Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

Rodenbach

Albrecht Rodenbach werd geboren op 27 oktober 1856 te Roeselare. Hij stamde uit een gegoede burgerfamilie en startte zijn studies in het plaatselijke Klein Seminarie, en zette die in 1876 voort aan de “Hoogeschool” van Leuven waar hij rechten ging studeren. Rodenbachs Vlaamsgezindheid werd gewekt in het Klein Seminarie van Roeselare. Hugo Verriest, oud-leerling van Guido Gezelle, gaf les aan het Klein Seminarie van Roeselare. Hij begeesterde zijn leerlingen met zijn pleidooi voor een katholieke Vlaamse beweging. Geïnspireerd door Consciences roman Kerels van Vlaanderen raakten de Roeselaarse leerlingen in de ban van de kerelsromantiek. De Kerels waren vrije boeren die streden tegen de verachtelijke Isegrims, maar uiteindelijk aan het kortste eind trokken. Albrecht Rodenbach, student aan het college, verheerlijkte hen in zijn Kerelsliederen. Rodenbach speelde dan ook een centrale rol in de groeiende Vlaamsgezindheid die zich in de loop van 1874-1875 in de poësisklas manifesteerde (blauwvoeterij en kerelsromantiek). Een poging van de superior om het Vlaamse enthousiasme te temperen veroorzaakte in juli een conflict, genaamd “De Groote Stooringe”. Rodenbach schrijft daarop ‘Het lied der Vlaamsche Zonen’, het strijdlied van de blauwvoeters. Hieruit kwam de leuze: “Vliegt de Blauwvoet! Storm op zee!” Vandaar kreeg deze beweging de naam blauwvoeterij. Op zijn zestiende jaar stichtte hij samen met de Roeselaarse oud-leerlingen Amaat Vyncke en Zeger Malfait het strijdblad ‘De Vlaamsche Vlagge’, terwijl hij ook in andere bladen en in tijdschriften de rechten der Vlamingen verdedigde. In ‘de Vlaamsche Vlagge’ werd een antiliberalisme gekoppeld aan een strijd voor de Vlaamse volkstaal. Dit tijdschrift kan beschouwd worden als een eerste stap naar een georganiseerde studentenbeweging. Het tijdschrift werd een spreekbuis van de studentenbeweging die in heel Vlaanderen tot ontwikkeling kwam. Er kwamen immers ook brieven bij de redactie van studenten uit andere bisdommen. Uit die contacten begon het idee van een overkoepelende studentenbeweging te rijpen.

Rodenbach zette niet de eerste stap naar een katholieke Vlaamse studentenbeweging maar hij ontwierp er een organisatiestructuur voor die school zou maken, met als propagandamiddelen zang en toneel. Zo is bijvoorbeeld het voor ons Gentse studenten bekende lied ‘Klokke Roeland’ van zijn hand. Onder zijn impuls werden in 1877 twee algemene studentenlanddagen bijeengeroepen te Gent en werd een algemene Vlaamsche Studentenbond opgericht. Met Pol de Mont stichtte hij in 1877 ook ‘Het Pennoen’, het bondstijdschrift voor de Vlaamse studenten, wat later verscheen onder de titel: ‘Het Nieuw Pennoen’. Rodenbach raakte ervan overtuigd dat de studerende jeugd een voortrekkersrol moest spelen in de katholieke Vlaamse Beweging. Via ‘Het Pennoen’ verspreidde hij de blauwvoetersideologie, die zowel aanknoopte bij het Gezelliaanse als bij het heroïsche romantisch-nationale ideeëngoed. Aan Hendrik Conscience ontleende hij de slogan “Vliegt de blauwvoet” en het strijdsymbool de stormvogel blauwvoet. Hij was in wezen een cultuurnationalist die een katholieke en Vlaamsgezinde ‘Kulturkampf’ wou voeren en niet zoveel verwachtte van staat en politiek. Centraal in zijn boodschap stond de visie van Gezelle en Verriest “Wees Vlaming die God Vlaming schiep”: de scholieren dienden gevormd te worden tot authentieke – en dus katholieke – Vlamingen die in de Vlaamse strijd hun verantwoordelijkheid zouden opnemen. Vanaf 1878-1879 raakte Rodenbach geïsoleerd in de katholieke studentenbeweging o.a. door zijn contacten met gerenommeerde liberalen als Jan van Beers en Max Rooses. In de Antwerpse wedstrijd voor toneelwerken van 1879 werd Rodenbachs drama in verzen ‘Gudrun’ met een gouden medaille vereerd en kort nadien werd hij ook te Brugge bekroond met het gedicht ‘Breidel en de Coninc’.

Het vroegtijdig en zegepralend optreden van Rodenbach in het kunststrijdperk deed veel verhopen van de student in de rechten maar Rodenbach bezweek reeds op 23 juni 1880 in zijn geboorteplaats. Ondermeer door die vroegtijdige dood zou de “wonderknape” Rodenbach een mythische figuur worden naar wie later vaak werd verwezen. Zijn vroegtijdig overlijden zou ook samen met de tegenwerking van de kerkelijke overheid, onenigheid en provinciale tegenstellingen de teloorgang van de eerste studentenoverkoepeling bespoedigen. De West-Vlaamse studentenwerking was wel het zwijgen opgelegd door de bisschop, maar Antwerpen en Mechelen traden meer en meer op de voorgrond. Het tijdschrift ‘De Student’ werd in Mechelen opgericht en nam de centraliserende rol van ‘De Vlaamsche Vlagge’ over. Het voornaamste doel werd de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs. In 1890 bundelde de studentenbeweging voor een tweede maal de krachten met de oprichting van het Katholiek Vlaams Studentenverbond. Op het graf van Rodenbach werd in 1888 een praalzuil opgericht, en vanaf de eeuwwisseling werd de Rodenbachviering een feest van de hele studentenbeweging. Tijdens het interbellum raakte Rodenbach volledig gecanoniseerd, maar vanaf de jaren 1960 verdween hij meer naar de achtergrond. De erfenis die de Vlaamsgezinde studentenwereld evenwel aan Rodenbach te danken heeft, kan nauwelijks overschat worden.

 
%d bloggers liken dit: