Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

De pan-Arabische Baathpartij en het nationalistisch verzet in Irak

Posted by drietand op 21 november, 2007

De Baath-partij, officieel de Socialistische Partij van de Arabische Herrijzenis, werd op 7 april 1947 in Damascus gesticht, toen een basistekst werd aangenomen en een uitvoerend comité van de partij werd aangesteld. De stichters van de Baath – namelijk Michel Aflaq (een Grieks Orthodox-christen), Salah al-Din Bitar (een soennitische moslim) en Saki Arsuzi (een sji’itische moslim)- waren in de jaren ’30 westers geschoold. De basis van de Baath werd gelegd in de vroege jaren ’40 in Damascus in en rond de beweging van Aflaq en Salah die demonstraties organiseerden tegen de Britse aanwezigheid in Irak en voor de steun aan de regering van Rashid Ali al-Kailani. De belangrijkste leider werd evenwel Aflaq. De Baath-partij streeft sinds haar oprichting naar een nationale Arabische Staat, steunt vrijheidstrijd tegen kolonialisme en zionisme, en op economisch vlak verdedigt de partij een niet-marxistisch socialisme. Vooral het verzet tegen het kolonialisme, gebaseerd op een regeneratie van het gemeenschappelijk Arabisch erfgoed, bepaalde het wezen van de Baath. De Baath zou haar verspreiding buiten Syrië pas in 1948 kennen, na de stichting van Israël op Palestijns grondgebied. De Baath trok/trekt vooral mensen uit de religieuze minderheden aan, omdat de partij seculier is. Alhoewel Aflaq en Bitar het communisme verwierpen, aanvaardden ze wel het Leninistisch principe van organisatie via een voorhoede-elite. Toelating van lidmaatschap van de Baath-partij gebeurde uiterst selectief, vooral op hoger niveau. Kandidaten moesten worden voorgesteld door een lid en slagen in een rigoureuze initiatieperiode van minstens twee jaar alvorens lid te kunnen worden. De Baath-partij heeft steeds getracht het lidmaatschap te beperken tot de ideologisch gevormden en overtuigden.

Tijdens de jaren ’50 bleef de Baath grotendeels clandestien actief, leden hadden weinig keuze sinds de oproep om de Irakese monarchie en de Syrische regering omver te gooien waardoor zij arrestatie riskeerden. Toch werd in Irak in 1954 de Baath-partij opgericht, na het samensmelten van een eerste Baath-organisatie met Akram al-Hurani’s Arabische Socialistische Partij in 1952. Reeds vanaf haar ontstaan bestaat de Irakese Baath-partij vooral uit hoogopgeleide personen, studenten en intellectuelen. Legerofficieren die reeds in de jaren ’50 bij de Irakese Baath aansloten konden nadien doorstromen naar belangrijke posten in de politiek. In maart 1963 kwam de Baath aan de macht in Syrië na de Maart Revolutie. De interne wrijvingen binnen Baath leidden tot de stichting van de zogenaamde “Correctie-Beweging” die geleid werd door Hafez al-Assad en die een eind kon maken aan jarenlange interne problemen, maar die ook mee bepalend zou zijn voor het conflict tussen de Syrische en de Irakese Baath. Een nieuwe basistekst werd aangenomen in 1973, waarin werd gesteld dat de Baath de leidende partij is in de Staat en de maatschappij. In Syrië betekende dit dat de Baath de leiding op zich nam van het Nationaal Progressief Front dat zeven partijen verenigde.

De partijstructuur was opgebouwd volgens cellen, duidelijk verwijzend naar het revolutionaire en oorspronkelijk clandestiene karakter van de Baath. Een cel bevat drie tot zeven leden en is de organisatorische basiseenheid van de partij. Cellen werken op het niveau van de buurt, de wijk, het dorp. Op dit celniveau kunnen partijdirectieven van hogerhand bediscussieerd worden alsook de uitvoering ervan aangepast aan de lokale omstandigheden. Boven de cellen staan de afdelingen die telkens twee tot zeven cellen omvatten. De afdelingen zijn verspreid doorheen de bureaucratie en het leger en dienen er als controle instrumenten van de partij. Twee tot vijf afdelingen worden gegroepeerd in zogenaamde partijsecties. De secties zijn actief op het niveau van de grote stadswijken, de gemeenten en de plattelandsdistricten. De partijtakken hebben de leiding over minstens twee secties en zijn actief op provinciaal niveau. Het partijcongres bestaat uit alle partijtakken en was verantwoordelijk voor het verkiezen van het Regionaal Commando, de partijleiding en de top van de politieke beslissingsnemers binnen een Arabisch land. In de Baath-ideologie worden de afzonderlijke Arabische landen als “regio’s” aanzien. De eenheid van al deze Arabische regio’s was het politieke ideaal op lange termijn. In Damascus werd een zgn. Nationale Commando Raad opgericht om de al-Arabische Baath te besturen, met Michel Aflaq als eerste secretaris-generaal. De Nationale Commando Raad bestond aanvankelijk voor de helft uit Syriërs en voor de andere helft uit Arabieren afkomstig uit andere landen waaronder Irak, Jordanië, Libanon alsook Palestijnen. Vervolgens kregen de zelfstandige Arabische landen zgn. Regionale Commando Raden, die formeel onder het gezag van de Nationale Commando Raad vallen.

Van bij de machtsaanname in Irak en Syrië concentreerde de Baath-partij zich op het aanpakken van interne problemen en het uitroeien van wat het noemde “schadelijke prerevolutionaire opvattingen en praktijken”. Uitbuiting, sociale onrechtvaardigheid, sectaire loyaliteiten, apathie en een gebrek aan burgerzin werden aangepakt. De Baath verzoende een nieuwe levensstijl en visie met eeuwenoude traditionele structuren zoals de ondermeer de rol van de stamhoofden. De gepropageerde nieuwe stijl was gebaseerd op patriottisme, nationale loyaliteit, collectivisme, participatie, arbeidskracht en –ethiek, burgerlijke verantwoordelijkheid. Deze principes werden in 1968 aangenomen en in de komende twee decennia was de Baath erin geslaagd belangrijke economische sectoren te nationaliseren. Grote investeringen in infrastructuur en industrie kwamen vanuit de regering. Vooral de sociale voorzieningen werden uitgebouwd, de gezondheidszorg verbeterde spectaculair. Vrouwen konden onderwijs volgen, autorijden, moesten geen streng-islamitische kledijregels volgen,… kregen kortom heel wat meer rechten dan in fundamentalistische landen.

In Irak bleef de partij tot aan de staatsgreep van 1963 bijzonder klein. De Baath ondersteunde er samen met andere oppositiekrachten het Verenigd Nationaal Front en nam deel aan de politieke activiteiten die leidden tot de revolutie van 1958 en de Britse controle over Irak beëindigde. De nieuwe Irakese regering steunde evenwel geen pan-Arabische initiatieven of andere Baath-principes. Jonge partijleden, waaronder Saddam Hoessein, raakten ervan overtuigd dat de Irakese leider Abd al-Karim Qasim van de macht moest worden verwijderd. Met de steun van de CIA werd een plan beraamd om hem uit de weg te ruimen, de VS wantrouwden zijn goede relaties met de USSR. De aanslag in oktober 1959 mislukte en ondermeer Saddam Hoessein moest Irak ontvluchten. De Baathpartij moest opnieuw ondergronds werken en interne onrust en wrijvingen namen toe. De tweede poging om Qasim van de macht te verdrijven lukte wel, en bracht in februari 1963 de Baathisten in Irak aan de macht. Het duurde negen maanden, de Baath werd uit de regering gemanoeuvreerd door politieke rivalen en interne ideologische en persoonlijke rivaliteiten. De partij herpakte zich vanaf 1965 onder leiding van voorzitter al-Baqir en secretaris-generaal Saddam Hoessein. In juli 1968 vond een succesvolle coup plaats en al-Baqir werd de eerste Baath-president van Irak.

De betrekkingen tussen de Irakese Baath en de Syrische Baath waren van het begin af aan bijzonder slecht, in 1966 kwam het tot een definitieve splitsing. De eerder burgerlijke en rechtse Baath in Irak lag voortdurend in conflict met de meer linkse, op de USSR georiënteerde en militaire Baath in Syrie. De nationaliseringen die in Irak in de jaren zestig en zeventig door de Baath werden doorgevoerd werden in de jaren tachtig door Saddam Hoessein geleidelijk aan ongedaan gemaakt. In 1990 liet de Irakese Baath-partij het woord “socialistische” uit haar naam verwijderen. Vanaf de jaren negentig voerde de Irakese Baath een Iraaks-nationalistische koers. De manier waarop de Irakese Baath en vooral Saddam Hoessein de macht uitoefende verbreedde de kloof met de Syrische Baath. De split in de partij die was ontstaan in 1966 werd erdoor versterkt. Sinds 1979 was Hoessein voorzitter van de Regionale Raad in Irak geworden alsook president van de Irakese republiek. In de partij was het de gewoonte bij consensus te beslissen. In Irak trok Saddam Hoessein meer beslissingsmacht naar zich toe en rekende genadeloos af met dissidente stemmen in de partij of personen die hij verdacht zijn macht te willen ondermijnen.

Syrië, de bakermat van de Baath, werd na de staatsgreep van 1963 bestuurd door de Baath-partij en dit tot op de dag van vandaag. De rechtervleugel van die partij werd spoedig door de linkse officieren onder leiding van generaal Assad buitenspel gezet en in 1966 moest Baath secretaris-generaal Michel Aflaq naar Libanon (Beiroet) vluchtten. In 1971 vestigde hij zich in Irak. President Assad, een Alawitische moslim, volgde van het begin af aan een pro-Sovjet koers. In de jaren tachtig was hij een bondgenoot van het Iraanse regime in haar oorlog tegen Saddam Hoessein. Vanaf het einde van de jaren tachtig ontdeed de Syrische Baath-partij zich van haar eerder linkse imago en richtte Syrië zich meer op het Westen. Tot de zesdaagse oorlog was de Jordaanse Baath-partij vrij invloedrijk, maar daarna daalde haar invloed gestaag. In Libanon speelde de Baath-partij, gesteund door de Syrische president Assad een zekere rol van betekenis. Tot 1978 was de Zuid-Jeminitische Baath-partij een legale partij. Van 1985 tot 1989 maakte de Soedanese Baath-partij deel uit van de regering. De meeste andere Arabische landen hebben eveneens Baath-partijen.

Reeds decennia voert de Baath, en dan vooral in Syrië, een harde strijd tegen het moslimfundamentalisme van de Moslimbroederschap. De soennitische Moslimbroederschap ontstond rond l928 in Egypte, maar verspreidde zich al snel buiten Egypte. In vele landen werd zij spoedig verboden omwille van haar fundamentalistische standpunten en haar bereidheid geweld te gebruiken. Zij streeft naar een islamitische staat, een op islamitische leest geschoeide samenleving en de invoering van de shari’a als rechtssysteem. De Syrische afdeling van de Moslimbroeders werd in l937 opgericht door Mustafa Siba’i. Met het aan de macht komen van president Hafez Al-Assad in l970 werden de tegenstellingen tussen het Syrische regime en de Moslimbroederschap scherper. De beginselen van de Moslimbroederschap staan haaks op het gedachtegoed van de Baathpartij. Tot l973 werd de Moslimbroederschap door de autoriteiten toegestaan. In februari van dat jaar braken er door de Moslimbroederschap geïnspireerde opstanden uit in de steden Hama, Homs en Aleppo om de Syrische staat te destabiliseren en een fundamentalistisch regime te vestigen. Het Syrische leger drukte op bevel van de Baath deze opstanden de kop in. Vooral na de ingreep in de stad Hama in februari 1982 vluchtten grote aantallen fundamentalisten van de Moslimbroederschap weg uit Syrië en vestigden zich met name in Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Jordanië.

Aanleiding tot deze opstanden was een door de Syrische autoriteiten geïnspireerd voorstel tot aanpassing van de Syrische grondwet. Volgens de oude grondwet moest het staatshoofd moslim zijn. In zijn wijzigingsvoorstel liet president Hafez Al-Assad deze voorwaarde echter weg, conform het seculiere karakter van de Baath. Daarop eisten de islamitische schriftgeleerden met steun van de Moslimbroederschap dat deze voorwaarde weer in de grondwet zou worden opgenomen. Als gevolg van de druk van islamitische zijde zorgde de president ervoor dat in een referendum de grondwet volgens de eisen van de ‘ulama’ en de Moslimbroederschap werd aangepast. Dit incident markeerde echter het begin van een harde bestrijding van de Moslimbroederschap door de Syrische autoriteiten. De raadgevende vergadering van de Moslimbroederschap houdt jaarlijks een vergadering buiten Syrië. In 1999 werd daarop nog opgeroepen dat de Syrische staat alle gevangen fundamentalisten zou vrijlaten alsook politiek liberaal pluralisme zou aannemen! Niet omdat de Moslimbroederschap zo hoog oploopt met politiek pluralisme, maar wel om haar organisatie opnieuw in Syrië te kunnen ontplooien. In 2000 bestond er hoop in het Westen dat de Westers-opgeleide Bashar flexibeler zou zijn dan zijn vader Hafez Al-Assad. Maar na een aanvankelijke versoepeling werden een aantal “vrijheden” in 2001 weer ingeperkt. Wel zouden er ondermeer nieuwe partijen worden toegelaten maar die mogen geen religieus of etnisch karakter hebben, wegens de kans op misbruik door de fundamentalistische Moslimbroederschap en de PKK-invloed bij de Koerdische minderheid. Volgens sommigen drijft de Syrische regering op die manier de fundamentalisten van het Moslimbroederschap in de armen van… de VS! De Baath blijft volgens de grondwet de regerende partij van Syrië. De Syrische regering is al bijna vijf jaar, zij het hortend en stotend, bezig met economische veranderingen. De partij besloot de eigen grondbeginselen aan te passen en in plaats van socialistisch is de Baath nu gericht op een ‘sociale markteconomie’.

Het verzet in Irak

Het zou verkeerd zijn te denken dat het verzet in Irak tegen de Amerikaanse en Britse bezettingstroepen er spontaan gekomen is. Het is evenmin een geïmporteerd fenomeen door groepen of netwerken zoals Al-Quaida. De eerste en voornaamste bron van het verzet is de partizanenoorlog, toegepast over bijna het ganse land door de Baath-partij. Er zijn schattingen die stellen dat de partij al sinds juli 2002 bezig was met zowel zichzelf als het land voor te bereiden op een langdurige partizanenoorlog. Saddam Hoessein zelf heeft het Iraakse leger –deels gedwongen door het wapenembargo- geheroriënteerd in de jaren ’90 naar het voeren van guerilla-oorlog. Grote hoeveelheden lichte wapens werden over het land verspreid samen met belangrijke sommen geld naar de lokaal ingeplante cellen van de Baath. Naarmate de dreiging op een invasie groter werd, werden de militaire afdelingen van de Baath-partij in kleine groepen meer getraind in guerilla-technieken.

Hoe dan ook is in het zo dat Saddam Hoessein niet enkel op de Baath-structuren en –ideologie heeft gerekend maar ook de religieuze kaart heeft getrokken. Heel wat kaders van de nochtans strikt seculiere Baath werden de koran voorgeschoteld. Voorts hebben de Baath en Saddam Hoessein in belangrijke mate beroep gedaan op de oude klan-structuren en de Arabische stammen, waarbij reeds maanden voor het conflict heel wat Baath-functionarissen officieel met verlof werden gestuurd naar hun geboortedorpen met de bedoeling de stammen en klans te verenigen op lokaal niveau om tot een nationaal verzet te komen. Het getuigenis van Scott Ritter, Republikeins politicus en ex-VN-wapeninspecteur in Irak tussen 1991 en 1998, bevestigde dat het verzet tegen die militaire reus lang op voorhand werd voorbereid door de Baath-partij. De Irakese minister van Handel deelde mee dat elke familie voedsel voor zes maanden ontvangen had. Indien president Hoessein met de Baath-partij in de weken voor de invasie had beslist om met zijn getrouwen het land te verlaten, dan was de overgang naar een bezet Irak vlotter verlopen. Het zou ‘Amerika kwam, zag en overwon’ geweest zijn. Maar Baath koos een andere weg, die van het verzet. Een moeilijke, harde en lange weg.

In het voorjaar van 2003 vallen de Amerikanen en Britten het Irak van de Baathpartij en Saddam Hoessein aan. Officiële uitleg vanwege Washington was de aanmaak van massavernietingswapens door Irak, een stelling die ondertussen ontmaskerd werd als zijnde een leugen. Eén week na de val van Bagdad noteerden de Amerikanen al het eerste optreden van het gewapende verzet. Dat is opmerkelijk in vergelijking met bijvoorbeeld de situatie in Frankrijk, België of Nederland na de invasie in 1940. Eenmaal het leger verslagen, duurde het nog maanden eer er sprake was van een sterk gewapend verzet. In Irak vermenigvuldigde het aantal militaire acties tegen de bezetters zich al na enkele weken. Het verzet ging snel gesofisticeerd en goed georganiseerd te werk. Hoe kon dat gerijmd worden met het feit dat het oude Irakese regime van Saddam Hoessein op 9 april 2003 als een kaartenhuis in elkaar viel? Het antwoord op deze vraag ligt in de in belangrijke mate door de Baath-partij uitgebouwde structuur van het vooroorlogse Irak.

Het oude regime werd gestut door vijf pijlers. De belangrijkste was de eerder vernoemde Baath-partij. In het hele land, van in het kleinste dorp tot in de hoogste regionen, was Baath actief, met uitzondering van Koerdistan, dat sinds de eerste Golfoorlog de facto onafhankelijk was. De tweede pijler was de administratie. Van de dorpsstructuren tot de ministeries werd die administratie geleid door Baath. De derde belangrijke pijler was het leger. Soldaten hoefden geen lid te zijn van de Baath-partij. De meeste soldaten waren dat ook niet. Officieren wel. Dat gold ook voor politie- en veiligheidsdiensten, de vierde tak. En tot slot waren er de massaorganisaties: van de leerkrachten, van de vrouwen, vakbonden… Ook die werden geleid en gestructureerd door Baath. De Baath heeft zoals eerder gesteld steeds de oude traditionele structuren en Arabische stammen in hun eigenheid en onafhankelijkheid gerespecteerd en geïncorporeerd in de seculiere staat.

De Amerikaanse aanval op Irak moest deze structuur vernietigen. Baath controleerde immers de hele staat en bepaalde de ideologie. Politiek was er in Irak geen enkele groepering of organisatie die de Baath-partij als volkspartij kon bedreigen, laat staan vervangen. In Koerdistan waren er weliswaar de groepen rond Barzani, Talabani en Chalabi en in het fundamentalistische Iran zetelde de leiding van de sji’itische oppositie, maar in Irak zelf was er weinig gestructureerd verzet tegen Baath. Men kan Baath omschrijven als de multinationale organisatie van Irak. Multinationaal in de oorspronkelijke betekenis van het woord, want Koerden zowel als Turkmenen en Arabieren waren er lid van, deze laatsten op hun beurt verdeeld over soennieten, sji’iten, christenen en joden.

Vóór de invasie lanceerden de Amerikanen allerlei voorstellen. Eentje kwam er via de emir van de Verenigde Arabische Emiraten: Saddam Hoessein kon het land verlaten met zijn familie en getrouwen en zo een oorlog vermijden. Donald Rumsfeld, de Amerikaanse minister van Defensie, stond achter dat idee! De Irakese president kon dus z’n hachje redden. Maar hij deed het niet, hij koos ervoor in Irak te blijven. Tareq Aziz, de christelijke Irakese minister van Buitenlandse zaken, bracht in die dagen een bezoek aan de paus en verklaarde later: “Of deze oorlog nog gestopt kan worden? Het zou een mirakel zijn.” De Irakese top wist dat de oorlog niet langer afgewend kon worden. Vice-president Taha Yassine Ramadan verklaarde op de tv-zenders Al Jazeera en Al Arabia: “Deze oorlog kan slechts op één manier tegengehouden worden en dat is noch door de internationale publieke opinie, noch door de VN van Koffi Annan. Alleen als de landen van de Arabische Liga deze invasie verwerpen en weigeren enige steun te geven aan het Amerikaanse leger, kan de dreiging afgewend worden.” Hij verwees daarmee naar het gebruik door de Amerikanen van de militaire bases in ondermeer Koeweit en Qatar. De Irakese regering stond met de rug tegen de muur. Het vooruitzicht van de oorlog was niet aanlokkelijk: ze zouden aangevallen worden door het sterkste leger ter wereld.

Op 25 april 2003 vielen 20 tot 30 Iraki’s een Amerikaanse patrouille aan. Op 26 april werd een Amerikaanse soldaat gedood in Tikrit. Op 27 april werden vier Amerikaanse soldaten gewond in een hinderlaag in Bagdad. In Fallujah liepen Irakese collaborateurs in een hinderlaag. De Arabische media berichtten “dat er een Irakese inlichtingendienst operatief was”. Al in die eerste dagen werden betogingen tegen de bezetting georganiseerd. De eerste betoging was die van 16 april in Mosoel: Iraki’s protesteerden tegen de Amerikaanse bezetting van het belangrijkste regeringsgebouw. Een treffen met Amerikaanse mariniers leidde daarbij tot de dood van minstens zeven Iraki’s.

Een tweede dramatisch treffen met betogers volgde op 29 april in Fallujah: hier kwamen 13 Iraki’s om. De correspondent van de Daily Telegraph schreef: “Het incident begon toen een groep van zo’n 100 jongemannen, hoogstwaarschijnlijk georganiseerd door leden van Saddams Baath-partij, bij valavond opstapten rond de stad. De betogers eisten het vertrek van de Amerikanen. En daarbij droegen ze – en waarschijnlijk is dit een primeur sinds de val van de dictator – het portret van Saddam Hoessein mee. Volgens een van de gewonde jongens hadden ze dat portret gekozen omdat dat “het krachtigste anti-Amerikaanse symbool was dat ze konden bedenken.”” In de streek van Bagdad, Fallujah, Samarra en Tikrit kwam het verzet al heel snel vanuit een heel gediversifieerde hoek: stamhoofden, eigenaars van winkels, theehuizen en restaurants, studenten, kleine handelaars. Het verzet begon dan uit te deinen naar Karbala, Najaf, de andere buurten van Bagdad… Vanaf eind april begon Saddam Hoessein boodschappen uit te sturen via Al Jazeera. Er verschenen toespraken en brieven in Arabische kranten…

Tussen april en september slaagde het verzet erin zich verder te structureren en het eerste baken te verzetten: overleven na de officiële wapenstilstand. Het was de etappe waarin de VS nog zeiden dat ze vrede en stabiliteit kwamen brengen en dat alleen nog “de laatste verzetshaarden van Saddam” geneutraliseerd moesten worden. Na de zomer begonnen de bezettingstroepen toe te geven dat er sprake was van een georganiseerd verzet. Het was de start van de tweede etappe: die van “search and destroy”, met massale arrestaties, bombardementen op dorpen en standrechtelijke executies. Boeren en stedelingen gingen in verzet omdat hun eigen leven en dat van hun familie in gevaar kwam. In deze cruciale fase moest het verzet proberen zich steviger te binden aan de bevolking en meer mensen mee te krijgen binnen zijn organisatie.

Het is in deze fase dat de verzetsgroepen naast Baath een zekere omvang hebben kunnen aannemen. Zo is er Al Souqour, in feite het verzet met manschappen uit de oude Republikeinse Garde en andere speciale legereenheden. Deze verzetsgroep omvat in vele gevallen ook oud-tegenstanders van Saddam Hoessein. Eén van hen is generaal Al Hadj Feras die rond de eeuwwissel nog contact zocht met de CIA om Hoessein van de macht te verdrijven, maar nu dus tot het Iraaks verzet behoort omdat hij geen Amerikaanse bezetting van z’n land wil. Naast de mensen van het vroegere leger en de Baath-partij doken opnieuw communistische groepen op, zoals de KP-Kader en andere groepen die oproepen tot de vorming van een eenheidsfront van nationalisten, communisten en islamisten. Daarnaast is er nog de islamistische verzetsbeweging. Enerzijds zou er een Al Quaida groep in Irak actief zijn die enige tijd onder leiding van de Jordaniër Al Zarquawi stond, volgens sommige bronnen werd hij reeds aan de kant geschoven. Allicht is de activiteitsgraad en de verantwoordelijkheid voor aanslagen van deze groep overschat, maar ze past het best in de Amerikaanse propaganda. Anderzijds is er de sji’itische verzetsgroep waar ondermeer imam Muqtada Al Sadr bijhoort, en die het al-Mahdi-leger heeft gevormd. Eind juli 2003 defileerden 10.000 jongeren in Najaf, de heilige stad van de sji’iten, op weg om zich bij dit leger te voegen. Imam Al Sadr eist de onmiddellijke stopzetting van de bezetting. Er is ook de Koerdische moslimbeweging Al Ansar. In het begin van de oorlog werd deze beweging zwaar aangevallen en bijna vernietigd. Een derde stroming wordt gevormd door Arabische nationalisten die niet samenwerken met de Baathisten, zoals de Nasseristen en andere ex-Baathisten die uit Baath stapten tijdens de jaren 1960 en 1970. Ten vierde is er nog het “buitenlandse verzet”, voornamelijk de “Fedayin” van Saddam Hoessein. Al vóór de oorlog kwamen ze Irak versterken vanuit Jordanië, Palestina, Syrië en Libanon. Ook dit zijn in belangrijke mate aanhangers van de Baath. De Fedayin –betekent letterlijk: “zij die zich willen opofferen voor de goede zaak”- bestaat uit jongeren en nieuwelingen die zich achter de Baath-ideologie scharen en in de partijhiërarchie willen opklimmen maar die hun motivatie toch dikwijls uit de islam halen.

In november 2003 breidde het verzet zich verder uit. Er waren dagelijks zo’n 35 aanslagen. Op 1 november verspreidde het verzet pamfletten met oproepen tot een algemene staking. De oproep werd massaal opgevolgd. Als antwoord gingen de Amerikanen de ‘Israëlische methode’ toepassen: collectieve straffen, omsingelde dorpen… In die context werd Saddam Hoessein op 14 december aangehouden. Na zijn arrestatie verwachtten de Amerikanen dat het verzet als een pudding ineen zou zakken. Maar niets was minder waar… De militaire acties werden zelfs verfijnder en efficiënter. Het Amerikaanse leger verbood nu elke massabetoging en sloot de gebieden waar het verzet het hevigst woedt af voor alle pers. Dat Saddam Hoessein gevangen werd, betekende dat de Amerikanen psychologisch scoorden. Toch zaten er voor het verzet positieve kanten aan de arrestatie en de mediashow errond. De arrestatie wierp een aantal barrières omver. Wie vroeger problemen had met de president, heeft sindsdien geen reden meer om niet aan te sluiten bij het verzet. Het opblazen van het monument ter ere van Michel Aflaq in Bagdad door de Amerikanen, kan niet verhinderen dat zijn visie en die van zijn Baath een belangrijk deel van het Iraakse nationalistisch verzet blijft voeden.

Advertenties

3 Reacties to “De pan-Arabische Baathpartij en het nationalistisch verzet in Irak”

  1. […] Wij verwijzen naar de volgende teksten, eerder verschenen bij N-SA: https://nsalternatief.wordpress.com/2007/11/21/de-pan-arabische-baathpartij-en-het-nationalistisch-ve… […]

  2. […] https://nsalternatief.wordpress.com/2007/11/21/de-pan-arabische-baathpartij-en-het-nationalistisch-ve… […]

  3. […] https://nsalternatief.wordpress.com/2007/11/21/de-pan-arabische-baathpartij-en-het-nationalistisch-ve… […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: