Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

De leugen van de gelijkwaardigheid

Posted by drietand op 1 oktober, 2007

In december 1948 nam de VN haar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan, een document dat tot op de dag van vandaag in belangrijke mate mee vorm geeft aan de internationale relaties maar ook aan nationale wetgeving in staten. Nochtans is dit UVRM gebaseerd op een grondbeginsel dat als een dogma kan beschouwd worden met een realiteitswaarde van nul. Dit grondbeginsel is de stelling dat “Alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en Rechten worden geboren”. Dit grondbeginsel is zondermeer een dwaasheid, men beweert namelijk vanuit het niets dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid zouden geboren worden. Dit grondbeginsel, dit dogma, is gebaseerd op een opsomming van de vele fouten die in het verleden vanuit allerlei modernistische ideologieën en premoderne mensvisies werden gemaakt en tot de verscheidene horrorkamers van de geschiedenis hebben geleid. Zeker na 1945 voelde men klaarblijkelijk een behoefte aan dit dogma, maar een aanname ervan wil nog niet zeggen dat het ook met de werkelijkheid overeen komt en dat het berust op feiten en argumenten.

Men acht waardigheid aanwezig in alle pasgeboren mensen, en dan nog wel in gelijke mate. Waarom dit zo zou zijn wordt nergens vermeld. Men presenteert een wens als zijnde een feit. De ware betekenis van het begrip “waardigheid” is blijkbaar vervaagd, ondermeer als gevolg van het egalitarisme en de afkeer voor elk elitair denken, met de wens om boven alles de belangen van het individu te beschermen. De betekenis die in het UVRM aan het begrip waardigheid wordt gegeven is zondermeer een schoolvoorbeeld van begripsverkrachting.

Het evoluerende menselijke leven is een belangrijk en een moeilijk proces dat enkel kan voortgezet worden mits grote inzet van haar leden, met veel échte waardigheid dus. Waardigheid, die de mate aangeeft waarin iemand bereid is universele belangen van de soort of gemeenschapsbelangen boven zijn eigen individuele belangen te stellen. De egalitaristische betekenis die men aan “waardigheid” heeft gegeven en tot uitdrukking komt in het grondbeginsel van het UVRM is daarentegen een degradatie van de voortzetting van die menselijke evolutie, waardigheid wordt gedegradeerd tot iets dat iedereen, ook de grootst denkbare smeerlap, in gelijke mate met anderen bezit. Het impliceert ook bijgevolg de totale zinloosheid van het menselijke bestaan.

In tegenstelling tot wat in het grondbeginsel van het UVRM verklaard wordt, kunnen pasgeborenen eenvoudigweg geen waardigheid bezitten. Niemand heeft bij de geboorte waardigheid want waardigheid is niet iets dat men zomaar heeft, het is iets dat men alleen kan verwerven tijdens het leven door het gedrag dat men stelt. Iemand waardig noemen komt hierop neer dat men die persoon bewondert voor zijn of haar gedrag, waardigheid wijst erop dat iemand bereid is veel van zichzelf te geven voor een overtuiging, een ideaal, een hoger doel, en die niet handelt uit puur eigenbelang. Het is dan ook de evidentie zelve dat het begrip “waardigheid” van toepassing kan zijn op pasgeborenen, waarvan het gedrag uit niet veel meer bestaat dan zich voeden en ontlasten. Waardigheid is altijd het gevolg van hoogstaand gedrag, het is er een graadmeter van. Waardigheid in de UVRM van de VN is uitdrukkelijk niet gebaseerd op gedrag, het slaat op iets dat we allen van bij onze geboorte zouden hebben. Echte waardigheid is evenwel iets dat elke persoon moet verdienen door zijn of haar gedrag.

Waardigheid kan door ieder mens verworven worden, ongeacht de “waarde” van die persoon. Want waarde en waardigheid zijn geen synoniemen. Mensen met een lage waarde (die over weinig vaardigheden, kennis, talenten,… beschikken) kunnen evenveel waardigheid verwerven als iemand met een hoge waarde. Het verkrijgen van echte waardigheid is in gelijke mate mogelijk voor iedereen. Het gaat immers niet over wat men kan maar wel over wat men doet met wat men kan. Waardigheid is iets waar ieder mens, ook hen met een lage waarde, trots op mag zijn als hij of zij er recht op heeft, want dit wijst op gedrag dat respect afdwingt. Op de waardigheid in de betekenis van het UVRM kan niemand zich beroemen want men heeft er helemaal niks voor hoeven te doen.

Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen onze waarde als lid van de soort en van gemeenschappen enerzijds en onze waardigheid als persoon anderzijds. Waarde is voor een deel erfelijk en voor een deel te verwerven door middel van oefening. Waardigheid is hoe dan ook niet erfelijk. De waarde van de soort, de waarde die we allemaal gemeenschappelijk hebben, niet als individu maar wel als lid van de soort, is het vermogen van leden van de soort om bewust zinvolle handelingen te verrichten op basis van hogere waardigheden (bijv. rechtvaardigheid, schoonheid, zuiverheid,…) die het individueel belang overstijgen. Onze bereidheid om dat te doen bepaalt onze waardigheid.

De waarde van een pasgeborene is uiteraard zijn ongelijke waarde als lid van de soort (als gevolg van biologische factoren), die evenwel de gelijke mogelijkheid impliceert om waardig te zijn. Zowel intelligente als domme zuigelingen kunnen later evengoed waardig worden, een domme zuigeling kan een grotere waardigheid verwerven dan een intelligente. Die mogelijkheid maakt beiden zeer kostbaar en alleen al daarom dienen ze met veel zorg omringd te worden. We verdienen in de loop van ons leven vrijwel allemaal wel enige waardigheid maar niet in dezelfde mate en niemand wordt er mee geboren.

Het begrip waardigheid komt voort uit de vele mensvisies die het verschijnsel mens in één of andere vorm als zinvol aanzien en niet als het zinloos product van onbezielde machines en mechanismen. Het is verankerd in culturen waarin aangenomen wordt dat rechtvaardigheid, oprechtheid, zuiverheid,… principes zijn die waarde hebben in zichzelf, dat het aspecten zijn van het hogere in ons, in culturen waarin men ons verlangen naar moreel verantwoord handelen als absoluut ziet en niet als een uitvloeisel van onze individuele behoeften. En in die culturen ziet men een fundamenteel verschil tussen waarde enerzijds en waardigheid anderzijds. De waarde van iets is relatief, iets heeft waarde omdat men kan er iets mee kan doen, bijvoorbeeld geld. Waardigheid daarentegen is absoluut, daar kan men niets mee doen, dit heeft waarde in zichzelf. De behoefte om moreel verantwoord te leven is weliswaar zuiver abstract maar niettemin reëel, iedereen weet wat ermee bedoeld wordt. Iedereen kent in meer of mindere mate het fundamentele verlangen om het goede te doen en het verkeerde te laten. We kennen allen de diepe voldoening juist gehandeld te hebben en ook de onrust die ons kan parten spelen als we fout gehandeld hebben.

Het is duidelijk dat we niet allemaal in gelijke mate over waardigheid beschikken. Er zijn geen twee mensen op de planeet die identiek hetzelfde gedrag stellen in alle omstandigheden en ogenblikken. Kampbeulen, kinderverkrachters,… bezitten vrijwel geen waardigheid. Volgens het UVRM hebben dergelijke personen evenveel waardigheid als iemand die zich dagelijks belangeloos inzet voor het welzijn van anderen, aangezien we het allen vanaf de geboorte in gelijke mate hoe dan ook zouden bezitten! Waardigheid is geen leeg begrip en impliceert offerbereidheid, oprechtheid, streven naar rechtvaardigheid en welzijn voor anderen. Dat doen we overduidelijk niet allen in dezelfde mate. Oppervlakkige mensen accepteren en gebruiken het woord “waardigheid” gedachteloos als een inhoudsloos vriendelijkheidje, net zoals men in de winkel aan de kassa “dank u en tot ziens” te horen krijgt. Waardigheid is wel degelijk een begrip met inhoud, een abstracte inhoud, een ethische verdienste die men belangrijk vindt en op welke wijze dan ook een hogere waarde geeft.

De politiek-correcte betekenis van waardigheid zoals die in o.a. het UVRM weergegeven is, heeft niet alleen niets te maken met welk gedragspatroon of verdienste dan ook, maar kan zelfs uit helemaal niets in de realiteit afgeleid worden! Het is niet gebaseerd op iets dat waarneembaar is, in tegenstelling tot de échte betekenis van waardigheid. Gedrag is net als gelijkheid / ongelijkheid iets dat zintuiglijk waarneembaar is. Het egalitaire grondbeginsel van de UVRM is dan ook zo irreëel als maar mogelijk is, een op niets gebaseerde bewering. Het is duidelijk duimzuigerij binnen de heersende liberale egalitaire ideologie. Dat men dan tientallen als universeel gelden beschouwde rechten afkondigt, gebaseerd op dit grondbeginsel, is niet enkel bedenkelijk maar gewoon onverantwoord. Terwijl men de hypothese dat het kind Jezus God was met veel verachting verworpen heeft wegens het zeer onwetenschappelijke karakter ervan, is het absurd dat intellectuelen van de 20ste eeuw dan zelf een vermeende waardigheid bij zuigelingen, de morele verdienste van baby’s dus, als één van de uitgangspunten van hun denken voorstellen!

Waarom is dit zo belangrijk? We hebben allen de neiging om ons verstand even op nul te zetten als we prettig bedrogen worden. Maar ook is het begrip “waardigheid” te belangrijk om het zomaar te laten verkommeren door de lakeien van de heersende ideologie. We vinden het allemaal ergens wel aangenaam om waardig genoemd te worden en we maken zelf allen graag het goedkope gebaar een ander waardig te noemen. Onze neiging om waardigheid graag te accepteren en gul uit te delen is niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en op feiten, maar wel omdat we allen zo graag geloven dat het waar is. Door zo lichtzinnig met een begrip als waardigheid om te springen, brengen we evenwel de menselijke soort en het leven van de diverse gemeenschappen waarin een mens verbonden is, in gevaar. We verdienen allemaal wel enige waardigheid op basis van ons gedrag, maar niet allemaal dezelfde!

De UVRM-waardigheid is niets meer dan een irreële wensdroom van egalitaristen en het is volkomen onverantwoord om zoiets te gebruiken als grondbeginsel om er rechten op te baseren. De bewering dat ieder individu iets zou bezitten dat niet waarneembaar is (niet direct en niet indirect), en dat ieder individu dat ook in gelijke mate zou hebben terwijl het dus ook onmeetbaar is, dat het de naam “waardigheid” mag dragen terwijl het niets met ons gedrag te maken heeft en in elk geval geen verdienste is, is een intellectueel hoogstandje van egalitaristische kromdenkers die bijvoorbeeld het dogma van de onfeilbaarheid van de Paus niet overstijgt. Het is voor iedere persoon een plicht, een primaire taak om waardig te worden, om waardigheid te verwerven. Door de politiek-correcte betekenis die de egalitaristen aan waardigheid gaven, dreigt deze taak ondergesneeuwd te geraken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: