Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

Herinnering aan Duitsland

Posted by voorhoede op 20 januari, 2008

I
Een offer ontleende zijn zin aan een wederkerigheid tussen degene die het offer aanbood en de instantie die het ontving.
Je offerde wanneer je daardoor een gunst retour verwachtte.
De aarde kreeg je eerste veldvruchten, want anders kon zij, beledigd door het ritsen van de ploeg, je oogst schaden.

Volgens Theophrastus was het offer een gift die een tegengift terugverlangde. Alleen in zeldzame gevallen diende het uitsluitend de verering van de goden.
Sacrale tijden werden beheerst door het offer. Na het ‘mythische’ tijdperk kwam – aangekondigd door Herodotus – het historische. Het sacrale offer raakte in onbruik, maar een offer voor de staat bleef mogelijk: het offer van het leven voor het vaderland.

Vandaag de dag is de aarde een Riesentankstelle en de staat een economische grootheid.
Daarvoor valt niets te offeren. Het woord en zijn grammatica zijn zinloos geworden.

II
Zie Das Buch vom deutschen Freikorpskämpfer, een verzamelwerk van Ernst von Salomon over de Duitse vrijwilligerskorpsen na de Eerste Wereldoorlog en verbaas je, wanneer je je niet laat afschrikken door je humane rechtsgevoel, je democratische afkeer van dictatuur of je fijngevoelig pacifisme.
Verbaas je over de vlaggen, ordetekens, staalhelmen en pompeuze grafmonumenten, maar meer nog over de taal waarin de terroristische partizanenstrijd ter wille van de nationale staat Duitsland aan het woord komt.

Je bevindt je tegenover een betekeniswereld die je zo vreemd is dat de woorden ervan je niet kunnen raken.
Al snel doe ik Von Salomons woorden af als romantiek en verheerlijking van geweld. De bijbehorende beelden zijn edelkitsch. Heroïek die zichzelf heeft overleefd.
Doe ik mij zelf en dat tijdperk tekort?

In Het stierenoffer, dat betrekking heeft op de vrijkorpsen en de NSDAP, en in De keisnijder van Fichtenwald, dat opkomst en neergang van het nationaal-socialistische Duitsland verhaalt, volgt Louis Ferron de schaduwen van Duitsland zonder zich als vanzelfsprekend te identificeren met de overwinnaars.

Ferron krijgt te maken met de taalnood die intreedt zodra je serieus wilt ingaan op de betekenis van deze periode.
Daarin staat het offer centraal – dat zich niet goed laat evoceren.

Ik ben geen beoefenaar van de literatuurwetenschap, geen criticus en geen recensent. Ik geef geen exegese van de boeken van Ferron. Wat mij aangaat is het vermogen van woorden om een horizon van betekenis te laten opkomen, maar ook om die te laten wegzinken, zonder dat menselijke inspanningen daarbij veel uitrichten.
De woorden staat en offer bepaalden het Duitse interbellum. Zij hebben onze tijd – die van Ferron en mijzelf – weinig te zeggen.

Von Salomon zegt: mogelijk zoeken Duitsers als volk hun geluk. Dat is dan staatsvijandig.
Want het ziet af van de eigen historische betekenis. Die is er niet via het volk, maar alleen via de staat.
Het volk (de vreedzame, pretentieloze, arbeidzame, goedgelovige, democratische burger), vervolgt Von Salomon, verlangde na de Eerste Wereldoorlog welstand, op basis van een evenwichtige nivellering (eines gerechten Ausgleiches), op basis van de dictatuur van één klasse, overeenkomstig de eisen van de wereldeconomie.
Daartegen vochten de Freikorpsmänner. Die kenden alleen die welstand die de staat diende.
Voor de idee van Duitsland meldden zij zich met honderdduizenden – en sneuvelden.

Von Salomon beschrijft ook ons, naoorlogse generaties. Wij zijn op basis van de wereldeconomie en de gelijkheid daarbinnen genivelleerd. Wat Von Salomon verder nog met staat kan bedoelen ontgaat ons. De economisch gestuurde wereld omvat wat er vandaag de dag te bedenken en te ervaren valt.

Survival en economie, dat is fysisch. Daar komt geen metafysica aan te pas.

Wij kunnen Von Salomon uitlachen, zoals wij een moslimfundamentalist kunnen uitlachen.
Zij hebben de trein van de tijd gemist. Hun avant-garde ontpopt zich als achterhoede.
Economie en heroïek sluiten elkaar uit. In de strijd om het bestaan legt de metafysica het af.
Wat is het achterhaalde van Von Salomon? Zijn denken en spreken waren betrokken op een geheel dat er zin aan gaf.

Dit was metafysisch. Het was zinvol om hiervoor het eigen voortbestaan op te offeren.
Let op het onderstaande schilderij van Elk Eber, uit 1937, besteld door Hitler.
Wij beschouwen het als kitsch: de ranzige romantiek van de weliswaar angstige maar onverzettelijke soldaat die zijn einde ziet naderen en toch zijn laatste handgranaat werpt.
Of zijn wij niet in staat om te zien dat dit schilderij behoort tot een betekeniswereld die voorbij is, maar die ons nog altijd aangaat, al kan zij ons niet raken?

Von Salomon komt te spreken over het icoon van de Freikorpskämpfer, de door de Fransen geëxecuteerde Leo Schlageter. Hij zegt over hem:

‚Ein Mann durfte beispielhaft vollenden, was Wille der Zeit und Einsatz der Besten war. (…) Wen die Götter lieben, darf früh vollenden – er vollendet mehr als sich’.

Von Salomon kon denken dat een leven voltooid is terwijl het toch in de knop gebroken wordt. Dat was mogelijk doordat mensenlevens in dienst stonden van iets groters, de staat.
Dit is niet te volgen voor ons economisch liberalen. Wij zien onze verhouding tot de staat in termen van overleven. Wij zijn niet meer metafysisch.

Voor ons is het liberalisme alomvattend. We kunnen het nauwelijks bevatten, maar in het Interbellum verwoordt Georg Friedrich Jünger zijn afkeer van ons slag. Liberalisme is vreedzaam en populistisch. Het is hedonistisch. Overleven is het hoogste goed. Dat zuigt alle energie op. De staat kan dan van zijn burgers geen offers vergen.
Liberalisme is landverraad.

‚Hier greift eine breite, friedliche und pöpelhafte Woge alle Energien an und sucht sie auszulaugen. Hier wird das Leben als ein Genuss und vor jeder Idee rangierender Wert verkündet, das Dasein selbst als höchstes Gut anerkannt und dem Staate nicht mehr das Recht eingeraümt, seine Angehörigen zu opfern. Es ist eine heilige Pflicht des Nationalismus, diesen traurigen Hedonismus auszurotten und seine Vertreter, die eifrig bemüht sind, den Landesverrat zum Range einer sittlichen Idee zu erheben, unschädlich zu machen’.

Was dit uiteindelijk de inzet van de Tweede Wereldoorlog? Een kwestie van taal? Het economisch liberalisme, gevoed door de taal van de calculatie tegenover de metafysische taal met betrekking tot het Ganze?
De Angelsaksische grammatica, die van economie en mechanica, bevocht de Duitse – de grammatica van staat, bloed en bodem, verzet tegen het machinale, tegen de algemene menselijkheid, tegen het individualisme.

Deze metafysische grammatica was al voor de oorlog bepalend voor Duitsland. Nietzsche werd erdoor getekend. Het onderscheid tussen Duitsland en Engeland, dat is voor hem het onderscheid tussen de heerschappij van een gedachte en kleingeestigheid.

‚Herrschen und dem höchsten Gedanken zum Siege zu verhelfen – das Einzige, was mich an Deutschland interessieren könnte. … – England’s Klein-Geisterei ist die große Gefahr jetzt auf der Erde. Ich sehe mehr Hang zur Größe in den Gefühlen der russischen Nihilisten als in denen der englischen Utilitarier’.

Denk ook aan Nietzsches gedicht An die Jünger Darwin’s:

Dieser braven Engeländer
Mittelmäßige Verständer
Nehmt ihr als “Philosophie”
Darwin neben Goethe setzen
Heißt: die Majestät verletzen –

Majestatem genii
!

En inderdaad: sinds de geallieerde overwinning op Duitsland zijn er geen Russische nihilisten meer, en ook geen metafysische Duitsers. Nietzsche is literatuur geworden.
Het einde van de oorlog is het einde van de metafysica.
Wij kunnen Nietzsche niet lezen, want Nietzsche denkt in termen van het offer – de zin van zijn schrijven is het offer van de mens voor de komst van zijn eigenlijke aard.

Nietzsches vraag luidt: ‘Wie könnte man die Entwicklung der Menschheit opfern, um einerhöheren Art als der Mensch ist, zum Dasein zu verhelfen?’

Dat was de inzet van Duitsland: de gang naar een hoger mensdom, waarvoor het huidige zich zou opofferen – een gedachte die voor ons planetaire Angelsaksen abracadabra is geworden.
Of had de grammatica van het offer zich al lang teruggetrokken, en vormde de nationaal-socialistische revolutie een laatste stuiptrekking van een al overleden woord?

Uit: “Herinnering aan Duitsland”, opgenomen in de speciale Ferron-editie van De Revisor. Letterkundig tijdschrift voor Nederland en Vlaanderen, 2006 nr.4.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: