Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

Daens

Adolf Daens werd geboren te Aalst op 18 december 1839. Deed z’n humaniorastudie aan het jezuïetencollege te Aalst en trad in bij de jezuïeten in 1859. Hij verliet tweemaal de orde en trad in 1871, met de toestemming van zijn oversten, definitief uit. Daens werd tot priester gewijd in 1873, en werd onderpastoor in St.-Niklaas en nadien in Kruishoutem. Daar hij zich, door zijn opleiding, meer geschikt achtte voor het onderwijs, werd hij retoricaleraar. De bisschop van Gent stelde hem toen voor opnieuw in pastorale dienst te treden, als onderpastoor te Drongen. Hij heeft dit niet aanvaard, omdat het hem moeilijk viel op 50-jarige leeftijd opnieuw als onderpastoor te beginnen. De bisschop liet hem toen zonder functie. Nadat hij privélessen had gegeven bij de familie Callebaut te Wieze, kwam Adolf, zonder vast kerkelijk ambt, bij zijn broer Pieter te Aalst inwonen en hielp deze bij de redactie van diens weekbladen.

Diezelfde 19e eeuw is ook de eeuw van de Industriële Revolutie: van technische omwenteling en van grote sociaal-economische veranderingen, in veel gevallen wantoestanden. De ambachtelijke textielnijverheid wordt geïndustrialiseerd. Plattelandsbewoners trekken massaal naar de stad om er in de fabrieken te werken. Het fabrieksproletariaat werkte zes dagen per week, tien tot twaalf uur per dag, voor een schamel uurloon. Er was kinderarbeid, geen enkele vorm van arbeidsbescherming of sociale wetgeving en geen stemrecht. Daens merkte dagelijks in Aalst de ellende waarin Vlaamse arbeiders verkeerden alsook de achteruitstelling van de Vlamingen, en maakte de opkomst van het socialisme mee. In 1893 stelde Adolf Daens het programma op van de nieuw op te richten Christene Volkspartij. Hij zocht naar samenwerking met de conservatieve Katholieke Partij, die op dat ogenblik het bewind in handen had, maar dit bleek onmogelijk, vooral door de halsstarrigheid van haar voorzitter, de belgicistische franskiljon Charles Woeste. De Christene Volkspartij nam aan de verkiezingen van oktober 1894 deel, met Adolf Daens als eerste kandidaat op de lijst. Wegens “vergissingen” werd hij niet verkozen, maar de Kamer gelastte een nieuwe verkiezing voor het arrondissement Aalst, waardoor hij op 9 december 1894 kamerlid werd (tot 1898). In 1895 houdt Daens een redevoering in Borgerhout, de zaal werd door zijn aanhangers behangen met spandoeken waarop ondermeer stond: ‘Weg met de verbastering van ons Vlaanderen!’ en ‘Achteruit, Farizeeërs en bastaard-Vlamingen!’.

De bisschop had intussen zijn openbaar optreden afgekeurd en hem verboden de mis op te dragen. In 1895 werd Adolf Daens naar Rome geroepen, maar hij bleef zijn actie voortzetten. Onder de druk van de belgicistische franskiljonse conservatieven, trof de bisschop van Gent, mgr. A. Stillemans, herhaaldelijk maatregelen tegen hem en gebood hem zelfs het priesterkleed af te leggen. Adolf Daens ging daar echter niet op in. In 1902 werd hij kamerlid voor het arrondissement Brussel, maar in 1906 werd hij niet herkozen. Reeds jaren lijdend aan een hartkwaal, overleed Daens op 14 juni 1907, na zich te hebben onderworpen aan de beschikkingen van zijn bisschop. De Christene Volkspartij zette de strijd voort tot aan de Eerste Wereldoorlog. Nadien versmolt ze met ‘Het Vlaamsche Front’.

Tot aan zijn dood in 1907 werd priester Daens bekritiseerd en tegengewerkt door de statelijke en kerkelijke overheid. Arbeiders die het daensisme steunden of daensistische bladen lazen (‘De Werkman’, ‘Het Land van Aelst’), riskeerden op staande voet ontslagen te worden. In de zondagsmis preekten de pastoors tegen de “afvallige priester”. Wie hem volgde, verraadde de kerk en beging een doodzonde. Daens heeft de verdienste één van de eersten in de Vlaamse Beweging te zijn die de sociale strijd koppelde aan de Vlaamse strijd, hoewel hij het marxistische socialisme bleef afkeuren. De Franstalige kapitalistische bourgeoisie, de hogere clerus en het koninklijk hof waren de tegenstanders van Daens, van sociale rechtvaardigheid en van het Vlaamse streven. De film ‘Daens’ uit 1992 waarvoor regisseur Stijn Coninx met een belgische baronstitel werd beloond, geeft de Vlaamsgezindheid van Daens niet ten volle weer.

“Slaaf noch bedelaar mag de arbeider zijn; hij moet een vrij en welvarend man zijn.” (A. Daens)

Advertenties
 
%d bloggers liken dit: