Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

Het ANC en de degeneratie van Zuid-Afrika

Posted by drietand op 21 oktober, 2007

Aan de vooravond van de algemene verkiezingen op 14 april 2004 had de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki goed nieuws: de criminaliteitscijfers in zijn land dalen, en met de honger in z’n land komt het ook goed. De landbouwgronden, nu nog vaak in handen van blanke boeren, zullen “eerlijker worden verdeeld” zodat de armen in hun eigen voedselbehoefte kunnen voorzien. Dat ondanks tien jaar ANC-bewind de misdaad nog steeds de spuigaten uit loopt en een groot deel van de bevolking amper te eten heeft, is een erfenis van de apartheid, meent Mbeki. De politiek-correcte pers in Europa lijkt het met hem eens te zijn. “Bloedige erfenis van de apartheid,” kopte in Nederland het Algemeen Dagblad van 24 januari 2003 boven een artikel over gewelddadige criminaliteit. Correspondent Bram Vermeulen stelde in NRC/Handelsblad van 12 februari 2004: “Tien jaar na het einde van de apartheid is Zuid-Afrika niet van de ontwrichting hersteld.” En dezelfde Vermeulen in dezelfde krant op 7 februari 2005: “Het politieke geweld is in Zuid-Afrika sinds 1994 weliswaar zo goed als verdwenen, de criminaliteitscijfers zijn onverminderd hoog.”

In werkelijkheid is het politieke geweld hoegenaamd niet verdwenen. Adriana Stuijt, voormalig journalist van de anti-apartheidskranten de Rand Daily Mail en de Sunday Times en nu min of meer met pensioen in Nederland, heeft het aantal dodelijke slachtoffers van aanslagen op politici, partijactivisten en verkiezingsbijeenkomsten tijdens de verkiezingscampagne in 2004 gecheckt. Ze komt uit op dertig doden: vijftien slachtoffers van Inkatha (de Zulu-partij), negen van het ANC, drie van de Democratic Alliance (de partij van Helen Suzman, vroeger criticaster van het apartheidsregime en nu van de ANC-regering), twee van de United Democratic Movement (de Tswana-partij) en één slachtoffer wiens politieke voorkeur onbekend is gebleven – een zwevende kiezer misschien.

Moordpartijen zijn doodgewoon in Zuid-Afrika, ook buiten een politieke context. In geen land (oorlogsgebieden buiten beschouwing gelaten) wordt er zoveel gemoord als in Zuid-Afrika – alleen weten we niet wat het precieze aantal slachtoffers is. Er zou sprake zijn van jaarlijks zo’n 25.000 moorden op een bevolking van 45 miljoen; dat zijn jaarlijks 55 slachtoffers per 100.000 inwoners! Ter vergelijking: in Nederland zijn dat er jaarlijks 1,7 per 100.000 inwoners en in de Verenigde Staten, het land met de hoogste gevangenispopulatie volgens inwoneraantal, zijn het er vijf op 100.000. Maar volgens officiële cijfers daalt het aantal gevallen van moord- en doodslag de laatste jaren in Zuid-Afrika. Het probleem is alleen dat de Zuid-Afrikaanse regering er sinds juli 2000 geen inzicht meer in wil geven hoe de criminaliteitscijfers worden samengesteld. De onafhankelijke South African Medical Research Council is toen maar eens het aantal overlijdenscertificaten gaan tellen waarop moord- of doodslag als doodsoorzaak is aangegeven. De Council komt op tweemaal zoveel slachtoffers als de politie rapporteert. Dus dan zitten we op zo’n 50.000 per jaar. Als de overlijdenscertifacten kloppen, ten minste. En dat is volgens Mohammed Dade van de Universiteit van Natal vaak niet het geval. Hij koos dertig willekeurige gevallen van overlijden door een ongeluk of zelfmoord en liet deskundigen de lijken en de omstandigheden van overlijden onderzoeken. In de helft van de gevallen (die toch niet voordien door arts of politie als verdacht waren aangemerkt) bleek het bij nader inzien wel degelijk om moord of doodslag te gaan. Naar alle waarschijnlijkheid is het jaarlijkse aantal dodelijke slachtoffers van geweld veel hoger dan de Zuid-Afrikaanse regering beweert. Hoe het aantal slachtoffers zich verhoudt tot de totale omvang van de bevolking weten we ook al niet, want Zuid-Afrika heeft geen bevolkingsregister. Het vermeende aantal inwoners van 45 miljoen is een schatting, gedeeltelijk gebaseerd op tellingen vanuit de lucht van het aantal hutjes in de zogenaamde plakkerskampen aan de rand van de steden, waar zwarten afkomstig van het platteland of de thuislanden hun bivak hebben opgeslagen.

Er zit een merkwaardig patroon in de moordcijfers, constateerde Neels Moolman, hoogleraar criminologie aan de Universiteit van het Noorden in Limpopo (de vroegere Transvaal). Mensen die tot de onderklasse behoren, lopen een relatief hoog risico gewelddadig om het leven te komen, maar dat zie je over de hele wereld. Opvallend is dat het verschrikkelijk gevaarlijk is om politieagent te zijn in Zuid-Afrika. Per honderdduizend agenten worden er jaarlijks 267 gewelddadig om het leven gebracht. Maar het kan nog erger. Het meest riskante beroep ter wereld is waarschijnlijk actief te zijn in de Zuid-Afrikaanse landbouw: per 100.000 mensen werkzaam in de agrarische sector worden er jaarlijks 313 vermoord. Meer dan tachtig procent van de slachtoffers zijn Afrikaans sprekende blanke boeren. Deze zogenaamde “plaasmoorde” zijn ondertussen wereldbekend. In de periode van 1991 tot en met 2000 werden twaalf procent van de Boeren aangevallen (5594 slachtoffers) en twee procent van de Boeren (ruim duizend slachtoffers) gedood. In het jaar 2001 werden 900 Boeren aangevallen, waarvan 140 het niet overleefden. Daarbij valt het aantal dodelijke slachtoffers onder blanke boeren in Zimbabwe (zeven) in het niet.

De aanvallen zijn vaak bijzonder gewelddadig. Zo werd het bejaarde echtpaar Cross in Gravelotte in april 2000 langzaam (het duurde zo’n zeven uur) doodgemarteld, met, onder andere, pistoolschoten door de knieën en het overgieten met kokend water. De familie Freese werd op een vroege zondagochtend in maart 1997 hun boerderij in Natal door zwarte overvallers verrast. De dochtertjes van vier en tien werden zo hard met honkbalknuppels op het hoofd geslagen dat hun ogen uit hun kassen vlogen. Op een andere boerderij werden Salie (67) en Ria Nortje (54) in 2002 levend verbrand door hun aanvallers. Volgens Moolman, die politieverslagen onderzocht, rijden de daders soms twee- of driehonderd kilometer op zoek naar een geschikte boerderij, bijvoorbeeld van Pretoria of Johannesburg naar het platteland van de Transvaal. Ze voeren zelf verkenningen uit of leggen contact met een informant uit de streek. De eigenlijke aanval wordt met een man of vijf uitgevoerd. Soms wordt er niets gestolen en gezien de uitgebreide voorbereiding en het heen en weer reizen, halen ze er meestal hun onkosten niet uit. De destijds voor terrorisme veroordeelde internationale held Nelson Mandela verklaarde in 1998 dat de aanvallen vaak een reactie zijn op het racisme van de Boeren en hun uitbuiting van zwarte landarbeiders.

De moorden hebben dus min of meer een politiek karakter en in ieder geval zijn het “hate crimes”. In de tijd van de apartheid bedacht Peter Mokaba, chef propaganda van het ANC, de strijdkreet “Kill the Boer”. Er werd zelfs een liedje van gemaakt. Bij ANC-bijeenkomsten werd het door extatisch dansende menigten gezongen. Het bleef populair, ook na het einde van de apartheid. Zo werd het door het publiek buiten de rechtbank tijdens processen tegen de verdachten van moorden op Boeren ten gehore gebracht en stond het op het repertoire van de menigte die de begrafenis van Mokaba in 2002 bijwoonde. Mangaliso Kubheka, leider van de Landless People Movement (die ijvert voor onteigening van de Boeren), hief de slogan Kill the Boer vorige maand aan tijdens een propaganda-bijeenkomst. Daar staat tegenover dat Mbeki heeft gezegd dat het gebruik van deze slogan bij ANC-bijeenkomsten “niet aanbevolen” is. Mbeki zegde ook in 2002 speciale politiebewaking voor de boerderijen toe en Mandela deed soortgelijke belofen al in 1998. Maar tot nu toe is daar niets van terechtgekomen.

In het christelijk Zuid-Afrika groeit ook de islam. Vooral onder de zwarte bevolking stijgt het aantal moslims. Zuid-Afrika is van oudsher vooral een christelijk land. Zo´n 70 procent van de bevolking is christen. Op een bevolking van 45 miljoen zijn er 650.000 moslims. Van origine zijn het hoofdzakelijke Indiërs en kleurlingen die de islam aanhangen. De laatste jaren is de islam onder de zwarte bevolking erg gegroeid. Het aantal zwarte moslims in Zuid-Afrika is toegenomen van 12.000 in 1991 tot 74.400 nu – een verzesvoudiging. Deskundigen verwachten de komende decennia een verdere opmars van de islam. Zij voorspellen dat zwarte gelovigen binnen twintig jaar de grootste groep zullen zijn in de Zuid-Afrikaanse moslimgemeenschap. De opkomst van de islam is deels het gevolg van immigratie van moslims uit de rest van Afrika, die naar Zuid-Afrika komen in de hoop op een beter leven. Maar ook de huidige spanning tussen het Westen en de moslimwereld speelt een rol. Zwarte Zuid-Afrikanen zien in de islam een verzet tegen het westers imperialisme die zij menen te herkennen. Helaas voor Zuid-Afrika groeit, met de opmars van de islam, ook het moslimextremisme. Er komen steeds meer conservatieve imams uit Egypte en Pakistan. Steeds meer Zuid-Afrikaanse moslimvrouwen dragen hoofddoeken of bedekken zich helemaal. Ouders sturen hun kinderen naar conservatieve koranscholen. De radicalisering komt voort uit teleurstelling over het ANC-bewind. Veel mensen zien geen verbetering in hun leven sinds de verkiezingen in 1994 waarbij het ANC aan de macht kwam. De radicale islam biedt hen een alternatief. Ze kunnen er hun onvrede in kwijt. Door toename van het extremisme is het land is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een schuilplaats voor terroristen. Dit brengt voor Zuid-Afrika het risico van aanslagen met zich mee.

Ook de Cosatu-vakbond luidde reeds de alarmklok: de helft van de Zuid-Afrikaanse bevolking zou te weinig te eten hebben en een derde (naar schatting vijftien miljoen mensen) kan zich maar één fatsoenlijke maaltijd per week veroorloven en moet de rest van de tijd wat bij elkaar zien te scharrelen. Cosatu is een bondgenoot van het ANC en legt niet het voor de hand liggende verband tussen de onveiligheid op het platteland en de landbouwpolitiek van de regering enerzijds en het ontstaan van voedselgebrek anderzijds. In 1994 waren er 85.000 Boeren en nu zijn er nog maar 35.000 over; de meesten hebben er het bijltje bij neergegooid en zijn geëmigreerd. Daarnaast zijn er nog zo’n drieduizend Engelssprekende blanke boeren, waaronder veel vluchtelingen uit Zimbabwe. In de commerciële agrarische sector (landbouw die een overschot produceert dat op de markt kan worden verkocht) zijn verder ongeveer twintigduizend Indiërs actief, die veelal groentekwekerijen hebben; ongeveer tachtigduizend Afrikaans sprekende kleurlingen, vaak bloementelers; en pakweg twaalfduizend Dunn-Zulu’s (die de Schot John Dunn als stamvader beschouwen) die zich vooral op suikerriet en bananen toeleggen. Ook niet-blanke boeren worden regelmatig aangevallen; zo zijn reeds Dunn-Zulu’s met oogst en al in brand gestoken.

Slechts twaalf procent van het Zuid-Afrikaanse grondoppervlak is geschikt voor commerciële landbouw en zeven procent van het land wordt daar ook daadwerkelijk voor gebruikt. Van de commerciële landbouwgrond is door de regering nu zestig procent voor herverdeling aangemerkt (8,5 miljoen hectaren). Op langere termijn wil het ANC alle landbouwgrond nationaliseren! De landbouwgrond die nu al is genationaliseerd, is opgedeeld in kleine eenheden (van maximaal twee hectaren, maar meestal veel minder) die een zwart gezin in bruikleen krijgt. Voortaan wordt daar de traditionele vorm van Afrikaanse landbouw toegepast: de man bezit het vee; de vrouw bewerkt het land. Ze kunnen zichzelf en de doorgaans grote kinderschare net van de opbrengst voeden, maar een overschot voor de markt is er niet. Er wordt niet goed bemest en geïrrigeerd, overbegrazing en erosie eisen al snel hun tol, waarna het gezin de onrendabele boerderij verlaat. Zo zijn nu door de nationalisaties zo’n twee miljoen hectaren landbouwgrond verloren gegaan voor de landbouw. Zuid-Afrika is in verhouding tot het areaal dicht bevolkt.

De bevolking kon in de afgelopen eeuw alleen maar zo sterk groeien omdat de Boeren efficiënt enorme voedseloverschotten produceerden. Zelfs met het lage loon van een zwarte landarbeider in de tijd van de apartheid kon je een groot gezin te eten geven omdat het voedsel spotgoedkoop was. Er wonen teveel mensen in Zuid-Afrika om ze met de traditionele kleinschalige landbouw te voeden. 700.000 nieuwe zwarte boeren slagen er in de verste verte niet in om een zelfde hoeveelheid te produceren als 50.000 oude commerciële landbouwbedrijven. Recente studies tonen aan dat de Zuid-Afrikaanse regering ernstig tekort schiet in het ter beschikking stellen van noodzakelijk startkapitaal en vooral inzake het verschaffen van noodzakelijke beroepskennis. Het marxistisch geïnspireerde herverdelingsprogramma is aardig op weg om er voor te zorgen dat het land haar eigen bevolking niet meer kan voeden. De regering verwacht dat deze arme, onervaren en uitgebreide families er snel zullen in slagen om hun eigen voedsel te produceren en voldoende overschot produceren om op de lokale markten aan te bieden. Ze krijgen 7000 Rand in zogenaamde “Agricultural Funding” dat gebruikt wordt om een huis te bouwen op hun grond, voorts krijgen ze een voorraadje zaden, landbouwwerktuigen en worden gezegd dat ze voortaan landbouwers zijn.

Naast het officiële landherverdelingsprogramma bestaat er ook een gedoogde vorm: het kraken van braakliggend land. Een boer plant bijvoorbeeld het ene jaar suikerriet op een stuk land, het tweede jaar bonen, laat de grond het derde jaar braak liggen en plant het vierde jaar weer suikerriet – een dergelijke vorm van rotatie voorkomt dat de grond uitgeput raakt of dat zich er teveel gespecialiseerde parasieten vestigen. In het jaar dat de grond braakt ligt, wordt het bezet door een stamoudste met zijn aanhang, die zich gesteund weet door plaatselijke ANC-bestuursleden. Als gevolg van al deze ontwikkelingen is de agrarische productie in Zuid-Afrika de afgelopen tien jaar gehalveerd. Zo wordt er jaarlijks nog maar vijf miljoen kuub maïs geproduceerd, vroeger was dat het dubbele. Tien jaar geleden voorzag Zuid-Afrika de buurlanden van voedsel voor een lage prijs; nu is het land van een exporteur van voedsel een importeur geworden. Ondermeer Oxfam staat al in de startblokken om voedselhulp te verstrekken. Diezelfde nieuw-linkse clubjes subsidiëren via het National Land Committee de Landless People Movement die een campagne van bezettingen van landbouwgrond in particulier eigendom voert. Zo creëren de politiek-correcte hulpverleners uit Europa zelf mee de behoefte aan hulp.

Tuberculose is onderhand een volksziekte in Zuid-Afrika en zelfs in de koele Kaapprovincie heeft cholera de kop opgestoken, terwijl die ziekte vroeger alleen in het warme noorden van Zuid-Afrika voorkwam. De slechte voeding heeft bij veel mensen het immuunsysteem ondermijnd, waardoor ze vatbaarder zijn. Daarnaast zijn er ook meer besmettingshaarden. Tachtigduizend zwarte landarbeiders zijn werkloos geworden en bovendien zijn de thuislanden leeg gelopen omdat de mensen niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Ze leven in plakkerskampen aan de rand van de steden zonder betrouwbaar drinkwater of riolering en graven in vuilnisbelten naar bruikbare of eetbare dingen. Het leven op een boerderij met een blanke baas of in een thuisland was hygiënischer. De blanken hadden een gezond eigenbelang bij de preventie van ziekte bij hun zwarte dienaren: ze wilden niet besmet worden. Wanneer vroeger zwarten werden gedeporteerd naar hun nieuwe woonoord in een thuisland zagen ze op de plek van bestemming een enorm weiland waar op vaste afstanden van elkaar wc’s aangesloten op de riolering en kranen aangesloten op de waterleiding stonden – ze moesten er zelf maar een hutje omheen bouwen. Walgelijke politiek, maar goed tegen cholera.

Inmiddels zouden sinds 1994 al meer dan één miljoen blanken het land verlaten hebben, zij waren wel de motor van de economie. De werkloosheid is de afgelopen tien jaar verdubbeld tot acht miljoen; dat is naar schatting zo’n veertig procent van de beroepsbevolking. Zuid-Afrika kent positieve discriminatie ter compensatie van de apartheid. Ondernemers krijgen alleen staatscontracten als ze geen blanke bedrijfsleiders in dienst hebben en minstens zeventig procent van de werknemers zwart is. Van boerderijen met meer dan tien werknemers moest in 2005 dertig procent van het management zwart zijn. Het onvermijdelijke gevolg van positieve discriminatie is dat incompetente mensen worden aangesteld en knoeiende ondernemers staatsopdrachten krijgen. Dit negatieve effect wordt versterkt door politieke benoemingen, ook corruptie heeft binnen het ANC wild om zich heen gegrepen. Als je in plaats van de bekwaamste kandidaat de bekwaamste zwarte aanstelt, doe je vaak al een stap terug, maar wanneer het per sé iemand uit het “ANC old boys”-netwerk moet zijn, ga je gelijk drie stappen achteruit. ANC’ers leiden de staatsbedrijven en de openbare nutsbedrijven. Ze hebben grote budgetten, maar waar het geld in wordt gestoken, is dikwijls onduidelijk. De wegen zijn verwaarloosd, de straatverlichting is kapot en de elektriciteit valt regelmatig uit. “Een sterke, eerste-wereld infrastructuur degenereerde binnen tien jaar onder het zwaar corrupte ANC-bewind tot een chaotisch derde-wereldrommeltje,” zegt Adriana Stuijt.

De corruptie en het geweld komt voor tot op het hoogste niveau in het huidige Zuid-Afrika. In juni 2005 werd bijvoorbeeld vice-president Jacob Zuma uit z’n functie ontslagen nadat bekend raakte dat een nauw bevriend zakenman wegens corruptie en bedrog tot 15 jaar cel werd veroordeeld. De 63-jarige politicus bestrijdt de betichtingen van corruptie echter krachtig. Hij zou van een Franse wapenhandelaar, die interesse toonde voor een miljoenendeal met Zuid-Afrika, smeergeld aanvaard hebben. Dat proces is voor juli 2006 gepland. Zuma werd door een rechtbank in Johannesburg ook in beschuldiging gesteld voor verkrachting. Eind november meldden de media al dat een er klacht was ingediend tegen Zuma wegens verkrachting. Zuma werd door de rechter op borg vrijgelaten. Voor de rechtbank hadden zich honderden mensen verzameld, de meeste van hen aanhangers van de voormalige “vrijheidsstrijder”. Het 31-jarige vermoedelijke slachtoffer van de verkrachting is een aids-activiste, die naar verluidt zelf door het virus is geïnfecteerd. Ze had klacht neergelegd enkele dagen nadat Zuma was beticht van corruptie.

Ondanks vele van dergelijke gevallen, wint het ANC toch de verkiezingen. Het heeft de stem van een nieuwe zwarte elite die zich verrijkt, maar ook van de zwarte paupers die nog steeds hopen dat positieve discriminatie en de beloofde landhervorming hen brood op de plank brengen. Weten zij veel dat de landhervorming alleen meer honger creëert. Ze lezen geen kranten – en radio en tv staan grotendeels onder controle van het ANC. De meeste Europeanen denken dat het geleidelijk aan beter gaat in Zuid-Afrika. De westerse pers sympathiseert met het ANC, omdat het apartheidsregime “verwerpelijk” was en Mandela zo’n fidele vent is. Buitenlandse correspondenten hangen rond in de beste buurten en bezoeken “photo opportunities” bij prestigeprojecten van de regering, zoals Gugulethu nabij Kaapstad, waar hutjes vervangen zijn door goede huizen, de opening van een prachtige tolweg van Pretoria naar Durban en van de nieuwe riolering in het township Soweto. De idealen en de retoriek van de regering zijn ook heel mooi – daar houdt de politiek-correcte pers in het westen van. Dat het land intussen naar de verdommenis gaat, ligt natuurlijk niet aan de overheid. Het zal wel net zo gaan als met Zimbabwe: pas op het moment dat het land is gedegenereerd tot een failliete janboel wordt algemeen bekend dat er weer een Afrikaanse droom als een zeepbel uiteen is gespat.

Fritz

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: