Nieuw-Solidaristisch Alternatief!

Het identitair en revolutionair verzet! – Weg van de Wetstraat, op naar de Volksstaat!

Posts Tagged ‘globalisme’

Bolsjewisering van het kapitalisme

Posted by vooruitgang op 14 oktober, 2008

De huidige monetaire crisis is in feite een herschikking binnen het globalistische wereldkapitalisme. Dat wereldkapitalisme of financieel globalisme is namelijk overgegaan tot een revolutionaire ingreep in het overschot aan zelf gecreëerde geldmiddelen en het wegwerken van de massale, maar in werkelijkheid onbestaande geldstromen die men ook wel uitstaand krediet placht te noemen. Deze ingreep is te vergelijken met de bolsjewistische machtsgreep van de communisten in Rusland in 1917. Ook daar werden alle geldmiddelen net als de productiemiddelen genationaliseerd. Deze nationalisering van kapitaal moest in een later stadium van de socialistische revolutie uitmonden in een wereldcommunisme of beter gezegd in een globalistisch maatschappijmodel en in een internationalisering van alle kapitaalmiddelen. Die droom van een supergeorganiseerd financieel en economisch internationalisme is nu door de Internationale van het Kapitaal verwezenlijkt. Deze machtsgreep werd in alle landen van de wereld gesteund en zelfs op de sporen gezet door marxisten en kapitalisten samen. Het voorbeeld van de neoconservatieven in de USA die ideologisch worden geleid en gestuurd door oud-trotskistische marxisten is veelzeggend. Maar ook bij ons en in de rest van Europa zijn de sociaal-democraten de mede-organisatoren van deze kapitalistisch-marxistisch globalistische wereld. Op een ogenblik dat het internationale kapitaalsysteem door de creatie van biljoenen aan onbestaande betaalmiddelen is verzeild in een ware bestaans- en geloofscrisis zijn ze overgegaan tot een drastische wereldwijde ingreep.

Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

Posted in links-rechts, woeker | Getagged: , , , , , , | 3 Comments »

Immigratieleugens

Posted by voorhoede op 9 april, 2008

Volgens de Amerikaanse econoom George Borjas zorgt de huidige immigratiegolf in de Verenigde Staten ervoor dat de sociale ongelijkheid toeneemt. Volgens hem vloeit de welvaart weg van de autochtone werknemers die moeten concurreren met de immigranten en gaat die welvaart naar de WERKGEVERS en anderen die gebruik maken van de diensten van immigranten. Bondig samengevat stelt hij: werknemers verliezen welvaart doordat immigranten de lonen verlagen. Werkgevers winnen doordat de lonen verlagen. Immigratie gaat dus over de keuze die een maatschappij maakt. En die keuze bepaalt de maatschappij waarin we willen leven. Voor de liberalen en de linkerzijde is het duidelijk dat immigratie nodig is om vacatures te kunnen opvullen die nu niet meer door eigen mensen uitgevoerd kunnen (willen) worden. Deze stelling toont duidelijk welke maatschappijkeuze de liberalen voorstaan. De linkerzijde volgt de keuze van de liberale burgerij gedwee.

De Amerikaanse onderzoeker Sowel stelt dat er weinig of geen beroepen zijn die geheel en al overbodig zijn. Als de migratie afneemt of teruggeschroefd wordt, dan zou dat niet leiden tot een verdwijning van bepaalde beroepen, maar zullen die beroepen opnieuw uitgevoerd worden door de autochtone bevolking maar dan tegen hogere lonen. Kortom, men kan stellen dat er nu vaak beroepen worden uitgevoerd, zoals schoonmaak- en ondersteunend verzorgingspersoneel, door immigranten. Dat wil echter niet zeggen dat er zonder migranten geen schoonmakers en dergelijke meer zouden zijn. Hij neemt het voorbeeld van Japan, waar zeer weinig arbeidsmigratie is en al die beroepen toch door eigen mensen worden uitgevoerd. Het enige verschil is dat het loon voor wat men in ons land “knelpuntberoepen” noemt in Japan merkelijk hoger ligt. Volgens Sowel zou het een goed idee zijn om eerst de oorzaak van onvoldoende arbeidsparticipatie te onderzoeken alvorens men zijn toevlucht neemt tot immigranteninvoer.

Wij moeten als nationaal-revolutionairen de winstmaximalisatie van het kapitaal en de liberale machtskaste bevechten. Het is de winstmaximalisatie en de hebzucht die als brandstof voor immigratie dient. Ofwel strijden we tegen die tomeloze win- en hebzucht en zorgen we er zo voor dat er minimale immigratie is en voor sommige groepen zelfs remigratie. Ofwel laten we in een toekomstige Vlaamse staat het patronaat en het financiële kapitaal verder aan de macht – zoals de meeste nationalistische partijen het liefst zouden willen – en zullen we verder overspoeld worden door migranten. Strijden tegen immigratie is strijden tegen het grootkapitaal en zijn woekerwinsten. De linkerzijde strijdt nooit tegen immigratie. Ze ondersteunt haar zelfs. Daardoor kan men de linkerzijde beschouwen als een objectieve bondgenoot van het financierkapitaal. Links gelooft nog steeds in het internationale karakter van de arbeidersklasse. Maar het enige dat echt internationaal werkt en bestaat is het internationale kapitaal. De natie en een revolutionair nationalisme zijn en kunnen maar de enige factoren zijn tegen dit kapitaalsinternationalisme.

Eddy Hermy
Algemeen N-SA-coordinator

Posted in amerika, japan, migratie | Getagged: , , , , , , , , | 1 Comment »

Economische recessie en de Russische optie.

Posted by drietand op 17 maart, 2008

In mijn betoog wil ik de correlatie aantonen tussen de neergang van een militaire en economische reus met name de Verenigde Staten, en de dreigende economische recessie die Europa zal treffen. Met dit referaat wil ik ook aantonen dat oorlogen en terreur niet noodzakelijk gewapende uiteenzettingen zijn maar dat de confrontatie zich meestal aandient via economische terreur en een economische oorlog.

De wereldmarkten en dus de economische macht zijn zich aan het verplaatsen. Als er economische machtsveranderingen zijn dan volgen ook de militaire machtsverhoudingen. Het één is gewoon het natuurlijke gevolg van het andere. De productie en afzetmarkten zijn na de verschillende delocalisatiegolven die teweeg werden gebracht door de globalisatie van het kapitalisme verschoven van Europa en de VS naar landen zoals Rusland, Brazilië, Zuid-Afrika, India en vooral naar China.

Lees de rest van dit artikel »

Posted in economie, euro-rus, geopolitiek, verslagen | Getagged: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Leave a Comment »

Offensieve actie gevraagd!?

Posted by drietand op 6 februari, 2008

Posted in propaganda, zentropa | Getagged: , , , | Leave a Comment »

Tegen het modernisme…

Posted by reteip op 5 februari, 2008

Posted in propaganda, traditie en revolutie | Getagged: , , , , , | Leave a Comment »

De Corporatocratie

Posted by drietand op 1 januari, 2008

 

Vanaf januari 2008 zal het N-SA pas goed doorstarten. Er zullen dan ‘steunend militant’-kaarten worden aangeboden zowel als sympathisantenkaarten (steunkaarten). De voorbije maanden hebben we ons beziggehouden met het op poten zetten van structuren en hebben we verschillende afdelingen kunnen oprichten.

Er is een leidinggevend orgaan ontstaan dat dynamisch kan ingevuld worden en dat ons de mogelijkheid bied om ons constant aan te passen aan veranderende situaties en problemen. Maar vooral hebben we er voor gezorgd dat er een begin van ideologische lijn ontwikkeld werd die wat betreft inhoud en strekking bij vele van onze vroegere tegenstanders, maar ook bij medestanders, tot wenkbrauwfronsen heeft geleid.

Vele mensen die zichzelf nationalist noemen zijn vaak vastgeroest in verouderd denken en houden dus vast aan oude clichés en dogma’s. Dat is helemaal niet verwonderlijk. Ook vele mensen van links houden vast aan verouderde denkbeelden en laten hun wereldbeeld bepalen door een wereld die reeds enige tijd getransformeerd is. Oude tegenstellingen zijn al een poosje non-tegenstellingen geworden omdat ze geen grond meer hebben waarop je die tegenstellingen zou kunnen baseren. Toch blijven maatschappelijke groepen elkaar bekampen op grond van die oude tegenstellingen.

Zo is er de stelling van links dat extreemrechtse revolutionairen per definitie knechten van het grootkapitaal zouden zijn en dat die nationalisten door dat kapitaal zullen ingezet worden als een soort stoottroepen om het kapitalisme te steunen bij een crisis van dat kapitalistisch systeem. Dat zijn verouderde leninistische of trotskistische analyses. Zij omschrijven niet de huidige reële tegenstellingen omdat bepaalde klassenverhoudingen totaal niet meer dezelfde zijn als pakweg 90 jaar geleden.

Toch is er spijtig genoeg geen nieuwe nationale dialoog mogelijk tussen de verschillende groepen van mensen die verandering willen juist omwille van verouderde opvattingen. Daar komt natuurlijk bij dat verschillende groepen die zich links noemen eigenlijk de hevigste voorstanders zijn geworden van het bestaande neoliberaal kapitalisme. Het is een paradox van de geschiedenis dat de vroegere tegenstander van dat kapitalisme zich nu hebben ontpopt tot voorstanders van het globale kapitaal.

Ja, de andersglobalisten hebben wel kritiek op de meest zichtbare negatieve uitwassen van dat globalisme maar het systeem van de eendimensionale wereld zijn zij zeer genegen. Het sluit perfect aan bij hun eigen versie van een globale wereld, namelijk het internationalisme.

Organisatorisch zijn de kapitalistische en linkse krachten het volmondig met elkaar eens. Zij beiden willen een soort monopolistische wereld invloedsfeer, wars van alle nationale of etnische verbanden. Daarom is het zo gevaarlijk dat mensen zoals Morel van het VB stellen dat de breuk tussen etnische groepen niet meer relevant zijn maar dat de breuk zich nu situeert tussen de goede (aangepaste) mensen en de slechte (niet aangepaste).

Deze gedachtegang komt dicht in de buurt van het consumentisme en speelt in de kaart van het monopoliekapitaal. Voor de grote conglomeraten en haar internationale ideologische stroming is een aangepaste en goede burger iemand die meegaat in de consumptie-ideologie, zonder kritische bedenkingen maar vooral zonder culturele of etnische obstakels die de consumptieve marktwerking zouden kunnen belemmeren. Terwijl het toch duidelijk zou moeten zijn voor nationalisten dat juist de culturele en etnische volkscomponent de enige mogelijke rem kan zijn voor het verder voortwoekeren van dat consumentisme.

De macht van de politieke klasse en van de staat is nu overgenomen door wereldwijde conglomeraten en bedrijven. Zij vormen een soort imperiale nieuwe machtsorde. Deze imperiale macht heeft de democratische besluitvorming al grotendeels ondermijnd en zal de democratische staatsvorm zoals die tot voor kort bestond volledig uithollen en vernietigen.

Wij moeten daar het nationaaldemocratische alternatief voor in de plaats durven te stellen. De macht van het volk is gekaapt door de macht van het transnationale kapitaal. De strijd tegen dit soort kapitalisme is nu geen strijd meer van een beperkte groep (klasse) maar is nu een strijd geworden van volkeren. Zelfs kleine ondernemers en bezitters van lokaal opererende productiemiddelen zullen in de nabije toekomst aan den lijve ondervinden dat hun markt of productieaandeel onder dodelijke druk zal komen te staan van de internationaal opererende conglomeraten. Als die conglomeraten bij een komende economische crisis hun marktaandeel zien terug vallen zullen zij als gieren onze eigen overblijvende markten overnemen of kapot concurreren.

Om dit tij te keren, of om tenminste toch eigen marktmogelijkheden te behouden voor het eigen volk, is er een nationale alliantie van het volk nodig. Om het volk aaneen te kunnen smeden moet het zo homogeen mogelijk zijn. Een multiculturele factor zal dit proces van eenheidsfrontvorming van het volk alleen maar afremmen of zelf onmogelijk maken.

We beseffen en weten dat ons verhaal niet populistisch is of kan zijn. Populisme geeft geen antwoord op de diepere vragen en peilt niet naar de oorzaken van de huidige maatschappijproblemen. Populisten stellen nog meer de staat in vraag en eisen de verdere ontmanteling van de overblijvende staatsstructuren. Zij spelen zo nog meer in de kaart van de nieuwe heersers van de CORPORATOCRATIE.

Wie vandaag antistaat is moet als een handlanger van die nieuwe wereldheersers worden gezien. Wij Nieuw-Solidaristen moeten voortdurend onze kaders en militanten bewust maken van de veranderende maatschappelijke omstandigheden. Wij moeten niet bang zijn om vooruit te denken. Weg van de afgezaagde dogma’s en de oude denkbeelden. Daarom is voor ons het nieuwe jaar 2008 gewoon een verdere etappe op weg naar een nieuwe maatschappij.

De Nieuw-Solidaristische Volksstaat!

Houzee kameraden!

Eddy Hermy,
N-SA-coördinator.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , | Leave a Comment »

Voorwaarts naar revolutie!

Posted by drietand op 16 november, 2007

Het heersende systeem

De systeemdienaren, de bekende personen van het openbare leven (media, politiek, economie,…) zijn een product van hun eigen ideologie. Dit is enerzijds de vrije markteconomie en anderzijds het politieke liberalisme. Beide behoren tot het materialisme. Materialisme wijst erop dat de materie, geld en goederen dus, van beslissend belang is. Het kapitalisme, de succesvolle variant van het materialisme, beroept zich op het principe van de begeerte en de hebzucht. Begeerte naar materiële zaken en naar winstmaximalisatie.

Deze niet te bevredigen hebzucht naar steeds meer is de oorzaak van de huidige groei en toename, van het succes van het kapitalisme. Maar het is een natuurwet dat elke groei eenmaal ophouden moet. Tegen dat de kapitalistische grootheidswaanzin haar natuurlijke grenzen bereikt, zijn de planeet en de mensheid geruïneerd. Laten we het kapitalisme op dit punt eens van naderbij bekijken. Deze economische vorm beroept zich op het axioma van winstmaximalisatie. Concreet betekent dit dat elk die geld investeert, mogelijks veel wil verdienen. Om meer te verdienen moet hij meer verkopen. Om goedkoper te produceren (en hierdoor meer te verdienen), is het noodzakelijk waar mogelijk om grote oplages en aantallen van de producten te fabriceren. De aantallen zijn evenwel enkel aan de man te brengen indien de markt voldoende groot is en de consumenten voldoende koopkracht bezitten.

Hoe groter de gemeenschappelijke markt is, hoe groter de winsten voor de kapitalisten. De Vlaamse markt is bescheiden maar de Groot-Nederlandse toch betrekkelijk, de Europese markt is groter en de wereldmarkt nog veel groter. In een geglobaliseerde wereldmarkt die zo weinig mogelijk door de politiek gecontroleerd wordt (of kan gecontroleerd worden tenzij door een wereldstaat) zou de winst van de kapitalisten maximaal kunnen zijn en hun hebzucht het meest bevredigd. Het is echter onvoldoende om een reusachtige markt te bezitten, de consumenten in deze markt moeten ook dezelfde voorkeuren en interessen hebben.

Zolang er evenwel verschillende volkeren, stammen, rassen, tradities, culturen, mentaliteiten, talen,… bestaan, zijn kapitalisten gedwongen verschillende en onderscheiden producten aan te bieden. Dit vergt hogere investeringen en dus hogere kosten, bijgevolg minder winsten. De hebzucht van kapitalisten kan niet ten volle bevredigd worden, tenzij men er zich toe beweegt alle identitaire verschillen inzake culturen, rassen, volkeren,… te laten verdwijnen en vervangen door een eenheidsmens van gelijkgeschakelde consumptie-idioten.

Hierin bestaat een basisovereenstemming tussen de gevestigde politieke krachten, of ze nu liberaal zijn dan wel socialistisch. Ook de machthebbers hebben er het grootste belang bij dat hun onderdanen geen eigen normen, volgroeide structuren en tradities bezitten en bijgevolg niet tot collectief verzet kunnen overgaan. De multiculturele wereldstaat die vanuit het westen wordt gepropageerd en in de loop der tijd onvermijdelijk in een monoculturele wereldstaat moet uitmonden, is de ideale voedingsbodem voor het ontstaan van een parasitaire klasse. De onvoorwaardelijke, tot massa-mens gereduceerde persoon is opnieuw het ideale object voor uitbuiting, verdomming en manipulatie door deze parasitaire klasse.

Bijgevolg kan voor ons een deelname aan de macht, waarbij men zelf deel van de heersende klasse wordt, tot zolang niet in overweging gebracht worden, zolang de heersende klasse haar macht niet ontnomen wordt en haar schragende ideologie niet voor eens en voor altijd uitgespeeld is.

“Revolutionair” links als onderdeel van het systeem

Lang genoeg kon extreem-links zich als een “revolutionair” alternatief voorstellen voor het liberaalkapitalisme. Zelfs na de grandioze mislukkingen van de reëel bestaande marxistisch-socialistische systemen zijn er nog steeds warhoofden die het marxistisch socialisme als een revolutionaire ideologie aanzien. Ter rechtvaardiging van hun volksvijandelijke wereldbeschouwing wijzen ze bij hedendaags extreem-links op een ontaardde bureaucratie die het echte socialisme reeds van in den beginne zou verstoord hebben. Als men evenwel de doelstellingen van extreem-links wat naderbij bekijkt, ziet men al snel dat er geen revolutionaire inhoud is, maar dat het eerder als onzinnig tot zelfs karikaturaal kan bestempeld worden. In de geschiedenis van het ideeëngoed heeft de weinig succesvolle marxistische tweelingbroer van het kapitalisme uiteindelijk ook dezelfde doelstellingen als de kapitalistische concurrent. Wat betreft de vreemdelingenpolitiek werpt extreem-links de burgerlijke staat steeds voor dat het gemeenschappelijke doel van de wereldstaat niet snel en consequent genoeg nagestreefd wordt (“open grenzen voor iedereen”).

Deze kritiek is in zoverre gerechtvaardigd omdat de kapitalistische staat niet zo doelgericht naar de wereldstaat streeft zoals de links-extremisten op z’n minst theoretisch doen. Veeleer volgt het kapitalisme ook in deze de marktwetten, waarbij het grotere weerstanden tracht te omzeilen, zich soms tactisch terugtrekt en blootgestelde posities opgeeft. Zo wordt bruut geweld vanwege extreem-links vermeden en is het des te succesvoller. Marxistisch links is slechts de extremere en militantere uitdager van het liberaalkapitalisme, maar zeker niet de revolutionaire tegenkracht. Waarbij extreem-links dus uiteindelijk de onbewuste handlanger van het systeem is.

Revolutie in plaats van hervorming

Samengevat kunnen we stellen dat het de doelstelling is van de heersende klasse en haar dragende ideologie om een wereldomvattende kapitalistische multiculturele staat te scheppen. Juist daarom is het er de heersende klasse in Vlaanderen niet enkel om te doen om de volksnationale identiteit van de Vlamingen maar ook van die van de vreemdelingen te vernietigen. Daarom houden ze fanatiek vast aan dwingende “integratie” of assimilatie. Een systeem dat reeds duizenden plant- en diersoorten heeft uitgeroeid, zal zeker niet stoppen bij de volkeren. En de schijnbaar revolutionaire extreem-linksen zijn daarbij niks meer dan een verachtelijke nageboorte van de kapitalistische hoofdvijand.

Revolutionair is een ideologische en niet een gewapende strijd. Vooropstelling voor het bewandelen van de revolutionaire weg is een aangescherpt politiek bewustzijn van onze medestanders en militanten. Dit betekent de erkenning en het inzicht dat het systeem, ondanks een paar geneugtes die het biedt, principieel slecht is. De consequentie hieruit is logischerwijs dat men dit systeem niet kan hervormen maar moet opruimen en door iets nieuws vervangen. Een dergelijke visie noemt men gewoonlijk revolutionair. Eens dit bewustzijn bij de nationalistische kameraden aanwezig is, komt het erop aan het bewustzijn bij zoveel mogelijk mensen in die richting aan te scherpen. In relatie tot de toenemende sociale kwestie wordt een revolutie waarschijnlijk en kan het succes van revolutionaire strijdbewegingen en –partijen toenemen. Dan wordt het georganiseerde nationalisme van object tot subject van de politiek, van verdediger tot aanvaller!

(Met dank aan de Junge Nationaldemokraten, Berlijn, januari 2006)

Posted in duitsland, vorming | Getagged: , , , , , , , , | Leave a Comment »

Culturele globalisering

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Twee voorbeelden: “Coca-lisation” en “Political Correctness”

Samengaand met de zgn. “coca-lisation” van de wereld en de politieke dominantie van de VS is het Engels het Latijn van de Middeleeuwen geworden. In vele internationale instellingen is het de enige voertaal.

De economische verhoudingen zijn inderdaad niet zonder gevolgen voor de cultuur. Het leidt tot hegemonie in de communicatiesector, zoals het voorbeeld van het wereldwijd medianet van de VS aantoont. Amerikaanse televisieseries beschikken over een ruime markt en hun productie is derhalve goedkoper; ze zijn al afgeschreven in de VS en kunnen tegen spotprijzen in Europa worden verkocht. Daarom zijn ze overvloedig op de Europese televisies aanwezig. Zo neemt de invloed van het Engels nog toe.

In Amerika zijn media en cinema uitsluitend door commerciële belangen beheerst. Hun hoofddoel: een publiek vinden voor de uitgezonden directe en indirecte reclame. De consumptie dient te verhogen! De aangeprezen wegwerpmentaliteit draagt bij tot de vervuiling van het milieu. De gepropageerde en gestroomlijnde wancultuur bedreigt het cultuurleven. De Europese media volgen het voorbeeld.

Ook in de EG zijn er problemen. Hoewel theoretisch gelijk, zijn de diverse culturele groepen in feite niet gelijk. George Orwell zei het al: “some animals are more equal than others”. De culturele prestaties van kleine gemeenschappen zijn dikwijls even belangrijk als die van grotere gemeenschappen, maar hun productie is weer duurder (in economenjargon: ze missen schaaleffecten). De kleine cultuurgemeenschappen hebben het veel moeilijker: cultureel protectionisme is dan ook gewettigd om niet door andere culturen te worden overspoeld.

Een vorm van mondialisering is het politiek correct denken. Een Amerikaanse publiciste(1) definieert het als volgt: “de inspanning van de VS om opvoeding, taal, gedrag en wetgeving zodanig te wijzigen dat ze multiculturalisme en feminisme weerspiegelen”. De Amerikaanse invloed leidt in Europa tot wetten die racisme verbiedt. Daarbij wordt zelfs aan privaatrechtelijke personen het recht verleend om initiatieven te nemen!

Welk gevaar is er verbonden aan de betwisting van een “officiële” waarheid (die alleen maar wantrouwen wekt)? Zoals een bekend Engels weekblad(2) het zegt: “de regering kan en zou het racisme moeten laken, maar het is haar taak niet racisten te vervolgen, wier enige overtreding hun opinie is”. Godfried Bomans zei het al: “Je bent tegenwoordig fascist voor je ’t weet”.

De pers wijkt in alle geval niet af van het correct politiek denken. Geen wanklanken bijvoorbeeld inzake buitenlandse politiek. Belgiës slaafse adoptie van Amerikaanse (en EG) standpunten is mede te verklaren door de belangstelling van zijn ministers voor internationale functies, bv. bij de NAVO en de EG.

Commentatoren en columnisten die de conventionele waarheden niet verkondigen, is geen lang journalistiek leven beschoren. Zo worden waarschuwingen voor de multiculturele maatschappij schaars: één van de laatste – van wijlen rector Aloïs Gerlo – dateert van 1993: “…het multiculturalisme… staat haaks op het wezen en de verworvenheden van de Vlaamse beweging…”(3).

Migratie

De Verenigde Staten willen een multiculturele samenleving zijn: immigranten moeten de smeltoven in. Spaanssprekende immigranten ondervinden een sterke weerstand als zij hun taal willen behouden. Toch is van integratie geen sprake. Na tweehonderd jaar vormen de zwarten nog altijd een aparte groep. In verscheidene steden vormen zij de meerderheid (70 procent in Washington). Binnen een tiental jaar heeft Californië een niet-blanke meerderheid. De “clash” tussen de culturen neemt toe(4).

Europa bestaat uit diverse, afzonderlijke, maar cultureel homogene entiteiten. Belangrijke internationale lobby’s zijn erin geslaagd dit model in gevaar te brengen door overeenkomsten op te dringen die immigratie op grote schaal bevorderen. Wetten waarover het volk nooit werd geraadpleegd, maken een toestroom van zogezegde asielzoekers mogelijk. Er wordt jaarlijks meer geld aan besteed dan aan de eigen, armste gepensioneerden.

Waarom zou er een einde komen aan de immigratie? In de emigratielanden verdient men door te werken veel minder dan wat men in de immigratielanden krijgt voor niets te doen! Sommige Amerikaanse auteurs waarschuwen: Europa creëert een samenleving bestaande uit diverse rassen (“racialisation of society”) en zal weldra de sociale spanningen kennen die historisch verbonden zijn met de VS, waar de rassen – zo schrijven zij – toch “separate and unequal” blijven(5).

Voor de kosmopolieten is de strijd voor de handhaving van “kleine” talen en homogene cultuurgemeenschappen een uiting van nationalisme(6) , dat zelf als een uiting van barbaarsheid wordt beschouwd. Voor hen is materiële welvaart het enige behartigswaardige doel. Vandaar hun spirituele leegheid en hun misprijzen voor de kleine cultuurgemeenschappen.

Conclusie

De mondialisering bedreigt de identiteit van de diverse naties via haar invloed op cultuur en beschaving. Ook cultureel protectionisme is niet zonder meer af te wijzen.

Klagen over het overwicht van de VS heeft weinig zin: het is onze eigen schuld. Tijdens de 19de eeuw domineren de Europese volken de wereld: economisch, politiek, cultureel.

Thans is de EG een enorme en bemoeizieke bureaucratie. Ze looft het subsidiariteitsbeginsel, maar hoe meer ze dat doet, hoe meer ze het miskent. Het principe is nochtans vrij eenvoudig: wat een kleine eenheid doeltreffender doet, is niet de taak van een groter ensemble. Wat Vlaanderen efficiënter verricht dan België, mag Belgiës opdracht niet zijn. Wat de staten beter doen, is niet de bevoegdheid van de Gemeenschap. Maar in werkelijkheid houdt de Gemeenschap zich bezig met materies, zoals de cultuur, die duidelijk tot de bevoegdheid van de lidstaten behoren.

Precies op cultureel vlak doet Europa bitter weinig om de invloed van het stompzinnige materialisme van een gelijkgeschakelde “transatlantische” cultuur te beperken. Amerika is nochtans op vele gebieden geen voorbeeld.

(1) Margot Hornblower, Politiquement correct?, Time, 13 juni 1994.
(2) Free speech and Europe, The Economist, 16 dec. 1995.
(3) Aloïs Gerlo, Onze culturele eigenheid, Trends, 19 aug. 1993.
(4) Samuel Huntington, The clash of civilisations, New York, 1996.
(5) C. Sidanius, Immigrants in Europe. The rise of a new underclass, The Washington Quarterly, herfst 1998.
(6) Onder nationalisme verstaat men de voorliefde voor het eigen volk, voor eigen aard, tradities en cultuur. De nationale identiteit impliceert het gevoelen tot dezelfde gemeenschap te behoren en wordt bepaald door een gezamenlijk verleden en het besef dezelfde belangen en dezelfde toekomst te hebben.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , | Leave a Comment »

Manifest tegen globalisering

Posted by drietand op 26 oktober, 2007

Inleiding

Verscheidene nationalistische militanten hebben besloten zich te groeperen in een actiecomité onder de naam “Nationalisten tegen globalisering”. Daarmee heeft het de bedoeling een aantal legale, vreedzame acties te voeren in de rand van de Europese vergaderingen, die in België zullen doorgaan, en dit naar aanleiding van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie.

De samenwerking tussen de personen onderling voor dergelijke acties beperkt zich strikt tot de strijd tegen globalisering. Daarbuiten behouden eventueel deelnemende groepen en organisaties hun volledige onafhankelijkheid, en kunnen ze niet verantwoordelijk worden geacht voor de daden, en/of ideologische posities van andere groepen en individuen wat betreft andere onderwerpen.

De deelnemende personen / organisaties aan het comité steunen en onderstrepen enkel de volgende platformtekst:

Waarom zijn wij tegen de globalisatie?

Als nationalistische militanten, die de strijd voor identiteit niet opgeven, willen wij oppositie voeren tegen de globalisering.

Wij zijn van mening dat onze nationalistische visie op de wereld in strijd is met de mondialisering van de economie, die op termijn zal leiden tot iemand zonder cultuur, die tegelijk overal en nergens nog thuis is, en die heel makkelijk beïnvloedbaar is zowel ideologisch, maar ook als consument.

De globalisering is het ultieme middel om de economische machten, en zij alleen, de politieke agenda te laten bepalen. Wij zijn echter van mening dat het de politiek zelf moet zijn die de economie dient te dirigeren en dat op basis van de grondwet en democratische verkiezingen.

Wij kunnen principieel niet aanvaarden dat multinationals zomaar het recht hebben zich te delocaliseren wanneer ze maar willen met als enige doel meer winst te maken en dit zonder enige controle of respect voor het menselijke individu.

Het liberale model beweert dat grenzen schadelijk zijn voor de handel; dat het systeem van sociale en syndicale maatregelen de markten ontregelen; en dat zonder staatsinterventie de economie een evenwicht zou vinden dat ten goede komt aan alle landen.

In werkelijkheid is dit een zinsbegoocheling. De vrije markt veroorzaakt enorme ongelijkheden tussen arme en rijkere landen. Het kapitalisme weet deze situatie uit te buiten. De armste landen leveren namelijk volop en overvloedig goedkope arbeidskrachten, die overgeleverd worden aan de willekeur om tegen een hongerloon in de illegaliteit te gaan werken. Ook is er de invoer van de grondstoffen uit de ontwikkelingslanden, die tegen een spotprijs worden aangekocht. In de rijke landen wordt deze massa goedkope arbeidskrachten gebruikt om de lonen van de eigen arbeiders te drukken. Zo beschikt de directie over twee troeven, wanneer werknemers om loonsopslag vragen. Ofwel kan men nieuwe immigranten laten overkomen, die bereid zijn tegen een lager loon te werken. Ofwel kan men dreigen met delocalisatie.

Maar evengoed dulden we niet langer de hypocrisie van aanhangers van de mondialisering die zich tegen racisme verzetten maar wel toelaten dat bepaalde multinationale ondernemingen duizenden mensen aan de andere kant van de wereld uitbuiten (toestanden die doen terugdenken aan de 19e eeuw in Europa), en dat dit alles gebeurt onder het mom van “vrije markt”.

Wij hebben ook onze bedenkingen bij de globalisering omdat ze in onze ogen niet meer is dat een aangepaste, modernere versie van het internationalisme. Deze tendens betekent namelijk in de eerste plaats het verdwijnen van de nationale grenzen, om in een volgende fase de identiteit van de verscheidene volkeren te laten vervagen. Wij willen niet verworden tot wat vandaag vaag wordt omschreven als een wereldburger, iemand zonder identiteit of ziel. Als nationalisten zijn we trots Vlaming te zijn en wensen die ook in de toekomst te blijven.

Maar onze strijd mag niet verward worden met die van extreem-links, veelal een groepje beroepsbetogers die zich over enkele jaren toch inpassen in het sociaal-democratische systeem.

Dit vermeende verzet van extreem-links tov de globalisering is immers niet meer dan een poging om de gevoelens van afkeer bij de bevolking te kanaliseren en op termijn te neutraliseren.

De enige ware tegenstanders van de globalisering zijn de nationalisten, die al sinds jaar en dag het aan de gang zijnde proces aan de kaak stellen dat ertoe geleid heeft dat vandaag de mondialisering een feit is.

Tien alternatieven voor de globalisering:

De Europese landen moeten de financiering stopzetten van internationale organisaties zoals de VN, IMF,… Het zijn namelijk deze instellingen die de ideologie concreet vorm geven en er de verdediging van opnemen.

Europa dient meer aandacht te besteden en meer middelen vrij te maken voor de verdediging en promotie van de Europese talen en culturen.

Behoud van de nationale munten, wat tegelijk betekent dat het project Euro dient gestopt te worden.

Verdere samenwerking van de Europese landen in een confederaal verband om zo tot een economische grootmacht uit te groeien die in staat is het hoofd te bieden aan de VSA en Japan.

Opdrijven van de productie in Europa in cruciale sectoren (bvb. landbouw) om zo minder afhankelijk te zijn van andere economische machten zoals Japan en VSA.

Ontmoediging van delocalisering door het uitvaardigen van boetes en concrete sancties voor multinationals die de regels overtreden.

Op nationaal vlak moet een eind komen aan de fiscale verstikking van de KMO’s, zodat deze aan een herstel kunnen werken. Importproducten die de nationale economie bedreigen, kunnen wel zwaarder belast worden.

Hernemen van de controles aan de Europese en nationale grenzen tegenover niet-Europese onderdanen en het minder eenvoudig maken van de voorwaarden om hier te verblijven.

Een halt toeroepen aan het afhankelijk maken van Europa’s beleid aan dat van de VSA.

Opheffing van de NAVO die niet langer meer een defensie-organisatie is, maar een manier om de VSA in Europa militair te vertegenwoordigen.
Welk alternatief stellen wij voor?

Om een eind te maken aan het globaliseringsproces, stellen wij ook een alternatief voor. In plaats van de wereld voor te stellen als een immense eenheidsmarkt, moet men tenderen naar zogenaamde kernen. Deze geopolitieke gehelen zullen bestaan uit landen die in eerste instantie voorkeur geven aan interne handel, vervolgens aan handel met landen uit haar omgeving en tenslotte aan landen uit een andere kern. Concreet zien we drie van dergelijke kernen: de Europese Unie, de NAFTA (VSA, Canada en Mexico) en Japan, aangevuld met de Aziatische ontwikkelingslanden. Om iets van invloed te verwerven, mogen deze kernen zich niet louter beperken tot economische samenwerking, maar is ook een politieke structuur noodzakelijk. Deze moet hen de nodige middelen geven om diplomatiek en militair tussen te komen, maar ook de nodige technische en financiële steun te verschaffen.

Deze verschillende kernen moeten in de eerste plaats voldoende groot zijn om te beschikken over voldoende primaire grondstoffen om niet te moeten afhangen van andere grootmachten. Het is immers zo dat diegene die de ontginning van primaire grondstoffen en energiebronnen controleert, indirect ook de prijs van haar concurrenten kan bepalen (cf. OPEC). Het is in dat geval dan ook mogelijk haar wil op te leggen aan andere landen. Een einde hieraan brengen, kan in de toekomst meteen ook heel wat oorlogen vermijden.

De globalisering vandaag heeft als enige doel het cumuleren van een steeds groter kapitaal. Het is daarom nodig om een dergelijk uitgangspunt te verlaten en te ijveren voor een economie die de mens terug centraal stelt.

Een nationalistisch economisch beleid is niet blind voor het winstprincipe, maar schuift ze echter op de tweede plaats. Belangrijker is dat eerst wordt nagegaan of een bepaald product ter plaatse kan worden gemaakt, zelfs als dit duurder blijkt dan deze te importeren. Op die manier verzekert men zich van werkgelegenheid en van het feit dat de kennis terzake hier blijft.

Eveneens komt dit onze onafhankelijkheid ten goede. Wie toegeeft om meer winst te maken of om competiviteitsredenen en voor een deel van zijn behoeften aangewezen blijft op het buitenland, wordt zonder het te weten verplicht verder te blijven importeren, gezien hijzelf niet meer over de mogelijkheid beschikt het zelf nog te doen. Wat meer “economisch nationalisme” kan dan ook de vrijheid en onafhankelijkheid van een natie enkel maar ten goede komen.

Een nationalistisch economisch beleid is erop gericht om hetgeen in een land beschikbaar is aan potentieel (ook menselijk) zoveel mogelijk te ontwikkelen. In een op winst gerichte economie, heeft een ondernemer er soms baat bij om de productie in te krimpen of nieuwe technieken uit te stellen. Voorbeelden als Microsoft tonen aan dat het voor bedrijven met een monopolie soms voordeliger is de prijzen kunstmatig hoog te houden en innovatie te vertragen om zo hun gunstige positie in stand te houden.

Vandaar dat het aangewezen is dat de economie ook op nationaal vlak deels gecorrigeerd wordt. Een economie is namelijk meer dan het maximaliseren van winst. Ze heeft namelijk voor alles de taak om de mens te helpen zich te ontplooien. De economie kan daarvoor de middelen vrijmaken, de mens kan dan zien wat hij ermee doet. In plaats van louter materieel genot is het ook belangrijk dat de mens zijn creativiteit en vrijheid kan botvieren. Samenvattend kunnen we stellen dat de economie de nationale belangen dient te laten primeren boven zuiver winstbejag. Vandaar dat een derde weg moet worden gevonden tussen het communisme, dat bewezen heeft een gruwelijke utopie te zijn, en het liberalisme.

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , , , , , , | Leave a Comment »

De Vlaktaks: anti-solidaristisch!

Posted by drietand op 16 oktober, 2007

Sinds geruime tijd wordt het idee van de ‘Vlaktaks’ (flat tax) regelmatig opgerakeld in de media. Het idee om dit liberaal principe in de fiscaliteit in te voeren heeft de wind in de zeilen. Als solidaristen, sociaal-nationalisten, moeten we dit principe ten stelligste bestrijden. De reden is eenvoudig en duidelijk: de Vlaktaks is niet in overeenstemming te brengen met het basisprincipe van het solidaristisch, volksnationaal denken: dat de sterkste schouders in de volksgemeenschap ook de zwaarste lasten dragen omdat de gemeenschap er over dient te waken dat de zwakkere, de door de natuur of het lot misdeelde, de zieke,… niet het slachtoffer wordt van zijn mindere kansen of mogelijkheden. Voor ons dient de gemeenschap gebaseerd te zijn op een dienende samenwerking en solidariteit van allen, jong en oud, van alle geledingen, beroepen, standen,… welke in een volksgemeenschap leven en werken.

Wat is de Vlaktaks?

De Vlaktaks komt neer op de invoering van één belastingtarief, ongeacht het inkomen, en afschaffing van de aftrekposten: een proportioneel belastingstelsel. Het huidige belastingstelsel daarentegen is progressief. Het betekent dat er verschillende tarieven bestaan voor de personenbelasting, variërend volgens de hoogte van het inkomen. Bijvoorbeeld, voor de 10% armste gezinnen bedraagt de huidige aanslagvoet ongeveer 0,5% en dit loopt geleidelijk op tot bijna 31% voor de 10% rijkste gezinnen. De welvaart van de gezinnen en de overheidsinkomsten zijn bij de Vlaktaks nog afhankelijk van de hoogte van een eventuele belastingvrije som en het tarief van de Vlaktaks. Voorstanders stellen de Vlaktaks voor als een middel om de (para)fiscale druk op de lonen te doen dalen. De redenen die voorstanders van de invoering van de Vlaktaks aanhalen: minder fraude, minder administratie, meer economische groei waardoor extra jobcreatie.

In een solidaristische visie op belastingen dienen we uit te gaan van het principe dat de sterkste schouders in een volksgemeenschap ook de zwaarste lasten dragen. Bijgevolg komen we terecht in een belastingstelsel dat rekening houdt met de draagkracht van de belastingsplichtige. Wie een hoger inkomen verwerft moet relatief gezien ook meer belasting betalen. Het principe dat de sterkste schouders ook de zwaarste lasten moeten dragen wordt door voorstanders van de Vlaktaks uiteraard aangevallen. Publicist Jos Verhulst zegt hierover: “Het socialistische principe dat ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen,’ is door en door corrupt. (…) De socialisten vinden dat wie meer verdient, niet alleen meer moet betalen, maar daar bovenop ook verhoudingsgewijs meer betalen. “Als je het beginsel dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen verlaat, ondergraaf je de beginselen van een rechtvaardige belasting,” zei Spirit-ondervoorzitter Stefan Walgraeve in De Morgen van 23 mei. “De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Dat kan enkel met een progressief belastingssysteem,” aldus SP.A-fractieleidster Caroline Gennez in Knack.

Dit socialistische principe, dat zogenaamd moreel heet te zijn, is een typisch voorbeeld van moreel-zijn-op-andermans-kosten, en van valse, want met staatsgeweld afgedwongen ‘moraliteit’ (terwijl echte moraliteit per definitie enkel in vrijheid kan gedijen). Wanneer altruïstische en schoonklinkende motieven worden aangehaald om staatsinterventie te verantwoorden, is het altijd opletten geblazen.” [i]

Vanuit een liberaal oogpunt is deze kritiek perfect te begrijpen, het liberalisme erkent immers het belang van de gemeenschap niet en stelt het individu voorop, het individu dat concurreert met andere individuen. Het asociale karakter van het liberalisme komt hier al snel om de hoek kijken. Maar uiteraard wil niemand asociaal genoemd worden, dus hebben de voorstanders van de Vlaktaks een doekje voor het bloeden gevonden: heel wat Vlaktaks-profeten willen via het toepassen van de belastingvrije som – de eerste schijf van het inkomen die belastingvrij is- enige sociale rechtvaardigheid verzekeren. Niks meer dan een handig trucje om de aanvaarding van de Vlaktaks mogelijk te maken, maar dat geen enkele zekerheid biedt aan de laagste inkomens: de eenvoudige aanpassing van de tarief van de Vlaktaks en de belastingvrije som vormt dan immers het onderwerp van discussie en doelwit van de volgende liberale aanval.

In juni 2005 stelde men in een studie aan het Centrum voor Economische Studies van de K.U.L. dat bij de invoering van een vlaktaks van iets meer dan 21% zonder belastingvrije sommen, zonder aftrekposten, zonder belastingvermindering voor vervangingsinkomens, de inkomsten van de overheid weliswaar op peil zouden blijven maar dat de koopkracht van de 10% armste gezinnen met minstens 20% zou dalen! De belastingvrije som behouden kon volgens deze studie voor deze armste gezinnen hun koopkrachtverlies beperken, maar deed de overheidsinkomsten ernstig dalen. Het weekblad Trends berekende in april 2005 dat een vlaktaks van 25% en een belastingvrije som van 5000 euro per belastingsplichtig persoon de belastingopbrengst ongeveer even hoog zou zijn als met het huidige belastingsstelsel. Vooral de middenklasse zou in dat geval een gevoelig verlies van haar koopkracht zien. Bij gepensioneerden en uitkeringstrekkers zou het verlies aan koopkracht nog groter zijn. De hoge inkomens daarentegen zouden een flink inkomstenvoordeel doen. De Vlaktaks leidt volgens studies dus tot een grotere dualiteit: de rijken worden rijker, de armen worden armer en de middengroep wordt uitgedund en verdwijnt op termijn. Maar de voorstanders van de Vlaktaks zijn niet toevallig zeer dikwijls te vinden bij de hoge inkomens. De solidaristische wederkerigheid van rechten en plichten op sociaal-economisch vlak wordt hier dus verregaand ondermijnd: de sterkste schouders dragen al heel wat minder de zwaarste lasten.

Een veel gebruikt argument van de Vlaktaks-voorstanders is de vereenvoudiging en het doorzichtiger maken van het belastingssysteem. Het is juist te stellen dat het belastingssysteem zeer ingewikkeld is en een vereenvoudiging gepast zou zijn. Maar van een vereenvoudiging mag geen asociale afbraakpolitiek gemaakt worden. In die vereenvoudiging die Vlaktaks-voorstanders verkiezen zouden bijvoorbeeld heel wat aftrekposten verdwijnen zoals onkosten voor kinderoppas, pensioensparen, hypothecaire bouwleningen, dienstencheques, individuele levensverzekeringen, uitgaven voor energiebesparing,… Vooral de hoge inkomens gebruiken dergelijke aftrekposten maar dit betekent geenszins dat zij zondermeer afgeschaft kunnen worden. De vereenvoudiging zou alvast kunnen beginnen met het afschaffen van de veelvuldige zogenaamde “pestbelastingen”. Liberale voorstanders van de Vlaktaks willen via de invoering ervan de belastingsdruk op de arbeidsinkomsten verlagen. Minder belastingen betekenen automatisch minder inkomsten voor de overheid. Maar de overheidsuitgaven zullen en kunnen in de toekomst niet dalen, ondermeer als gevolg van de vergrijzende bevolking (pensioenen en gezondheidszorg). De komende 25 jaar zouden volgens het jaarrapport juni 2005 van de Studiecommissie voor de Vergrijzing de overheidsuitgaven met meer dan 3,5% van het Bruto Binnenlands Product stijgen!

Het is juist dat er een zware fiscale druk rust op de lonen. Het verlagen van de loonkosten is een stelling die in de politieke wereld opgang maakt, gepromoot vanuit liberale hoek. Ook hier moeten we stellen dat het om een vervalsing van het debat gaat. Voorstanders van de loonkost-verlaging pleiten vaak voor een verschuiving van de lasten op arbeid naar de lasten op verbruik, namelijk verhoging van de BTW en/of accijnzen. Een dergelijke verschuiving is ongewenst omdat ze opnieuw een uitholling zou betekenen van het principe dat de sterkste schouders in de volksgemeenschap ook de zwaarste lasten moeten dragen. Het is namelijk zo dat het vooral de lagere en middelgrote inkomens zijn die een relatief hoger deel van hun inkomen aan consumptie besteden. De eis tot verlaging van de loonkosten is vooral ingegeven door de gevolgen van de globaliseringspolitiek en het sinds de jaren ’80 ingezette beleid van liberaliseren van de markten. Daar moeten dan ook de mogelijke oplossingen gezocht worden: een koerswijziging, weg van het liberaliseren!

Overigens denken nogal wat voorstanders van de Vlaktaks dat wanneer de belastingdruk daalt en er een eenvoudiger belastingssysteem bestaat, de belastingsplichtigen eerder geneigd zullen zijn om al hun inkomsten aan te geven en zodoende de fraude te verlagen. Een leugen! De feiten tonen aan dat het fout is te denken dat er een verband bestaat tussen enerzijds het belastingstarief en anderzijds de fraude, of tussen enerzijds een ingewikkelde fiscale wetgeving en anderzijds fraude. Belastingen ontduiken doet men namelijk omdat men, reeds bij zichzelf de beslissing heeft genomen minder te willen betalen, waarna men naar wegen gaat zoeken om te kunnen ontduiken.

Wat kunnen we voorstellen?

1.

Opvoeren en verhogen van de effectiviteit van de strijd tegen sociale en fiscale fraude. Wie betrapt en veroordeeld wordt wegens fraude moet ondermeer zijn politieke rechten kunnen verliezen voor een periode. Wie fraudeert, steelt van de gemeenschap.

2.

Invoeren van een vermogensbelasting voor de grootste vermogens, gekoppeld aan een verbod om kapitaal over te brengen naar buiten de Europese grenzen. Hierop dienen zware straffen gezet te worden. Wie geld overbrengt naar buiten Europa, steelt van de gemeenschap.

3.

Protectionistische maatregelen op zowel Europees als Vlaams (of alle andere volkeren in Europa) niveau: afscherming van de Europese en/of Vlaamse markt voor producten die hier niet geproduceerd worden. Bedrijven die op de Europese markt verkopen, moeten ook in Europa produceren en mogen niet lijden onder concurrentievervalsing van bedrijven die produceren in landen en continenten met een zwakke sociale en ecologische wetgeving. De winst van deze Europese bedrijven zal bijgevolg kleiner zijn maar ze ondervinden niet langer concurrentie van bedrijven voor wie de lat niet even hoog ligt. De overheid kan ondertussen haar noodzakelijke inkomsten verder verkrijgen.

Het is evident, gelet op het proces van Europese eenmaking en het feit dat Europa –spijtiggenoeg niet politiek maar wel economisch ééngemaakt werd-, dat heel wat sociaal-economische maatregelen zich op het niveau van het Europese continent afspelen, en op het niveau van de Europese beschavingsgemeenschap in deze moeten genomen worden. Niet toevallig zijn de voorstanders van ondermeer de Vlaktaks vaak in het kamp te vinden van de tegenstanders van een sociaal Europa dat volkeren tegen elkaar wil uitspelen, overgoten met een Atlantistische saus. De Europese volkeren hebben en/of streven naar een zelfde niveau van sociale en ecologische bescherming. Dit niveau kan mits de politieke wil op een Europese consensus berusten, die verschilt van wat in het Verre Oosten geldt of wat in de Angelsaksische wereld wordt verkozen. Dat neemt niet weg dat ook in deze problematiek het subsidiariteitsprincipe moet gelden. Het zou onverstandig zijn als solidaristen om nog te redeneren in 19de eeuwse termen als natiestaat en nationaal belang ten koste of ten gunste van bepaalde Europese buurvolkeren, waarbij de natiestaten als instrumenten van het groot-kapitaal tegen elkaar opgezet worden. Niet toevallig pleiten libertaire voorstanders van het wilde kapitalisme voor kleine en zwakke overheden in een politiek niet ééngemaakt Europa van kleine volkeren om zo de kapitalistische economie vrijspel te geven.[ii] Tegenover het mondiale roofdierkapitalisme dat individualisme centraal stelt, moet het Europese volkssolidarisme geplaatst worden dat de sociale waardigheid en rechtvaardigheid voor alle volkeren van Europa garandeert. Dit betekent geenszins dat we akkoord kunnen gaan met de huidige EU-moloch die eveneens ten dienste staat van het groot-kapitaal en ondermeer het subsidiariteitsprincipe duidelijk niet erkent.

[i] VERHULST, Jos, De staat is geen Robin Hood. http://www.brusselsjournal.com/node/25

[ii] HOPPE, Hans-Hermann, Over centralisering en afscheiding. http://www.secessie.nu/pdf/20-3.pdf

Posted in Uncategorized | Getagged: , , , , , , , | Leave a Comment »