Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

Conscience

Hendrik Conscience werd geboren te Antwerpen op 3 december 1812. Als kind was hij dikwijls ziek zodat hij slechts sporadisch naar school ging. Door zelfstudie werkte hij zich op en werd hulponderwijzer in Borgerhout. In 1830 nam hij dienst in het Belgisch leger. Hij kon de hardheid van het legerleven niet aan en werd gedegradeerd. Na zijn demobilisatie in 1836 begon hij te schrijven, eerst in het Frans, daarna in het Nederlands. In 1834 had hij Jan Delaet ontmoet, die later zijn boezemvriend werd. De jonge Delaet hield zich bezig met Franse letterkunde en hield veel van de Franse romantici. Die liefde wist hij Conscience ook in te prenten, en beide vrienden gingen aan ’t rijmen… in ’t Frans, zij die later zulke sterke verdedigers van hun volkstaal zouden worden. Conscience kwam aan de kost als klerk bij het provinciebestuur maar hij nam ontslag om zich helemaal aan het schrijven te wijden. Wegens politieke moeilijkheden dook hij enige tijd onder. In een romantisch historisch proza ontpopte hij zich als flamingant. Zijn epos ‘De Leeuw van Vlaanderen’ zou generaties lang bijdragen tot de Vlaamse bewustwording.

In zijn Antwerpse periode was Conscience aanvankelijk gekenmerkt door een geweldig losbarstend kunstenaarschap, kort en opstandig. Toen schiep hij twee historische romans, ‘In ’t wonderjaer’ (1837) en ‘De Leeuw van Vlaenderen’ (1838), en een niet minder romantische proza- en poëziebundel, ‘Phantazy’ (1837), alle met revolutionaire voorwoorden en met voor die tijd in onze streken contesterende allures. Ondanks het grote succes, de koninklijke steun en het groeiend flamingantisch zelfbewustzijn dat bij anderen werd gewekt door zijn woord, was Conscience ontgoocheld. Miskenning van de flamingantische bezieling, kritiek op zijn werk als artistieke schep-ping en de vaststelling dat zijn zwoegen materieel geen vruchten af-wierp, deden de romancier de kunst verloochenen.

In februari 1839 hield hij een heftige redevoering om verzet aan te tekenen tegen het afstaan van Luxemburg en deel van Limburg aan Nederland. Zoals zovele flaminganten toen, geloofde ook Conscience nog in jonge de Belgische staat. Sommigen juichten hem toe, anderen keurden hem af en noemden hem een oproerkraaier. Eind 1839 lokte het artistieke leven hem echter weer aan. Conscience was een macht geworden tegen het indringen van radicale Franse gedachten bij het Vlaamse volk. Men had hem ook tot een radicaal politicus willen maken maar hij wilde niet. Hij antwoordde zeer bedaard, dat hij bij geen politiek is betrokken, en zich bij zijn werkkring zou houden, die niets anders bevatte dan het bewaren der zeden, het geloof en de taal van onze voorvaderen, van alles wat ons als natie kenmerkt en onze zedelijke en politieke onafhankelijkheid zal waarborgen. Die woorden zijn te onthouden. Zijn kortstondig politiek engagement in oktober 1851 als onafhankelijk Vlaams kandidaat in Antwerpen werd dan ook een nederlaag. Hij haalde onvoldoende stemmen om verkozen te worden maar bovenal haakte Conscience af onder druk van de laster en beledigingen in de verkiezingsstrijd. Conscience’s programma -en aan dat programma is hij immer getrouw gebleven- was het strijden tegen wat hij noemde: “de booze politiek der verfransching der Vlamingen.”

Toen hij griffier geworden was bij de Academie voor schone kunsten te Antwerpen,evolueerde hij naar een minder radicaal katholiek realisme alhoewel hij flamingant bleef. Hij schreef nu maatschappelijke zedenromans zoals ‘Siska van Roosemael’. Vanaf 1850 begon hij dorps- of landelijke romans te schrijven zoals ‘De Loteling’ en ‘De arme edelman’. In 1856 werd hij benoemd tot arrondissementscommissaris te Kortrijk. In zijn Kortrijkse periode verburgerlijkte zijn litterair werk. Uit die periode dateert o.a. ‘Bella Stock’. In 1869 tenslotte werd hij conservator van het Wiertzmuseum te Brussel. Alhoewel het in zijn privé-leven minder goed ging – zijn twee zonen overleden – betekende dit op letterkundig vlak een herleving met o.a. “De kerels van Vlaanderen”. Een standbeeld te zijnen ere werd te Antwerpen onthuld in augustus 1883. Een maand later, op 10 september 1883, overleed “de man die zijn volk leerde lezen” te Elsene aan een maagkwaal die hem reeds lang hinderde. Hij werd begraven te Antwerpen op het Kielkerkhof. Duizenden gewone Vlamingen vormden op zijn begrafenis een rouwstoet van 5 km lang. In 1936 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar het Schoonselhof. ‘De Leeuw van Vlaanderen’ en ‘De loteling’ werden verfilmd.

Een belangrijke vaststelling die heel dikwijls uit het oog wordt verloren, is dat dit boek een roman is, geen feitenrelaas. Conscience, als kind van zijn tijd, schreef een bijzonder geëngageerd boek. Hij was gedreven door een romantische bezieling en duidelijk patriottistisch vuur. België was nog maar net onafhankelijk geworden en had nood aan een eigen identiteit. De nieuwe natie kende een heropstanding van de Vlaamse letterkunde, gegroeid uit het oude Vlaamse volk, en de Leeuw is hét werk geweest dat die periode kenmerkte. Het lag helemaal niet in de bedoeling van de auteur een historisch accuraat boek te schrijven, wel een roman. Als auteur heeft hij een aantal elementen dan ook gefantaseerd, bijvoorbeeld inzake de rol van Jan Breydel en Robrecht van Bethune op het slagveld van de Groeningekouter. Conscience leverde evenwel meteen een absoluut meesterwerk af in een toen vrij nieuw genre (de roman), in een eigentijdse stijl (de romantiek) over een nationalistisch – historisch onderwerp. Hiervoor heeft hij de feitelijke gebeurtenissen en de reële personages wat verdraaid, aangepast of hergedefinieerd om een boeiend boek te kunnen schrijven. De ‘Leeuw van Vlaanderen’ is een imponerende roman die zich wel in een correct historisch kader afspeelt. Het belang ervan voor de Vlaamse Beweging valt nauwelijks te overschatten. Cyriel Verschaeve zei er later over: “Dit boek heeft den Vlaming opnieuw tot leeuw van zijn lot willen maken en is er werkelijk in geslaagd, ons volk het leeuwengeloof te geven. En dat geloof, leeuw te zijn, te doen aannemen door den kleinen Vlaming, den verachten, verdrukten, armen wroeter, door den politiek en financieel eronder gehoudene, door den hoedafnemer en den rugplooier voor elken welgeklede, door den beroofde van al zijn oude schatten, gloriën, naam en eer,… dat is een wonder!” Jan Frans Willems kon als vader van de Vlaamse Beweging nooit de brede volksmassa aanspreken, Conscience wel.

Advertenties
 
%d bloggers liken dit: