuken, afsplitsingen, de verschillende mutaties van het linkse discours zijn au fond gebaseerd op de weigering van het individualistisch mechanisme van deze “revolutionaire” Verlichtingsideologie. Nu de partijoligarchen, de “bonzen” zoals Roberto Michels hen noemt, een gedrag vertonen dat niet door de beugel kan, gelet op de betrokkenheid in maffieuze netwerken (zoals Craxi in Italië of de zaak Cools in België die leidde tot de naam “Palermo-aan-de-Maas”), vertaalt de malaise zich aan de basis door een desertie van het electoraat, en aan de top bij de intellectuelen, door een verandering in paradigma’s en dikwijls ook een terugkeer naar de onuitroeibare nostalgie van de gemeenschap. Vandaag praat men in de cenakels van denkend links, waaronder in de Verenigde Staten, opnieuw over “communautarisme”. Een discours die er hen toe verplicht opnieuw verbanden en waarden te herontdekken die tijdens de Franse Revolutie en het Bonapartistisch avontuur enkel door “contra-revolutionairen” werden verdedigd of geanalyseerd.

Algemeen kan men stellen dat de historiografische bronnen die gerelateerd zijn aan de contra-revolutie, bij de contra-revolutionaire auteurs duidelijk wijzen op een wil tot terugkeer naar het Ancien Régime en de klerikale en aristocratische elites opnieuw in het zadel wil helpen die er door de revolutie waren uit gelicht. Anderzijds zijn er bij die als “contra-revolutionair” beschouwde auteurs ook diegenen die autonomie van de werkenden, de arbeiders,… willen herstellen waarbij de extreme individualisering van het eigendomsrecht in bourgeois-recht dat vanaf 1789 triomfeert en finaal ook gecodificeerd wordt. Iets wat men nooit had durven doen tijdens het Ancien Régime, zelfs niet toen een langzame erosie van de solidariteitstradities was ingezet sinds een tweetal eeuwen. In Frankrijk vond de verdwijning van de orden eerder plaats dan elders in Europa. De situaties varieerden volgens de provincies. In het westen wegen de afnames van de heerlijkheden en het leenrecht zwaar door, in het zuiden en de streken rond Lyon en Parijs zijn ze praktisch volledig verdwenen. Aan de vooravond van de Revolutie heeft de boerenstand, de basis van de bevolking want de industriële revolutie is nog niet gestart en de arbeiders zijn kwantitatief nog beperkt in omvang, een afkeer van de verhoogde heffingen door klerken en de fiscus, maar dringen aan op het behoud van de collectieve goederen die vrij ter beschikking staan van de dorpsgemeenschap. Indien er opstanden en rellen zijn voor 1789, dan zijn die gericht tegen de bezitters van “rechten op heerlijkheden” en tegen hen die een private eigendom vestigen op een oude collectieve grond. Men zou dus kunnen denken dat de Franse boerenstand die vijandig staat tav “rechten op heerlijkheden” omdat ze een inbreuk vormen op gemeenschappelijke gronden, toegewijd was aan de republikeinse ideeën. Maar hun waaier van eisen en verzuchtingen herhaalt zich na de grote omwentelingen die Frankrijk overspoeld hadden: de revolutionaire assemblees voeren de belastingen opnieuw in en verzwaren ze nog, de grondlasten zijn nog zwaarder dan tijdens het Ancien Régime (november 1790). De historicus Hervé Luxardo stelt dat men aandrong op een “een revolutie binnen de revolutie”: de bourgeoisie vervangt het Ancien régime in de steden, installeert haar macht die de boerenstand schade toebrengt en die geleidelijk aan ertoe leidt dat de vijandigheid die men had t.a.v. de adel zich nu ent op de bourgeois die eigenaars zijn geworden van de oude collectieve goederen, op de nieuwe bezitters, de “foutus bourgeois” zoals een revolterende boer uit de Dordogne hen noemt in 1791. De revolte van het platteland maakt geen onderscheid tussen een edelman als dienaar van de koning of een bourgeois als aanhanger van de revolutionaire theorieën. Wanneer de revolutionaire staat de goederen van de Kerk verkoopt als zijnde “nationale goederen” aan particulieren in plaats van ze te herverdelen onder dorpelingen raken de gemoederen opgehitst en slaat in het westen van het land de vlam in de pan: opstanden in de Vendée en in Bretagne.

Erger nog, zo meldt Hervé Luxardo, in december 1789 vernietigen de nieuwe regeerders de laatste volksvergaderingen waar alle familiehoofden konden stemmen, door hen te vervangen door verkozen gemeenteraden waar enkel de “citoyens actifs” (lees: de rijksten!) kon voor stemmen! Deze maatregel maakte een einde aan de legende dat de Franse Revolutie “democratisch” was. Vanaf dan zouden de nieuwe notabelen die afgescheiden van een volk dat geen inspraak meer had, de collectiever goederen naar hun eigen goeddunken gaan beheren, het leidde op 28 september 1791 tot een plattelandswet die praktisch elk recht op het genieten van de vruchten van collectieve gronden, weiden, bossen verbood. Een catastrofe in de winterperiode die schaarste en hongersnood bracht bij de armste plattelandsbewoners. Een andere Franse historicus die kritisch staat t.a.v. de Franse Revolutie, René Sédillot, schrijft: jammergenoeg “is het voor bejaarden, weduwen, kinderen, zieken, armen om koren bijeen te rapen na de oogst, om te genieten van nagras, om stro te verzamelen voor bedekkingen, om druiven op te pikken na de wijnoogst, om kruiden en grassen bijeen te harken na het maaien (…) het is niet langer toegelaten voor de kuddes om vrije toegang te hebben tot de stoppelvelden en braaklanden.” Kortom, met één pennentrek elimineerde de wetgevende bourgeoisie de enige sociale zekerheid dat deze armste groepen hadden. Deze lacune zou ertoe leiden dat er arme klassen , “gevaarlijke klassen” ontstonden volgens de heersende terminologie. Het platteland kon niet langer alle dorpelingen voeden, wat een exodus veroorzaakte naar de steden of naar de kolonies, voeding gevend aan het ontstaan van een agressief en wanhopig socialisme.

In de steden waren de beroepen georganiseerd in gilden (meesters-chefs en werknemers-gezellen) en in gezellenverenigingen (zonder de meesters-chefs). De gezellenverenigingen organiseren de solidariteit tussen de werknemers-gezellen en staken indien hun verzuchtingen niet gehoord worden. De Frans-revolutionaire wetgever Isaac Le Chapelier veegt met één pennentrek de mogelijkheid van tafel om nog syndicaten te benoemen, kortom om er nog te stichten, en zelfs alle samenwerking van gesalarieerden mogelijk te maken. Sédillot: “De wet Le Chapelier van 14 juni 1791 maakte een einde aan al wat kon bestaan aan werknemersvrijheden.” Later veronachtzaamt de Code Civil de arbeidsregels en –wetten. Het Consulaat van Bonaparte herstelt de politionele controle op de werknemers door het “livret”, een arbeidsboekje, in te voeren. Geen enkele vorm van links kan geloofwaardig zijn indien het terzelfder tijd pretendeert erfgenaam te zijn van de Franse revolutie, partizaan van haar ideologie, en de werkende klasse te verdedigen. De Waalse Parti Socialiste is in flagrante tegenstelling met de essentie van het socialisme en de sociale solidariteit wanneer haar tenoren zoals Philippe Moureaux en Valmy Féaux geestdriftig de lof bezingen van de “Grote Revolutie” en zonder verpinken de ontelbare schurkenstreken van de sansculotten. De ganse sociale strijd van de 19de eeuw is in feite een protest tegen en een weigering van die wet Le Chapelier. In filosofische termen is de mechanistische ideologie uit het revolutionaire tijdperk van de Franse republiek niet in staat om de solidariteit te verzekeren en was de aanzet tot een ernstige sociale achteruitgang.

De gebeurtenissen van de Franse revolutie en het opkomen van de industriële revolutie in Engeland leidden tot een nieuw economisch denken van een wiskundig-rekenkundig type waarbij dat van Ricardo in het oog springt. Geen enkele historische of geografische context wordt in rekening gebracht en men zou moeten wachten op de Duitse « Historische Schule », het Kathedersozialismus en het institutionalisme (wat overigens Amerikaans is) om parameters te herintroduceren in het economisch denken die rekening houden met de omstandigheden, geschiedenis, geografie. Meteen werd ook het absurde idee ondergraven dat er één enkele economische wetenschap is die universeel alle bestaande, werkende economieën in de wereld kan sturen.

Bijgevolg is het socialisme een reactie tegen de Aufklärung zoals zij werd geïnterpreteerd in de Franse revolutie en door wetgevers zoals Le Chapelier. Het socialisme is dan ook, gelet op haar drijfveren aan het begin van haar levensloop, fundamenteel voor het behoud van de organische vrijheden, gemeenschappelijke goederen en de wijzen van organisatie in gilden en gezellenverenigingen. Die drijfveren zijn « juste » (juste afgeleid van het Latijnse ius, recht). Maar als het socialisme zoals we het nu kennen een mislukking, een onrechtvaardigheid of zelfs oplichterij is, dan is dit omdat het de verzuchtingen van het volk verraden heeft net zoals de Franse revolutionairen hun boeren hebben verraden. Een socialisme dat gedragen wordt door een historische en organische inhoud, gekoppeld aan een economische doctrine die schatplichtig is aan de Historische Schule en het Kathedersozialismus moet overnemen waar een vals socialisme dat gedecontextualiseerd, mechanistisch is en gedragen wordt door wiskundig-rekenkundige economische doctrines en een Frans-revolutionaire ideologie.

Robert Steuckers

Bibliografie:

– F.M. BARNARD, Herder’s Social and Political Thought. From Enlightenment to Nationalism, Clarendon Press, Oxford, 1965.
– Michel BOUVIER, L’Etat sans politique. Tradition et modernité, Librairie générale de Droit et de Jurisprudence, Paris, 1986.
– Louis-Marie CLÉNET, La contre-révolution, Presses universitaires de France, Paris, 1992.
– Bernard DEMOTZ & Jean HAUDRY (Hrsg.), Révolution et contre-révolution, Ed. Porte-Glaive, Paris, 1989.
– Jean EHRARD, L’idée de nature en France à l’aube des Lumières, Flammarion, Paris, 1970.
– Georges GUSDORF, La conscience révolutionnaire. Les idéologues, Payot, Paris, 1978.
– Georges GUSDORF, L’homme romantique, Payot, Paris, 1984.
– Panajotis KONDYLIS, Die Aufklärung im Rahmen des neuzeitlichen Rationalismus, DTV/Klett-Cotta, München/Stuttgart, 1986.
– Panajotis KONDYLIS, Konservativismus. Geschichtlicher Gehalt und Untergang, Klett-Cotta, Stuttgart, 1986.
– Jean-Jacques LANGENDORF, Pamphletisten und Theoretiker der Gegenrevolution 1789-1799, Matthes & Seitz, München, 1989.
– Hervé LUXARDO, Rase campagne. La fin des communautés paysannes, Aubier, Paris, 1984.
– Hervé LUXARDO, Les paysans. Les républiques villageoises, 10°-19° siècles, Aubier, Paris, 1981.
– Stéphane RIALS, Révolution et contre-révolution au XIX° siècle, DUC/Albatros, Paris, 1987.
– Antonio SANTUCCI (Hrsg.), Interpretazioni dell’illuminismo, Il Mulino, Bologna, 1979 [in dieser Anthologie: cf. Furio DIAZ, “Tra libertà e assolutismo illuminato”; Alexandre KOYRÉ, “Il significato della sintesi newtoniana”; Yvon BELAVAL, “La geometrizzazione dell’universo e la filosofia dei lumi”; Lucien GOLDMANN, “Illuminismo e società borghese”; Ira O. WADE, “Le origini dell’illuminismo francese”].
– René SÉDILLOT, Le coût de la révolution française, Librairie académique Perrin, Paris, 1987.
– Barbara STOLLBERG-RILINGER, Der Staat als Maschine. Zur politischen Metaphorik des absoluten Fürstenstaats, Duncker & Humblot, Berlin, 1986.
– Raymond WILLIAMS, Culture and Society 1780-1950, Penguin, Harmondsworth, 1961-76.

(Vertaald uit het Frans) Bron : Synergies Européennes, Stocker Verlag (Graz), Nouvelles de Synergies Européennes, Novembre, 1994

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , , | Leave a Comment »

Communautarisme

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

De communautaristen (“communautarians”) hebben krachtige kritieken geformuleerd op het liberalisme (in al haar vormen). Het fundamentele doel van elk liberalisme is het maximaliseren van individuele vrijheid door een neutraal systeem te construeren waarbinnen geen enkele groep gefavoriseerd wordt door de overheid of iemand anders. De eerste krachtenveld dat moest worden geneutraliseerd met het oog op de staat door de liberalen was deze van de religie. Doorheen de eeuwen zijn de liberalen echter de implicaties van hun ideologie in alle domeinen van het menselijke leven gaan invoeren, culminerend in ondermeer de pro-immigratie houding van de moderne Europese staten die een neutrale houding (“etnisch indifferentisme”) hebben aangenomen t.a.v. het historische bestaan en de achtergrond van hun eigen volkeren en bevolkingen.

Communautarisme is een omkering van liberalisme in die zin dat het gemeenschappelijk bezit van de gemeenschap als essentieel vertrekpunt neemt, tegengesteld aan de vrijheid van het individu. Volgens communautaristen is de theorie van het sociaal contract uiteindelijk a-historisch. Nooit was er een moment in het verleden waarop “individuen” samenkwamen en overeenkwamen om bestuurd te worden zoals dat vandaag de dag het geval is. Integendeel, de gemeenschap primeert op het individu. Het individu is geboren in een gemeenschap op een bepaald moment en werd erin gesocialiseerd naar z’n levensweg. Het individu kan zijn identiteit enkel en alleen vormen via gemeenschappen, door de concepten uit z’n taal die hem door z’n cultuur verschaft worden. In die zin gaan communautaristen dan ook akkoord met de Aristoteliaanse visie dat mensen sociale wezens zijn. Taal is de conditio sine qua non voor elke sociale orde. Dit toont aan dat “individuen” bijlange niet zo geïsoleerd zijn van een ander, als liberalen beweren. We zijn ondergedompeld in de sociale wereld van onze taal. Enkel de meest originele denkers van elk tijdperk lanceren originele gedachten en concepten, weinigen onder hen over dat.

Voor communautaristen betekent individualisme niks anders dan atomisering. In plaats van het individu te bevrijden van tirannie, atomiseert het individualisme enkel z’n gemeenschappen en isoleert het individu (van z’n generatiegenoten, voorouders en nakomelingen, zich beroepend op de Tocqueville). Deze isolatie is net hetgeen wat hem zo kwetsbaar maakt t.a.v. despotisme, in tegenstelling tot z’n voorouders die in uitgebreide familienetwerken leefden. De ontwortelden, onthechten, individuen in liberaal-kapitalistische democratieën vinden zichzelf volledig overgegeven aan de genade van de krachtigste groepen die bestaan in hun maatschappijen en hun agenda’s. Terwijl vroeger mensen werkten om te leven, leven ze in liberaal-kapitalistische democratieën om te werken.

Communautaristen richten hun pijlen ook op andere liberale heilige huisjes zoals “het neutrale systeem”. Zij vragen zich af wie er in zo’n cultuurloze maatschappij zou willen leven? Culturen en gemeenschappen zijn de bron van gemeenschappelijke waarden die we delen met onze naasten. Deze gemeenschappelijke sociale waarden zijn het raamwerk waarbinnen we ons leven inrichten en de wereld rondom ons betekenis geven. Waarom zouden we dan een neutrale houding ertegenover moeten aannemen? Liberalen trivialiseren en relativeren culturen en gemeenschappen waarbij ze ondertussen het individueel besef van plaats en betekenis vernietigen. Het logische resultaat is een onthechtte massa van geïsoleerde en vervreemdde menselijke wezens die miserabel leven in een spiritueel verarmde wereld. Het verklaart ook veel waarom liberaal-kapitalistische democratieën te lijden hebben onder hoge zelfmoordcijfers, drugsmisbruik, lage geboortecijfers, schizofrenie,…

Elk startpunt van een communautaristische alternatief voor liberalisme is dan ook een maatschappij die gemeenschapsbanden cultiveert en versterkt, in tegenstelling tot de paranoïde liberale tendens tot het bewapenen van het individu met rechten die enkel in tegenspraak zijn tot zijn/haar gemeenschap. De vrijheid van een individu kan enkel gemaximaliseerd worden door zijn/haar gemeenschappen en gemeenschapsbanden met tijdsgenoten te versterken. Dit is in tegenstelling met de liberale visie op vrijheid die in negatieve termen (gericht tegen anderen) gedefinieerd wordt. Alasdair MacIntyre is ook geïnteresseerd in het laten herleven van heel wat klassieke politieke theorie, en dan vooral de Aristoteliaanse ethiek. Individuen zouden kunnen georganiseerd worden in bepaalde sociale instituties en verbanden die bepaalde waarden zouden cultiveren voor hun eigen goed.

In de Oudheid meenden de Atheense democraten dat politieke participatie van alle burgers een wezenskenmerk van de democratie vormt. Een burger die niet deelnam aan de politiek werd volgens Pericles door de gemeenschap als een nietsnut beschouwd. De Atheense democratie was een participatiedemocratie, althans voor degenen die er de rechten voor bezaten. Vreemdelingen hadden die rechten per definitie niet, evenmin als vrouwen en slaven. De Atheense democratieopvatting was daarmee sterk monocultureel en exclusief. Naast rechten hadden burgers ook plichten, en in die zin was de Atheense opvatting communautaristisch aangezien alle burgers werden geacht een aantal morele principes te delen. Ook heden ten dage dient men aan gemeenschappelijke waarden een centrale plaats toe te kennen, al zijn niet alle communautaristen zo veeleisend als de Grieken dat waren. Niettemin veronderstellen ook eigentijdse communautaristen zoals Alasdair Macintyre of Charles Taylor, behalve een hoog niveau van democratische participatie, ook een grote mate van culturele homogeniteit. Politieke participatie en culturele homogeniteit zijn evenwel niet noodzakelijk met elkaar verbonden.

Liberale democratie daarentegen is enkel gebaseerd op de procedures voor het nemen van beslissingen. De visie op democratisch burgerschap kan worden onderscheiden naar het antwoord op de vraag of er een procedurele consensus gewenst is dan wel een inhoudelijke consensus. Liberalen pleiten voor het eerste, communautaristen voor het tweede. In de liberale democratieopvatting, waarin alleen overeenstemming nodig is over de procedures (en soms zelfs dat niet eens), worden weinig of geen culturele eisen gesteld en kunnen etnische minderheden in politiek participeren. Daar staat tegenover dat het belang van culturele identiteit in de politiek ook niet wordt erkend in de liberale visie. Enkel in een communautaristische opvatting komt democratie als zijnde volkssoevereiniteit ten volle tot uiting. Volkssoevereiniteit veronderstelt het bestaan van een volksgemeenschap die ondermeer op gemeenschappelijke waarden, tradities, afkomst,… is gestoeld. Een inhoudelijke consensus dus.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , | Leave a Comment »

Geschiedenis van de roerige Franse Nederlanden

Posted by drietand op 21 oktober, 2007

Het ontstaan van de Zeventien Provinciën

De Bourgondische Nederlanden waren onder Filips de Goede (1419-1467) symbool voor grote territoriale expansie en materiële opbloei van onze gewesten.

De naam verwijst naar gebieden van zeer uiteenlopende oorsprong, verworven tussen 1419 en 1477, jaar van het overlijden van Karel de Stoute.

Chronologisch noemen we in 1363 het hertogdom Bourgondië, in 1384 uitgebreid met Vlaanderen, Artesië en Franche-Comtè, verworven door Filips de Stoute. In 1419-1467 trok hij Holland, Brabant en Henegouwen, Picardië, Auxerre en Macon naar zich toe, terwijl kerkelijke gebieden als Kamerijk, Luik, Utrecht en Oversticht (wat thans Groningen, Friesland, Overijssel en Drenthe is) onder zijn invloed kwamen. Tussen 1467 en 1477 had Karel de Stoute ook nog Lotharingen, de Boven-Elzas en Gelre tot het zijne gemaakt en via het huis Bourgondië-Nevers was de invloedssfeer tussen 1405-1419 nog verder aangegroeid tot Rethel, Nevers en Besançon.

Onder de Bourgondiërs reikten de Franse Nederlanden wel degelijk tot boven de Somme / Zoom, met de graafschappen Ponteland (Ponthieu), Vimeu en Amienois als uitschieters. Daarmee werd kortstondig zelfs de situatie van 965, ontstaan door de veroveringen van graaf Arnulf de Grote, nog overtroffen! Niet voor lang echter, daar bij de dood van karel de Stoute in 1477 bijna de helft van alle Bourgindische bezittingen verloren ging w.o. het Boonse, Ponteland en de Picardische gebieden.

De Zeventien Provinciën

Karel V bracht de onder de Bourgondische hertogen ingezette eenmaking van de Nederlanden tot een goed einde. Hij verenigde de Zeventien Provinciën tot de Bourgondische Kreits (1549); in alle gewesten was de erfopvolging identiek (Pragmatieke Sanctie). Wel bleef het Prinsbisdom Luik onafhankelijk doch Karel V onderhield vriendschappelijke betrekkingen met de prins-bisschoppen die eveneens deel uitmaakten van het H. Roomse Rijk, maar dan van de Westfalische Kreits.

Historici hebben enige moeite gehad met de telling van de gewesten die Karel V door de Pragmatieke Sanctie van 1549 in één Bourgondische Kreits samenbracht. Fruin meende dat het de vertegenwoordiging in de Staten-Generaal betekende. Van der Essen toonde in 1946 aan dat Karel V over 17 feodale titels beschikte in de Nederlanden. Hij was namelijk graaf van Vlaanderen (1), Artesië (2), Henegouwen (3), Holland (4), Zeeland (5), Namen (6) en Zutphen(7), Hertog van Brabant (8), Limburg (9), Luxemburg (10) en Gelre (11), markgraaf van het H. Roomse Rijk te Antwerpen (12), heer van Friesland (13), Mechelen (14), Utrecht (15), Overijssel (16) en Groningen (17). In feite was het marktgraafschap Antwerpen reeds sedert de 12de eeuw geïncorporeerd in Brabant, vormden Holand en Zeeland één hertogdom sedert 1288, en waren Utrecht en Overijssel niet meer dan het Sticht en Oversticht. Anderzijds had Karel V blijkbaar geen feodale titels over Drenthe, de Ommelanden, Doornik en het Doornikse. De benaming ‘Zeventien Provinciën’ ging dus uit van een feodale structuur. Eeuwen van samenwerking resulteerde in een kruisbestuiving van verwante culturen en een onderlinge verbondenheid en eenheid, terwijl elke regio zijn plaatselijke bestuur en cultuur kon behouden.

Roerige Franse Nederlanden, hun afzondering van overig Nederland

In de bewogen geschiedenis van het Nederlandstalige Dietse volk dat men vaak Vlamingen noemt, nemen de Franse Nederlanden (Noord-Frankrijk) in het algemeen, en Frans Vlaanderen in het bijzonder, een vooraanstaande plaats in.
In het land van de Westhoek, Artesië en de Somme/Zoom liggen de wortels van onze taal, cultuur en tradities diep begraven onder het gewicht van eeuwenlange strijd! Een gebied van aanhoudende invasies en bittere oorlog, waar haast alle omringende landen tegen elkaar optrokken en waar de bodem met bloed van Fransen, Vlamingen, Engelsen, Spanjaarden, Oostenrijkers, Duitsers… enz. doordrenkt werd! Een smeltkroes van Romaanse en Germaanse cultuur, al naar gelang van menselijke, bodemkundige, economische en taalkundige factoren in mindere of meerdere mate culturen tot uitdrukking gekomen. Een kruitvat van internationale spanningen, een hoogwaardig gebied van grote ambachtelijke nijverheden en technische uitvindingen, een machtige agrarische reserve, na eeuwen strijd tenslotte door Lodewijk XIV onder de voet gelopenen door het verdrag van Nijmegen (1678) definitief bij Frankrijk ingelijfd. Aan die toestand hebben de Spaanse Successieoorlog (1701-1713), grenscorrecties tijdens de 18de eeuw, de Franse Revolutie, de Frans-Duitse oorlog (1870-1871), de bloedige slachtingen van 1914-1918 en vier jaar Duitse bezetting (1940-1944) geen wezenlijke verandering meer gebracht.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , | Leave a Comment »

Revoluties ten dienste van … de VSA

Posted by drietand op 21 oktober, 2007

Otpor in Servië, Pora en Znayu! in de Oekraïne, zonder de rozenrevolutie te vergeten in Georgië, al deze bewegingen werden door de westerse pers voorgesteld als spontaan verzet en vooral als heroïsche verdedigers van democratie ten dienste van hun volk. Nochtans, het weekblad ‘l Express heeft reeds in haar editie van 31 januari 2005 onthuld dat ze uitdrukkelijk en structureel zijn “geholpen” en geenszins spontaan waren. Zo is de in Servië actieve organisatie Otpor 26 keer in de Oekraïne geweest tussen de lente van 2003 en de lente van 2004 voor raadgevingen aan Pora, maar vooral om de beweging Znayu! uit de grond te stampen! Het ging hem hierom zowel een negatieve campagne (door Pora) te kunnen voeren als een positieve campagne door Znayu!. En men zou trachten de presidentsverkiezingen om te vormen en in de plaats te komen tot een referendum voor of tegen het regime. Meer nog, de huidige Georgische president Mikheïl Saakashvili zou toen hij nog in de oppositie zat, clandestiene ontmoetingen hebben gehad met Servische politici om uitleg te krijgen over de achtergronden van het van de macht verwijderen van Milosevic.

Maar de belangrijkste informatie in het artikel van ‘l Express is de financiering van de activiteiten van deze bewegingen door een Amerikaanse vereniging, genaamd “Freedom House”, die aanwezig was in Servië in het jaar 2000, het jaar dat Slobodan Milosevic de macht verloor. Deze NGO “is er niet om politieke regimes te veranderen” bevestigt ze zelf. Ze verschaft enkel de nodige middelen opdat de kiezers zouden begrijpen dat hun stem telt en zij hun angst voor de machthebbers aan de kant kunnen schuiven. Juist daarom zouden al meermaals leden van Otpor, maar ook anti-apartheidsmilitanten en vele andere organisaties meetings georganiseerd hebben, zoals bijvoorbeeld op 9 maart 2004 in Washington, om hun ervaringen uit te wisselen.

De Amerikaanse film ‘Bringing Down a Dictator’ van Jack DuVall werd bijvoorbeeld gebruikt in Georgië om de machtsverwijdering van Edouard Chevarnadze voor te bereiden. Ook hier hadden de manifestaties niks spontaans in zich. Zo heeft Zoran Djindjic, de toekomstige Servische eerste minister een aanval gepland tegen het Servisch parlement en de televisie. Of deed de kabinetchef van Victor Joesjtsjenko in de Oekraïne de officieren van de Oekraïense veiligheidsdiensten van kamp veranderen in de coulissen. En vooral, alles was voorzien om het gewenste resultaat op te leggen, zelfs indien de verkiezingsurnes het tegengestelde toonden. Jack DuVall is de voorzitter van het ‘International Center on Nonviolent Conflict (ICNC), een organisatie die zich ondermeer al meermaals propagandafilms heeft geproduceerd die op PBS en op universiteitscampussen in gans de VSA werden vertoond. DuVall werkte eerder samen met James Woolsey, ex-directeur van de CIA, in het stichten van ‘The Arlington Institute’ alsook met de politiek-militante Peter Ackerman die als producer optrad van ‘Bringing down a dictator’. Deze film was bedoeld om de mogelijkheden van niet-gewelddadig verzet te illustreren met z’n verondersteld succes in het verdrijven van Slobodan Milosevic als Joegoslavisch president in oktober 2000. De filmmakers stellen het voor alsof een groep revolutionaire studenten de “slachter van de Balkan” verjoegen met als wapens humor, internet, studentengrappen en vreedzame studentenacties.

De “democratisch” (lees: Amerikaanse vrienden) geworden landen Oekraïne, Servië en Georgië zijn nu eerder obstakels geworden voor de Europese Unie voor een toenaderingspolitiek naar Moskou. Nu er regeringen zijn geïnstalleerd die zich eerder vijandig opstellen t.a.v. Moskou, of op z’n minst uiterst kritisch, houden ze Europa vast in z’n politiek nanisme. Het “jonge Europa” dat zich ten dienste van het westen stelt en –denkend aan Donald Rumsfeld- tegen het “oude Europa”. Een “oud Europa” dat verblind werd door de vreedzaamheid van de activisten. Hoewel het slechts een element was uit de perfect geplande en voorbereide propaganda. Deze nieuwe Atlantistische spil midden in Europa brengt ook meer klaarheid over de verklaringen van Condoleezza Rice die Wit-Rusland bij de zeven tirannieën plaatst die door de VSA moeten bestreden worden. Leden van Otpor zijn er al geweest ondanks een verblijfsverbod. En leden van Pora willen hun actieterrein uitbreiden. “Rusland staat bovenaan de lijst, gevolgd door Wit-Rusland” heeft één van hun verantwoordelijken verkondigd aan AFP.

De jonge leiders van Pora die zich als de “special forces” van de democratie voorstellen, hebben een belangrijke rol gespeeld in de Oekraïense Oranjerevolutie en willen nu hun kennis en ervaringen verspreiden in de rest van de ex-USSR. Een idee dat Moskou zorgen baart.

“U kan ons de spetzsnaz van de democratie noemen”, lacht Vladislav Kaskiv, één van de leiders van Pora (wat betekent: ‘Het is tijd’), gebruik makend van de Russische en Oekraïense term voor elite-eenheden. Het Oekraïense scenario heeft dat van de Rozenrevolutie in Georgië in 2003 herhaald. Het heeft in Moskou, dat zoekt naar het herstellen van z’n invloed in de ex-Sovjet gebieden, de nodige aandacht gewekt. De oud-chef van de Russische Nationale Veiligheidsraad, Vladimir Rouchaïlo, heeft al gewaarschuwd dat herhalingen van dergelijke scenario’s zowel binnen als buiten de lidstaten van de CIS (= ex-USSR zonder de Baltische staten). Kaskiv heeft alvast getracht om met gelijkgezinden en hulp van vrienden uit Servië, Georgië en Slovakije een centrum uit te bouwen die aan dergelijke bewegingen de nodige steun kan verlenen binnen de ex-USSR. “We hebben gepraat met praktisch alle leiders van democratische bewegingen in de regio, en ze staan achter het idee voor 120%”, stelde hij aan AFP. De groep heeft ook beloftes tot financiële steun op zak en hoopt met het centrum in 2005 te kunnen starten. In tegenstelling tot het Centrum voor geweldloos verzet dat gestart werd in Belgrado door de Otpor-jongeren, heeft het centrum in Kiev de ambitie om alle landen te verenigen die “geslaagd zijn in hun democratische transitie: Slovakije, Polen, Tsjechië, Servië, Georgië en de Oekraïne, om de democratische bewegingen in gans de regio te ondersteunen”, zo vervolgt de militante Kaskiv. “Rusland staat bovenaan onze lijst, gevolgd door Wit-Rusland, Moldavië, Azerbeidjan en Kazakstan, zo bevestigd hij. Zijn lijst moet als een nachtmerrie lijken in het Kremlin en enkele leiders van oude Sovjetrepublieken reageerden geïrriteerd. De overheden van Kirgizië en Oezbekistan hebben de mogelijkheid van een Georgisch of Oekraïens scenario in hun landen alvast geen kans op slagen gegeven.

Maar andere politici zijn minder zeker. De gebeurtenissen in de Oekraïne hebben heel wat jonge Russen gepolitiseerd in een zodanige mate die al jaren niet meer was voorgekomen, bevestigde de Russische liberaal Egor Gaïdar aan de Financial Times in december 2004. “Het is de eerste steen gelanceerd tegen het bouwsel van de door Rusland gecontroleerde democratie”, zo stelde Gaïdar. Tijdens de manifestaties in Kiev was het tentendorp dat gedeeltelijk door Pora was opgebouwd, in belangrijke mate gevuld met democratie-militanten uit Azerbeidjan, Armenië en Wit-Rusland. “Oekraïne zal winnen, en wij daarna”, verklaarde een Wit-Russisch militant aan AFP tijdens een manifestatie. “De overwinning van de Oekraïne zal voor ons een bron van inspiratie zijn.” En dat is net wat Kaskiv en z’n kameraden hopen. “Het eerste wat die mensen nodig hebben is een psychologische basis, een voorbeeld die je ondersteunt en door overtuigd wordt dat een verandering mogelijk is”, alsnog de militant, “voor mij had hetgeen gebeurd is in Georgië een grote psychologische impact. Het bevestigde dat alles mogelijk was. En indien Moskou lastig had gedaan, we hadden de steun van de ondernemers, intelligentsia, ambtenaren, wat het proces enkel maar zou versneld en versterkt hebben.”

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , , , , , , , , , | Leave a Comment »