Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

Grammens

Flor Grammens werd geboren op 13 april 1899 in het Oost-Vlaamse Bellem; vader was rijkswachter, moeder hield een stoffenwinkel open. In 1911 gaat hij naar de humaniora in Eeklo, in 1918 meldt hij zich als vrijwilliger-brancardier. In augustus 1919 behaalt hij het onderwijzersdiploma: het jaar daarop wordt hij aangesteld in het college van Ronse, waar hij blijft tot in 1929. Hij wordt er ook secretaris van het plaatselijk Davidsfonds. Hij leert er de druk van de Franstalige “hogere standen” van nabij kennen. In 1927 onderneemt hij een wekenlange voettocht langsheen de taalgrens, en datzelfde jaar wordt hij secretaris van het comité “Taalgrens wakker” met onder andere Davidsfonds, VTB en Algemeen Nederlands Verbond. Grammens is echter geen man die gemakkelijk met anderen samenwerkt en daarom richt hijzelf in 1929 de ‘Kristen-Vlaamse taalgrensactie’ op met als blad de ‘Taalgrenswacht’. Stelselmatig begint hij wederrechtelijke franse aankondigen in de taalgrensgemeenten te verwijderen. In het onderwijs krijgt hij problemen, maar in 1934 wordt hij aangesteld als “toegevoegd opziener voor het technisch onderwijs”, wat hem voldoende ruimte laat voor zijn activiteiten.

In januari 1937 onderneemt hij zijn geruchtmakende actie in Edingen: verkleed als huisschilder gaat hij Franse aankondigingen overschilderen en wordt aangehouden (de eerste in een hele reeks)… De stunts volgen mekaar op: zo gaat Grammens in 1937 in het Vlaams-Brabantse Walshoutem het verslagboek van de gemeenteraad wegnemen, omdat alles daar wederrechterlijk in het Frans opgetekend wordt… Datzelfde jaar houdt hij, vergezeld van tientallen studenten uit drie verenigingen “grote kuis” in Leuven, en zit hij na weer een schildersactie vast is Gent; in 1938 wordt hij na een actie in Tongeren, daar aangehouden: de studenten bestormen er de gevangenis! In juni van dat jaar wordt hij na een “zuiveringsactie” in het Gents gerechtshof, ter plaatse aangehouden, maar daarop erkent de regering de eentaligheid in Vlaanderen als “bindende interpretatie van de wet”. Grammens was partijpolitiek steeds ongebonden gebleven; maar in april 1939 aanvaardt hij het lijsttrekkerschap voor de Antwerpse lijst van het VNV optredend onder de naam Vlaams nationaal Blok; hij raakt met 4.300 voorkeurstemmen verkozen.

Na zijn verkiezing gaat Grammens in Brussel wonen. In augustus 1940 wordt hij aangeduid als lid van de Commissie voor Taaltoezicht, waar hij het jaar daarop voorzitter van wordt. Zijn opdracht bestaat erin, de toepassing van de taalwetten na te gaan, en eventueel voorstellen ter verbetering in te dienen; Grammens ijvert er in de eerste plaats voor, kinderen uit Vlaamse gezinnen zoveel als mogelijk verplicht over te plaatsen naar Nederlandstalige klassen; zo stijgt het aantal kinderen in die klassen van 19% in 1939 naar 43% in 1943; en door strikt toepassen van de wet op het ambtenarenstatuut, stijgt bij de hogere ambtenaren het Vlaamse aandeel van 35,5% in 1940 naar 48% in 1943. Uiteraard werd die commissie in 1945 afgeschaft en die gunstige evolutie ongedaan gemaakt.

Hoewel Grammens tijdens de oorlog ver bleef van politieke collaboratie, wordt hij in 1944 opgepakt, zijn huis in Oudergem geplunderd en al zijn inboedel in brand gestoken. Eerst in 1947 komt hij voor de krijgsraad; hij wordt tot 10 jaar cel en tot 500.000 frank schadevergoeding veroordeeld; in juni 1949 wordt dit door het Krijgshof teruggebracht tot 6 jaar en 50.000 frank vergoeding… In juni 1950 komt Grammens vrij; meteen wordt het Grammensfonds heropgericht en geeft het blaadje ‘Na raad ter daad’ uit; vanaf 1955 gaat hij samenwerken met de jonge “Vlaamse Volksbeweging”, en sticht het weekblad ‘Vrij’ dat na een jaar weer verdwijnt.

Grammens kent in die jaren veel succes als dynamisch redenaar op tal van bijeenkomsten. De wereldtentoonstelling van 1958 brengt hem ruim in de belangstelling: hij ageert tegen de talrijke buitenlandse stands die het Nederlands verwaarlozen of zelfs weglaten. Dat culmineert in een pekeieren actie tegen de Franse stand; voorzitter van het Vlaams jeugdcomité en hevig medestander van Grammens is dan een zekere Wilfried Martens… Grammens wordt tot twee maand veroordeeld maar de publieke reactie is niet meer zo fel als voorheen. In 1959 gaat Grammens naar Mechelen wonen; als eenling blijft hij Vlaams-radicaal actie voeren al is zijn gezag in de beweging bescheiden geworden.

Vanaf 1975 wordt geijverd voor de aankoop van zijn geboortehuis, waar vanaf 1980 een soort museum van de Vlaamse strijd ingericht wordt; een groot succes wordt het niet, onder meer wegens de minimalistische uitbeelding. In 1971 had Grammens de André Demedtsprijs ontvangen, en tot op hoge leeftijd bleef hij voordrachten houden. Zijn allerlaatste jaren brengt hij in Bellem door; hij overlijdt in Deinze op 28 maart 1985.

Florimond Grammens was in de Vlaamse beweging een apart figuur: hij werkte liefst totaal ongebonden, aanvaardde geen gezag, streefde alleen zijn eigen actiepunten na; daarbij was hij zo onbaatzuchtig, dat iedereen wel zijn idealisme moest bewonderen, hoe kritisch men kon staan tegen zijn manier van werken. Hij poneerde geen revolutionaire standpunten, al was hij zeker geen tegenstander van nauw samengaan met Nederland. Flor Grammens enige zoon is de bekende publicist Mark Grammens, onder andere redacteur van ‘Journaal’.

 
%d bloggers liken dit: