Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

De Joodse Rol in de Ontwikkeling van het Amerikaanse Immigratiebeleid

Posted by voorhoede op 26 maart, 2008

csulbphoto-4.jpgTegenwoordig,…lijken de immigranten – en vooral de Joodse immigranten – Amerikaanser dan [de WASP]. Zij zijn de gezichten en stemmen en gedachtegangen die ons het bekendst voorkomen, letterlijk een tweede natuur. [De WASP] is de rare snuiter, de vreemdeling, het fossiel. Geschrokken werpen we een blik op hem en we vragen onszelf af: “Waar is hij gebleven?” We kunnen hem ons herinneren: flets, evenwichtig, netjes gekleed, zeker van zichzelf. Wij zien hem als een buitenstaander, een provinciaal, een redelijk nobele soort die bezig is te verdwijnen… Hij is niet langer representatief en we hebben het tot op dit moment niet gemerkt. Niet echt, in ieder geval.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is het Amerikaanse bewustzijn geleidelijk deels Joods geworden, misschien wel Joodser dan iets anders… De geletterde Amerikaanse geest is in zekere mate Joods gaan denken. Het werd hem aangeleerd en hij was ertoe bereid. Na de entertainers en de schrijvers kwamen de Joodse critici, politici, theologen. Critici en politici en theologen zijn beroepshalve vormers; ze vormen zienswijzen. (Walter Kerr 1968: D1, D3)

Immigratiebeleid is een paradigmatisch voorbeeld van belangenconflicten tussen etnische groepen, omdat immigratiebeleid bepalend is voor de toekomstige demografische samenstelling van een natie. Etnische groepen die niet in staat zijn om het immigratiebeleid in hun eigen belang te beïnvloeden zullen uiteindelijk worden verdrongen door groepen die daartoe wel in staat zijn. Immigratiebeleid is daarom van fundamenteel belang voor een evolutionist.

In dit hoofdstuk wordt het etnische conflict tussen Joden en niet-Joden op het gebied van immigratiebeleid behandeld. Immigratiebeleid is echter slechts één aspect van de conflicten tussen Joden en niet-Joden in de Verenigde Staten. De schermutselingen tussen Joden en de niet-Joodse machtsstructuur die aan het eind van de negentiende eeuw ontstonden, hadden altijd een sterke antisemitische ondertoon. Die strijd ging over kwesties zoals Joodse opwaartse mobiliteit, quota’s voor Joodse leerlingen op elitescholen die in de negentiende eeuw werden opgesteld en in de jaren twintig en dertig hun hoogtepunt bereikten, de anticommunistische kruistochten in het tijdperk na de Tweede Wereldoorlog, evenals de enorme bezorgdheid over de culturele invloed van de belangrijkste media. Die bezorgdheid kwam tot uiting in de geschriften van Henry Ford in de jaren twintig, laaide op tijdens de inquisitie in Hollywood ten tijde van McCarthy en duurt voort tot op de dag van vandaag (SAID: hoofdstuk 2). Antisemitisme speelde een rol in die kwesties, wat tevens blijkt uit het feit dat historici van het Jodendom (e.g., Sachar 1992: 620 ff) zich verplicht voelen om beschrijvingen van die gebeurtenissen op te nemen in hun werk. In hun ogen zijn die gebeurtenissen belangrijk voor de geschiedenis van de Joden in de Verenigde Staten. Ook de antisemitische uitspraken van veel niet-Joodse betrokkenen en de zelfbewuste opvattingen van Joodse betrokkenen en observanten wijzen op een antisemitische ondertoon.

De Joodse invloed op het Amerikaanse immigratiebeleid moet worden beschouwd als een aspect van een etnisch conflict. De Joodse rol in de beïnvloeding van het immigratiebeleid vertoonde bepaalde unieke eigenschappen, die de Joodse belangen onderscheidden van de belangen van andere groepen die welwillend tegenover een soepel immigratiebeleid stonden. Tijdens een groot deel van de periode van 1881 tot 1965, vloeide de Joodse steun voor een soepel immigratiebeleid gedeeltelijk voort uit het verlangen om een vrijplaats te creëren voor Joden die antisemitische vervolgingen in Europa en elders ontvluchtten. Antisemitische vervolgingen zijn een steeds terugkerend fenomeen in de westerse wereld geweest, vanaf de Russische pogroms van 1881 tot in het tijdperk na de Tweede Wereldoorlog in de Sovjet-Unie en Oost-Europa. Bijgevolg is vrije immigratie een actiepunt voor Joden geweest, omdat het, “om te overleven, vaak noodzakelijk was voor Joden om hun toevlucht te zoeken in andere landen” (Cohen 1972: 341). Vanuit dezelfde optiek hebben Joden consequent gepleit voor een internationalistische buitenlandse politiek, omdat “een internationaal gericht Amerika waarschijnlijk gevoeliger zou zijn voor de problemen van Joodse gemeenschappen in het buitenland” (p. 342).

Het is ook bewezen dat Joden – veel meer dan enige andere groep van Europese afstamming in de Verenigde Staten – een soepel immigratiebeleid beschouwden als een mechanisme om van de Verenigde Staten eerder een pluralistische dan een unitaire, homogene samenleving te maken (e.g., Cohen 1972). Pluralisme dient zowel interne (‘within-group’) als externe (‘between-group’) Joodse belangen. In een pluralistische samenleving is het voor Joden gerechtvaardigd om zich openlijk als een semi-cryptische groep te profileren en voor non-assimilatie te pleiten. Daarom dient pluralisme interne Joodse belangen. Howard Sachar (1992: 427) beschrijft de functie van pluralisme als volgt: “Pluralisme legitimeert het behoud van een minderheidscultuur temidden van de meerderheidscultuur van een gastsamenleving.” Zowel Neusner (1993) als Ellman (1987) suggereren dat de recente toename van etnisch bewustzijn in Joodse kringen is beïnvloed door die algemene ontwikkeling binnen de Amerikaanse samenleving, die cultureel pluralisme en etnocentrisme van minderheden rechtvaardigt. Die neiging naar openlijke in plaats van de semi-cryptische vormen die het Jodendom in de twintigste eeuw hebben gekenmerkt, is volgens velen essentieel voor het voortbestaan van het Jodendom (e.g., Abrams 1997; Dershowitz 1997; zie SAID: hoofdstuk 8). Liberaal jodendom, de minst openlijke religieuze stroming binnen het hedendaagse judaïsme, wordt geleidelijk traditioneler. Binnen de stroming wordt er een grotere nadruk gelegd op religieuze rituelen en probeert men gemengde huwelijken te voorkomen. Een recente conferentie van liberale rabbijnen benadrukte dat de opleving van traditionalisme deels het resultaat is van de toenemende legitimiteit van etnisch bewustzijn in het algemeen (Los Angeles Times 20 juni 1998: A26).

Etnisch en religieus pluralisme dient ook externe Joodse belangen, omdat Joden slechts één enkele etnische groep vormen temidden van vele andere. In die situatie delen de verschillende etnische en religieuze groepen de politieke en culturele invloed en wordt het moeilijker voor coherente groepen niet-Joden om zich te verenigen in hun verzet tegen het Jodendom. Door de geschiedenis heen waren grote antisemitische bewegingen geneigd te ontstaan in samenlevingen die, met uitzondering van de Joden, religieus of etnisch homogeen waren (zie SAID). Vergeleken met Europa, was het antisemitisme in de Verenigde Staten een relatief marginaal fenomeen. Dat was de reden dat “Joden niet opvielen als een afgezonderde groep van [religieuze] non-conformisten” (Higham 1984: 156). Alhoewel etnisch en cultureel pluralisme zeker geen garantie is om Joodse belangen veilig te stellen (zie hoofdstuk 8), is het wel zo dat Joden etnisch en religieus pluralistische maatschappijen in het verleden hebben beschouwd als samenlevingen die gunstiger zouden zijn voor Joden dan samenlevingen die werden gekenmerkt door etnische en religieuze homogeniteit onder niet-Joden.

In feite ligt de angst voor antisemitisme ten grondslag aan alle Joodse politieke en intellectuele activiteiten die in dit werk worden besproken. Svonkin (1997: 8 ff) toont aan dat een gevoel van “ongemak” en onveiligheid bezit nam van het Amerikaanse Jodendom in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, ook al was bewezen dat het Amerikaanse antisemitisme een marginaal verschijnsel was. Het directe resultaat daarvan was, dat “het belangrijkste doel van de Joodse interetnische organisaties [i.e. het AJCommittee, het AJCongress en de ADL] na 1945 was om de opkomst van een reactionaire, antisemitische massabeweging in de Verenigde Staten te voorkomen” (Svonkin 1997: 8).

In de jaren zeventig beschreef Isaacs (1974: 14 ff) in zijn werk het overheersende onveiligheidsgevoel van Amerikaanse Joden en hun overgevoeligheid voor alles wat als antisemitisch zou kunnen worden beschouwd. Toen Isaacs aan het begin van de jaren zeventig “bekende publieke figuren” interviewde over het onderwerp antisemitisme, vroeg Isaacs: “Denkt u dat het hier zou kunnen gebeuren?” “Het was nooit nodig om ‘het’ te definiëren. In vrijwel ieder geval was het antwoord bijna hetzelfde: ‘Als je ook maar iets van geschiedenis kent, moet je er niet van uit gaan dat het kan gebeuren, maar dat het waarschijnlijk zal gebeuren,’ of ‘Het is geen kwestie van als, maar van wanneer’” (p. 15). Volgens mij schrijft Isaacs de intensieve Joodse deelname in de politiek terecht toe aan die angst voor antisemitisme. Joodse activiteiten in de immigratiepolitiek zijn slechts één facet van een veelzijdige beweging, die erop is gericht de ontwikkeling van een antisemitische massabeweging in westerse samenlevingen te voorkomen. Andere onderdelen van die agenda worden hieronder kort behandeld.

Expliciete uitspraken van prominente Joodse sociale wetenschappers en politieke activisten tonen het verband aan tussen immigratiebeleid en de Joodse belangstelling voor cultureel pluralisme. In zijn recensie van Cultural Pluralism and the American Idea van Horace Kallen (1956) die werd gepubliceerd in Congress Weekly (gepubliceerd door het AJCongress), merkte Joseph L. Blau (1958: 15) op, dat “de visie van Kallen nodig is om de zaak van minderheidsgroepen en minderheidsculturen in deze natie zonder een permanente meerderheid te dienen” – een opmerking die impliceert dat Kallens ideologie van multiculturalisme in strijd is met de belangen van de etnische groep die de Verenigde Staten domineert. De bekende auteur en prominente zionist Maurice Samuel (1924: 215), wiens geschriften gedeeltelijk een negatieve reactie vormden op de immigratiewet van 1924, schreef: “Als de strijd tussen ons [i.e. Joden en niet-Joden] ooit boven het fysieke zal worden verheven, dan zullen jullie democratieën hun aanspraken op raciale, geestelijke en culturele homogeniteit binnen de staat moeten bijstellen. Maar het zou dom zijn om dat als een mogelijkheid te beschouwen, aangezien deze beschaving zich juist in de tegenovergestelde richting ontwikkelt. Er is een geleidelijke opgang naar de vereenzelviging van regering met ras, in plaats van met de politieke staat.”

Vervolg

Meer info:

Kevin MacDonald (webstek)
Kevin MacDonald (weblog)

De auteur is professor in de psychologie aan de California State University – Long Beach.

Advertenties

Eén reactie to “De Joodse Rol in de Ontwikkeling van het Amerikaanse Immigratiebeleid”

  1. voorhoede said

    “De Joodse rol in de Ontwikkeling van het Franse Immigratiebeleid” wordt behandeld in: “La France LICRAtisée” van Anne Kling.

    http://france-licratisee.hautetfort.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: